Main Content

Bekijk Ben Bril op stap met Wilfried de Jong in 1999 Bokser Ben Bril krijgt welverdiende biografie

  • 10 oktober 2006
Ben Bril, het boek
Zoom
Ben Bril, het boek

Deze week is in Edam, op precies de plek waar in 1928 de Nederlandse olympische ploeg trainde, de biografie van bokser Ben Bril gepresenteerd. Het eerste exemplaar van ‘Ben Bril. Davidsster als Ereteken’ van Ed van Opzeeland werd door Erica Terpstra overhandigd aan zoon Albert Bril. Het Historisch Themakanaal plaatst naar aanleiding hiervan een oude reportage van Wilfried de Jong over Bril op de site. Deze werd op 22 oktober 1999 uitgezonden.

Bekijk Ben Bril op stap met Wilfried de Jong in 1999

De Tweede Wereldoorlog heeft een enorme invloed gehad op de bokscarrière van Ben (Bennie) Bril: tot 1940 bokste hij zelf en daarna was hij scheidsrechter. Nadat de joodse bokser 182 familieleden verloor tijdens de bezettingsjaren, wilde hij de ring niet meer in omdat zijn familie nooit meer op de eerste rij kon zitten.

In 1947 werd Bril scheidsrechter, vooral door aandringen van echtgenote. Als speler maakte hij één keer de Olympische Spelen mee en als scheidsrechter drie. Bril was een onverbeterlijke idealist, arrogant, technisch hoogbegaafd, rechtvaardig- iedereen wist wel iets over hem te zeggen. “Het is gewoon allemaal een kwestie van mentaliteit, van zelfbeheersing,” zei Bril zelf.

Zijn jeugdjaren vormden zijn mentaliteit. Geboren in 1912 op de Valkenburgerstraat 108 in Amsterdam als zesde en één na laatste kind, groeide hij op in het hart van het armere gedeelte van de Jodenbuurt. Terwijl vader Bril handelde in vis, was Ben een echte straatvechter.

Op elfjarige leeftijd bezocht hij met zijn oudste broer De Jonge Bokser in de Wagenstraat, één van de bokstenten in Amsterdam. Het was meteen duidelijk: Ben wilde bokser worden. Op straat vocht hij nu niet meer, omdat hij zijn energie alleen nog maar in het boksen stopte.

De jonge Bril was bijzonder getalenteerd en behaalde in 1927, toen hij vijftien jaar oud was, zijn eerste nationale titel. Nog voor zijn volgende verjaardag deed hij mee aan de Olympische Spelen in Amsterdam en bereikte daar de kwartfinale.

Brils belangrijkste winstpartij was in 1935 op de Joodse Olympische Spelen toen hij in de finale de Zuid-Afrikaan De Haan versloeg. In totaal bokste hij ruim 200 wedstrijden, waarin hij nooit werd neergeslagen.

Want Bril had niet alleen talent, maar ook een opvallende techniek. Hij baseerde zijn vechtmethode op studies naar het gedrag van roofdieren. “In de dierentuin bekeek ik hoe de wilde beesten de zijsprong maken. Dat heb ik ingestudeerd. Loeren, toeslaan en wegwezen.” Het is aan dit inzicht te danken dat aan het eind van een wedstrijd zijn haar altijd goed zat.

BROODJESZAAK

Iemand die op straat was opgegroeid, voor zijn zestiende al een kampioenschap behaalde en de Olympische Spelen meemaakte, mag worden beschouwd als volwassen. Daarom kreeg Bril op zijn zeventiende al de leiding over een slagerij annex broodjeszaak in de Weesperstraat.

Het jaar daarop opende hij met twee partners een eigen zaak op de Utrechtsestraat, bij het Rembrandtplein. Na onderlinge onenigheid vertrok Bril in 1931 naar Utrecht en was daar tot 1972 werkzaam als broodjesverkoper en slager. 'Beter Belegde Broodjes Bij Ben Bril,' luidde zijn slogan.

Bril was ook joods, en dat heeft zijn leven bepaald. Zijn sportieve loopbaan werd hierdoor beïnvloed, omdat hij de Spelen van 1932 in Los Angeles en van 1936 in Berlijn miste. Een antisemitisch bestuurslid van de Boksbond versperde Brils weg naar de Verenigde Staten en vier jaar later weigerde Bril deel te nemen aan de Nazi-Spelen, nadat hij in 1935 tijdens wedstrijden in Duitsland met eigen ogen zag waartoe de nazi's in staat waren. De Spelen van 1940 werden afgelast wegens de oorlog.

De oorlog beëindigde zijn loopbaan als bokser, nog voordat joden uitgesloten werden van het openbare leven. “Dames en heren,” sprak hij in 1940 toen hij in de ring stapte in het Amsterdamse Frascati, “hierbij neem ik afscheid van de bokssport.” Bril hield het heft in eigen hand en keerde nooit meer terug als speler.

Tijdens de bezettingsjaren werd hij door clubgenoten verraden aan de Duitsers en daarna afgevoerd. Samen met zijn vrouw Celia, met wie hij in 1936 is getrouwd, en zoon Albert overleefde hij het concentratiekamp in Bergen-Belsen.

In 1947 zag Celia hoe Ben worstelde met het trauma van de oorlogsjaren en het verlies van zijn familie. Om hem weer perspectief te geven vroeg ze aan de Boksbond of haar man de scheidsrechtercursus mocht volgen. Zowel de Bond als Bril stemden in met het voorstel. Een nieuwe carrière was begonnen.

Internationaal werd scheidsrechter Bril geprezen vanwege zijn neutraliteit (alhoewel hij in zijn eerste jaren niet met Duitsers wilde werken) en rechtvaardigheid. Omdat hij zo neutraal de wedstrijden leidde, werd hij aangewezen voor de beladen wedstrijden tussen Russen en Amerikanen of Engelsen en Duitsers. Bril was niet geïnteresseerd in de herkomst van een bokser, maar alleen in de goede afloop van een wedstrijd. “Een scheidsrechter heeft de verantwoordelijkheid over twee mensenlevens,” was zijn leidraad.

Zijn mening over de verhoudingen in de bokswereld, en daarbuiten, leidde nooit tot twijfels: de scheidsrechter is altijd de baas. Een Amerikaanse bokser die tijdens de Spelen van 1964 in Tokio een Hongaarse arbiter bedreigde, werd door Bril met één hoek tegen het canvas gewerkt.

Ook over maatschappelijke problemen had hij een duidelijke mening: de langharigen en werkschuwen uit de jaren zestig zag hij het liefst zo snel mogelijk verdwijnen. Ook hier was Bril een autoritair leider die geen tegenspraak duldde.

Gedurende de ruime halve eeuw die Bril doorbracht in de bokswereld heeft hij een enorm aanzien verworven. De status van deze sport is mede door hem verbeterd. In de jaren twintig stond boksen gelijk aan platte oren, duistere kroegen en schimmige schandalen. De techniek en kracht die Bril bezat als speler, en de doortastendheid als scheidsrechter hebben daar verandering in gebracht. Boksen is nu een erkende sport, en geen bron van zorg meer voor excessen. En als dat wel zo is, was Bril de eerste, die daar iets van zei. Vermoedelijk op een onvriendelijke, maar wel duidelijke manier.