Main Content

De Grote Sprong Voorwaarts Economische ramp in China rond 1960

  • 3 februari 2006
Jung Chang en Jon Halliday ‘Mao. Het onbekende verhaal’
Zoom
Jung Chang en Jon Halliday ‘Mao. Het onbekende verhaal’

China is begin 21ste eeuw een opkomende grote economie. Rond 1960 deed Mao ook een serieuze poging om China in korte tijd een rijk en machtig land te laten worden.

De Grote Sprong Voorwaarts

In mei 1958 lanceerde Mao de Grote Sprong Voorwaarts. Het was zijn bedoeling om China in een hoog tempo een economische supermacht te maken. De snelle industrialisatie van het land zou betaald worden met de export van landbouwproducten.

Daarvoor was het noodzakelijk om de landbouwproductie enorm op te voeren. In hoog tempo werden er door ongeveer 100 miljoen boeren grote irrigatiestelsels (dammen, reservoirs en kanalen) gebouwd.

Daarnaast riep Mao op tot het bestrijden van de ‘Vier Pesten’: mussen, vliegen, muskieten en ratten. De bevolking werd bijvoorbeeld gemobiliseerd om zoveel mogelijk mussen te elimineren, omdat deze vogels graankorrels aten.

Het uitroeien van mussen bleek geen handige maatregel, aangezien ze ook landbouwplagen (insecten) voorkwamen. Nadat Mao daarvan ook overtuigd was, werd een topgeheim verzoek aan de sovjetambassade in Peking gestuurd om tweehonderdduizend mussen aan China te leveren.

In de propaganda was er sprake van zeer succesvolle ‘Spoetnikvelden’ (genoemd naar de Russische satelliet), die enorme opbrengsten zouden opleveren.

In werkelijkheid vielen de oogsten tegen. Desondanks exporteerde China een enorme hoeveelheid landbouwproducten. Het gevolg was dat er een jaar na de lancering van de Grote Sprong Voorwaarts een grote hongersnood in China was.

Een ander mislukt onderdeel van de Grote Sprong Voorwaarts was het opvoeren van de staalproductie. Om zijn ambitieuze doelstellingen te halen riep hij de bevolking op ‘hoogovens in de achtertuin’ te bouwen.

Ze moesten het metaal in hun bezit opofferen: keukengerei, gereedschap en deurkrukken. ‘Een houweel inleveren is een imperialist uitroeien, en een spijker verstoppen is een contrarevolutionair verstoppen’ was een leus uit die tijd.

Om de ‘hoogovens in de achtertuin’ op gang te houden moest bovendien overal brandstof vandaan gehaald worden. Daarvoor werden huizen afgebroken en gebieden ontbost.

Mao wist door deze extreme maatregelen de geplande staalproductie te halen. Alleen was maar veertig procent van dit staal goed. De ‘hoogovens in de achtertuin’ hadden voornamelijk waardeloos tot zeer matig staal opgeleverd. Ze werden korte tijd later opgeheven.

Begin jaren zestig kwam er een einde aan de Grote Sprong Voorwaarts. Tientallen miljoenen mensen waren omgekomen. Het ambitieuze programma had veel schade aangericht en was een rampzalige mislukking geworden.

Joris Smeets

Bron:
Hoofdstuk 40 van Jung Chang en Jon Halliday ‘Mao. Het onbekende verhaal’ (Forum, Amsterdam 2005)

Lees of beluister ook de OVT-column van Jan van der Putten ('Mao') over dit boek.