Herdenking Belgische mijnramp in Marcinelle

- Zoom
- Vijftig jaar geleden vond in Marcinelle, bij Charleroi, de grootste mijnramp uit de Belgische geschiedenis plaats. De herinnering aan die catastrofe is vervaagd. De plek des onheils werd uiteindelijk een proper museum waarin industriële geschiedenis wordt gedocumenteerd.
In de Belgische plaats Marcinelle is dinsdag een herdenking geweest van de grootste mijnramp uit de nationale geschiedenis. Op 8 augustus 1956, dus exact een halve eeuw geleden, kwamen 262 mensen om het leven na een brand op een diepte van bijna een kilometer. Marcinelle heeft volgende week trouwens opnieuw een luguber weerzien met het verleden: tien jaar geleden werd Marc Dutroux ontmaskerd, die ook in deze plaats woonde.
Met 262 slagen van de kerkklok werd elke dode herdacht. Omdat er in 1956 veel Italianen werkten in deze mijn was het aantal slachtoffers onder deze groep enorm: 136. Door de ramp besloot de Italiaanse regering een immigratiecontract met België te annuleren. Vanaf dat moment werden de gastarbeiders vooral uit Griekenland, Spanje, Turkije en Marokko gehaald.
Na een eerste sluiting in 1961 is de mijn definitief gesloten in 1967. Nu is het een museum en herdenkingsplaats. De Giro, de wielerronde van Italië, deed in de zomer van 2006 ook deze plaats aan om te herdenken wat een halve eeuw geleden is gebeurd.
Ook in Nederland kwamen regelmatig mijnwerkers om. In 1947 bijvoorbeeld vonden dertien mensen de dood in de staatsmijn Hendrik in Brunssum, maar een ramp met de omvang als in Marcinelle is Nederland bespaard gebleven.