Main Content

Geschiedenis van de landmijnen Landmijnen: 3FM Serious Request

  • 19 december 2006
Mijnkrater bij Hill 60, Ieper
Zoom
Mijnkrater bij Hill 60, Ieper

Dinsdag 19 december sluiten drie DJ's zich zes dagen op in het Glazen Huis om samen met het Rode Kruis geld in te zamelen voor de slachtoffers van landmijnen. Het is voor de derde keer dat de Serious Request actie wordt georganiseerd. Ook Radio 1 besteedt uitgebreid aandacht aan de landmijnen problematiek. Beluister de reportage van Mathijs Deen over de geschiedenis van de landmijnen, die dinsdag is uitgezonden op Radio 1. En lees hieronder meer over de geschiedenis van de landmijnen, van mijnovens tot de anti-persoonsmijnen, die tot op de dag van vandaag veel slachtoffers maken.

Geschiedenis van de landmijnen

Geschiedenis van de landmijnen
Door Mathijs Deen

Pietro Micca was nog maar 29 toen hij, in de nacht van de 29e op de 30e augustus 1677, met zijn maat in een mijngang onder de vesting van Turijn stond. De Franse belegeraar, die al maanden probeerde de stad in te nemen, was het eindelijk gelukt de mijngangen binnen te dringen. Pietro Micca stuurde zijn metgezel weg en stak de korte lont van de mijnoven aan. Hij wist dat hij niet op tijd weg kon komen. Zo stierf Pietro Micca, en de Fransen met hem.

Het is een Italiaanse versie van het Nederlandse verhaal van Speijk. Maar het speelde zich niet op een schip af, maar ondergronds. In een zogenoemde mijngang: een ondergrondse gang, door mijnwerkers aangelegd, die bedoeld was om eventuele vijandelijke legers te ondermijnen en van onder op te blazen. De gang verbond kamertjes aan elkaar, zogenaamde mijnovens, waarin tonnen buskruit lagen te wachten tot iemand ze met een lange lont (mijnworst) zou aansteken.

Ondermijnen. Het is een tactiek die ook veelvuldig door Maurits is toegepast, bijvoorbeeld toen hij Bergen op Zoom innam, en Steenwijk. Het was natuurlijk niet de bedoeling dat de eigen militairen ook de lucht invlogen, zoals in Steenwijk gebeurde, toen de explosie niet omhoog sloeg, maar terug door de mijngang naar Maurits troepen. Maurits eigen chroniquer, Anthonis Duyck, beschreef het in zijn journaal: Eyntelijck werde noch aengesteecken de mijne in de Geestpoincte, die gansch geen effect, tegens de viant en dede maer werp de aerde geheel over ons eygen volck, in vougen dat soe vande slach als aerde over de 100 in onmacht vielen, ende wel 8 doot geslaegen werden ende veel gequetst ende onder anderen Hopman Wabbeen tbeen aen stucken.

Het principe van mijngangen graven en de vijand de lucht injagen, is nog eeuwen toegepast. Op 7 juni 1917 bliezen de geallieerde troepen, vlak onder Ieper, met 19 zware mijnen een bres in de Duitse verdediging. Maandenlang hadden de Canadezen en Australiers aan de 600 meter lange tunnels gegraven. De Australische Captain Oliver Woodward beschreef de onsteking als volgt: Terwijl ik de schakelaar omgooide kwam mijn hand in contact met de draad. De elektrische schok wierp me achterover. Een fractie van een seconde wist ik niet wat er gebeurd was, maar al snel was er grote vreugde: de mijnen onder Hill 60 hadden hun werk gedaan.
En wat dat werk was, beschrijft pastoor Achiel van Walleghem, die het vanuit zijn slaapkamerraam zag gebeuren.: Een ware vulkaan, het was alsof de hele zuidoostelijke hemel in brand stond. Als het niet zo'n slachting was geweest, dan zou je het 'prachtig' kunnen noemen.

Het was de grote finale van de mijngang. Want niet lang daarna deed aan de Somme een nieuw soort mijn zijn intrede. Toen de Duitsers zich daar terugtrokken, legden ze booby-traps aan: springladingen die door argeloze soldaten zelf ontstoken werden, doordat ze bijvoorbeeld tegen een draad aanliepen, of op een ontsteker stapten.
Bovendien was er nog een andere noviteit: de tank. Wilde je een tank onschadelijk maken, dan hoefde je hem alleen maar over een krachtige mijn te laten rijden.

Dus begonnen de Duitsers, nadat ze in de loopgraven met boobytraps geƫxperimenteerd hadden, anti-tankmijnen te ontwikkelen. Die mijnen zouden eventuele Franse tanks moeten tegenhouden, als de Duitse troepen in Polen bezig waren.

En met de anti-tank mijnen kwamen ook de anti-persoonsmijnen. Want, wilde je voorkomen dat soldaten eenvoudig anti-tankmijnen zouden opruimen, dan moest je, zo was de redenering, het anti-tankmijnen veld afgrendelen met een ring van anti-persooonsmijnen.

Zo is de anti-persoonsmijn geboren.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn de Engelsen en de Amerikanen in navolging van de Duitsers, ook ijverig aan het ontwikkelen geslagen. Een akelige vinding was de mijn van kunststof te maken, zodat ze moeilijk waren op te sporen. Het was een noviteit die op dubieuze manier de fantasie aan alle kanten vaardig maakte.

Toen WOII voorbij was, is de mijnen wedloop krachtig doorgegaan, gevoed door het Oost West conflict, waarin, zo verwachtte iedereen, als het op een treffen zou aankomen geweldig veel tanks zouden worden ingezet. Zo zijn er miljoenen mijnen gefabriceerd, die uiteindelijk overal ter wereld terecht zijn gekomen.