Duitsers wilden heilige oorlog en blokkade Turkije bondgenoot van Duitsland in WO I

- Zoom
Armenie op Ottomaanse kaart
Begin 20ste eeuw had het Ottomaanse Rijk veel vijanden en geen bondgenoten. De ‘Zieke Man van Europa’ werd genegeerd door de grootmachten. De dreigende Eerste Wereldoorlog bracht daar verandering in.
Duitsers wilden heilige oorlog en blokkade
In de zomer van 1914 nam de oorlogsdreiging in Europa snel toe. Landen konden neutraal blijven of kiezen voor de Entente (Engeland, Frankrijk en Rusland) of zich aansluiten bij de Centralen (Duitsland en Oostenrijk-Hongarije).
De Turken wilden al jaren graag een bondgenootschap met een Europese grootmacht. Dat bleek niet eenvoudig te zijn. Hun Ottomaanse Rijk was al een eeuw in verval en werd door niemand meer serieus genomen.
Buurland Rusland was uitgesloten als bondgenoot, want de Russen hadden regelmatig oorlog met het Ottomaanse Rijk gevoerd en stimuleerden het Slavische nationalisme tegen de Turken op de Balkan.
Engeland had het zwakke Ottomaanse Rijk tientallen jaren gesteund, om Britse route via het Suezkanaal naar de kolonieën in Azië, zoals India, te beschermen. Maar in 1911 werd een verzoek om een vast verbond door de Britse bemiddelaar Winston Churchill afgewezen. Hij sprak over 'het schandalige in elkaar stortende doodarme Turkije.'
Alleen de Duitsers hadden serieuze interesse in een bondgenootschap met de Turken. Hoewel de beide landen ver uit elkaar lagen, meende Duitsland voldoende voordeel uit een dergelijk verbond te kunnen halen.
Ten eerste kon het Ottomaanse Rijk door de strategische ligging van het land de Zwarte Zee afsluiten. Door deze blokkade zouden de Russen de Middellandse Zee niet meer kunnen bereiken. Via die weg konden dan geen voorraden of bondgenoten vervoerd kunnen worden.
Ten tweede waren de Turken islamitisch. De Duitsers hoopten dat Turkse religieuze leiders zouden oproepen tot een heilige oorlog. Daarmee zouden koloniale machten als Engeland en Frankrijk met hun vele miljoenen islamitische onderdanen buiten Europa in de problemen moeten komen.
In 1913 stuurde Duitsland een militaire missie naar Turkije om het Turkse leger te reorganiseren. Dit tot grote woede van de Russen, die de Duitse invloed daar niet zagen zitten. De politieke rel hierover kon met moeite gesust worden.
Op 2 augustus 1914 sloot Turkije een verbond met Duitsland. Een dag later brak de Eerste Wereldoorlog uit, toen Duitsland België binnenviel.
Op 10 augustus voeren twee Duitse oorlogschepen, op de vlucht voor de Britse vloot, de Turkse hoofdstad Constantinopel binnen. Om neutraal te kunnen blijven kocht Turkije de beide schepen en werden ze, samen met de bemanningen, aan de Turkse vloot gevoegd.
Eind oktober 1914 viel de Turkse vloot Russische havens in de Zwarte Zee aan. Dat betekende oorlog met Rusland, Frankrijk en Engeland.
Van de door Duitsland gewenste heilige oorlog kwam weinig. Maar door het Duits-Turkse bondgenootschap raakte Rusland op de Kaukasus in oorlog met het Ottomaanse Rijk en stuurden de Britten in 1915 een vloot naar het westen van het Ottomaanse Rijk om hun Russische bondgenoot te helpen.
In die zin was de Duitse politiek een succes, want de Turken hielden in 1915-16 op de westkust bij Gallipoli stand tegen de Britten. De blokkade van de Zwarte Zee bleef in stand en de Britten en de Russen waren veel militaire mankracht kwijt aan het Ottomaanse Rijk.
Joris Smeets
Bronnen:
Barabara Tuchman 'De kanonnen van augustus. De eerste oorlogsmaand van 1914' (zie hoofdstuk 10 'De Goeben ... een vluchtende vijand niet achtervolgt')
Hew Strachan 'The First World War' (hoofdstuk 4 'Jihad')