Een geheime agenda van de Sovjet-Unie en de FIFA Sportboycot Zuid-Afrika diende andere belangen

- Zoom
- RaRa -poster tegen Shell in Zuid-Afrika van begin jaren negentig
Van 1978 tot 1989 was Pieter Willem Botha, deze week overleden, het gezicht van apartheid. In die jaren was er internationaal een sportboycot tegen Zuid-Afrika vanwege het apartheidssysteem. In 1970 ontplofte er bij de Internationale Badmintonkampioenschappen in Haarlem nog een rookbom, die voor veel onrust zorgde. Ondanks goede bedoelingen van veel actievoerders was de oproep om Zuid-Afrika internationaal te isoleren soms niets anders dan pure machtspolitiek, met compleet andere belangen op de achtergrond.
Een geheime agenda van de Sovjet-Unie en de FIFA
De Sovjet-Unie heeft de boycot tegen Zuid-Afrika aangejaagd. Martin van den Heuvel schreef in 1980 het boek ‘Rusland en de Olympische Spelen’ en zei hierin dat de communisten zich bewust roerden in sportorganisaties: ‘De partijtop zag in de sport een terrein waarop de Sovjet-Unie, tegen betrekkelijk geringe investeringen, in het eigen land en in het Westen veel prestige kon behalen.’
De Sovjet-Unie annexeerde zelfs een groot deel van de Olympische ideologie ‘Slechts het socialisme en communisme scheppen de omstandigheden waarin de Olympische principes volledig hun missie kunnen vervullen.’ Het apartheidssysteem daarentegen was juist de grote vijand van het communisme. Binnen het Internationale Olympische Comité brak daarom een gevecht uit tussen deze twee politieke systemen.
De Sovjet-Unie heeft in het IOC haar buitenlandse politiek voorbereid, waarvan de resultaten overigens pas jaren later zichtbaar werden voor de buitenwereld. Van den Heuvel zei hierover in een interview in 1980: “Rusland, dat sinds 1951 lid is van het IOC, heeft binnen deze organisatie geweldige successen geboekt. Het uitsluiten van Zuid-Afrika bijvoorbeeld. Dat is een zuiver politiek doel geweest. Het erkennen van Oost-Duitsland. Het IOC was één van de eerste grote internationale organisaties die de DDR als volwaardig lid accepteerde.”
Vanaf 1964 mocht Zuid-Afrika niet meer meedoen aan de Olympische Spelen. Maar niet alleen de Sovjet-Unie had een geheime agenda met het bestrijden van apartheid, maar ook wereldvoetbalbond FIFA.
Joao Havelange gebruikte een oproep tot boycot namelijk om voorzitter te worden van de FIFA. In 1974 zei hij dat Zuid-Afrika uit de FIFA zou worden gegooid als hij de macht zou krijgen. Daardoor kreeg hij de steun van de Afrikaanse landen. Zuid-Afrika was in 1964 al geschorst, maar nog niet officieel geweerd. Havelange hield woord na zijn verkiezing: in 1976 gebeurde dat alsnog. Met steun van de Afrikaanse landen had hij de macht gegrepen in het internationale voetbal.
Het bestrijden van apartheid was dus meer dan alleen een nobel doel met wereldvrede en allemaal aardige mensen aan het eind van het verhaal.