Punk, wave en de eerste populaire elektronica Schrijf Pophistorie: 1976 – 1985

- Zoom
- Ian Curtis (links) en Bernard Sumner van Joy Division
De periode tussen 1976 en 1985 brengt grote verschuivingen met zich mee. Tijdens de zondvloed van de betonrock, glamrock, progrock en symforock wordt vanuit het Verenigd Koninkrijk de punk in werking gezet die al haar vertakkingen en samensmeltingen nieuwe projecten laat ontstaan. Drumcomputers en midi-apparatuur doen groots hun intrede en de schreeuwlelijkerds staan in de schijnwerpers.
Punk, wave en de eerste populaire elektronica
3VOOR12 kan moeilijk in een artikel van een paar honderd woorden roepen waar het muzikale gewicht ligt in de periode 1976 - 1985. Dit is ook geen poging om die periode te vangen, maar wel even in te leiden. In de tweede helft van de jaren 70 werden veel nieuwe bands gevormd die tot in de 21e eeuw nog zouden doorklinken. Bands als Wire, Joy Division The Cure, The Jam, Devo en Generation X staan met hun puntige punkrock nog in de garages en oefenruimtes, enthousiast gemaakt door The Sex Pistols, die dan juist bij EMI tekenen. The Sex Pistols uit Engeland worden over het algemeen beschouwd als de vaders van de punk, maar de grootvader komt uit Amerika: Iggy Pop roept in 1969 al dat er niets te beleven valt en roept op tot Search and Destroy.
Op 16 september 1977 vliegt Marc Bolan, de flamboyante rockzanger achter T-Rex, met zijn Mini uit de bocht en overlijdt. Een half jaar daarvoor zien artiesten-in-de-dop Shakira en Chris Martin het levenslicht. De nihilistische punk vertakt zich en gaat gebruik maken van synthesizers zoals multi-instrumentalist en producer Brian Eno op albums van Roxy Music en Bowie deed (Low, 1977) en in Duitsland wordt gedaan door Kraftwerk. Magazine, met onder andere Barry Adamson in de gelederen, is zo'n band die de toetsen zijdelings gebruikt, maar roergangers als Suicide uit Amerika voegen met hun statische drumcomputerrock iets toe dat nog tot in decennia daarna opgepikt wordt door uiteenlopende groepen die flirten met elektronica en geluidsmuren, zoals Pulp en Jesus and Mary Chain.
Door de druk van de koude oorlog en de strijd in Vietnam, heeft er in de geschiedenis altijd een grijze nevel rond de late jaren 70 en de vroege jaren 80 gehangen. Kwetsbaar en vol leegte toont Ian Curtis van Joy Division zich als jeugdige doemdenker met zware kost als Unknown Pleasures (1979) en Closer (1980). Echter, de plastische elektronica wint steeds meer terrein en de weltschmerz begint langzamerhand plaats te maken voor hedonisme. In de vroege jaren 80 ontstaat een revolutie op het gebied van betaalbare drumcomputers en synthesizers. In de danszalen en clubs wint de disco steeds meer terrein, zelfs tot in de punkhoek. Zo kan het gebeuren dat het ooit zo zwartgallige The Cure klinkt als een dronken discoduo (The Walk, 1983), die een tweelingbroertje zou kunnen zijn van de monsterhit van New Order, de doorstartversie van Joy Division. Blue Monday van New Order is nog altijd populair; geen dj die de 12" niet gedraaid heeft.
In 1985 brengen de Schotse broertjes Jim en William Reid alias The Jesus and Mary Chain de 'wall of scratchpaper' plaat Psychocandy uit, op het Creation label van de vermaarde Alan McGee. Creation zou later ook succes boeken met Oasis, eveneens twee broertjes! Met Psychocandy wordt een meesterplaat neergezet die geïnspireerd lijkt door kauwgomballenpop van Phil Spector en Beach Boys, het hardste van Stooges en het sloomste van Suicide. Teksten over drugs en seks en minder dan niks. Over de jaren 80 zou William Reid later in een interview zeggen: "They write encyclopedias on the Eighties and we're not even mentioned. We WERE the fucking eighties."