Het complete verhaal van zijn tocht uit 1909
29 december 2006
Hoezeer de Elfstedentocht verankerd is in de Nederlandse cultuur, blijkt uit de verhalen die er over geschreven zijn. Verhalen die steeds maar weer door ouders en grootouders aan hun kinderen en kleinkinderen worden doorverteld. Verhalen ook die vaak op schrift zijn gesteld en al of niet in eigen beheer zijn uitgegeven. Ook in zijn verhaalcultuur is de Elfstedentocht een uniek evenement.
De oudste overgeleverde schriftelijke verwijzing naar een verreden Elfstedentocht stamt uit 1749. ‘’t Is Pier die ellef Steden van Vriesland, op een dag, heeft in het rond gereden, en nog zijn maal met vrede at in den Olyhoek, te Bolsward in den stal, bij Vetlap van den Hoek,’ zo vermeldt de volksdichter B. Bornius Alvaarsma (pseudoniem van Boelardus Augustinus van Boelens), zich baserend op de overlevering. Vermoedelijk heeft deze overlevering betrekking op de strenge winter van 1739/40, toen het wekenlang mogelijk geweest moet zijn om een Elfstedentocht te rijden.
Toen in 1909 op initiatief van Mulier de eerste georganiseerde Elfstedentocht werd verreden (tegen de wil van Mulier alleen als wedstrijd, en niet in combinatie met een toertocht), werd na afloop onder de deelnemers een prijsvraag uitgeschreven voor het beste verhaal over de tocht. Toevallig was het de winnaar van die eerste tocht, de theologie-student en schaatsenmakerszoon Minne Hoekstra uit Warga, die ook met de hoofdprijs voor het mooiste verhaal aan de haal ging.
Het verhaal van Minne Hoekstra is een juweeltje uit de Nederlandse verhaalcultuur. Je kunt het rustig literatuur noemen: met de pen schildert de toenmalige theologiestudent zo’n inlevend tafereel dat het ook de hedendaagse lezer geen enkele moeite kost om zich door zijn belevenissen te laten meeslepen. De strijdmakkers van Hoekstra, of het nu de praatgrage boer Gerlof van der Leij is, de journalist Jan Feith (steeds met zijn adellijke titel “jonkheer” benoemd), of de verder onbekend gebleven gids “Tjomme”: ze komen in hun eigenaardigheden volop tot leven.
Voor de continuïteit van de Elfsted