Main Content

De oorlog bevrijd uit handen van Lou de Jong Hoe de VPRO in de jaren '60 en '70 de geschiedenis verbeeldde

  • 13 oktober 2006
Mussert
Zoom
Mussert

Geen omroep heeft het beeld van het verleden zo drastisch vernieuwd als de VPRO in de jaren zestig en zeventig.

De oorlog bevrijd uit handen van Lou de Jong

De eerste tv-rel uit de Nederlandse geschiedenis betreft een historische documentaire van de nog met puntjes gespelde V.P.R.O. In een tijd dat er nog maar een paar duizend tv-toestellen in ons land staan, shockeert Jan Vrijman in 1957 in het programma "Dag Koninginnedag" de natie met een kritische terugblik op de regeerperiode van het staatshoofd. Vooral de manier waarop Vrijman aandacht besteedt aan de muiterij op het marineschip De Zeven Provinciën in 1933, leidt natiebreed tot ontsteltenis. 'Anti-nationaal', oordeelt Het Vaderland, 'Grove laster', schrijft Trouw. De regering kondigt een onderzoek aan, de VPRO-dominees betuigen hun spijt en Jan Vrijman wordt voor twee jaar uitgesloten van televisie-werk. Helaas is het programma niet bewaard gebleven, maar uit de persreactie is duidelijk dat vooral het aan het woord laten van een toenmalige (Indonesische) muiter de commotie veroorzaakte. Oral-history van de foute kant: een tv-vorm waarmee de VPRO nog wel vaker last zou krijgen. De bekende historicus Hans Blom, tot voor kort baas van het NIOD, zou uit de rel de inspiratie opdoen voor zijn in 1975 verschenen proefschrift "De muiterij op De Zeven Provinciën. Reacties en gevolgen in Nederland".

Pas in 1966 komt de intern al krakende domineesomroep met een nieuw opzienbarend historisch epos. Dick Verkijk, overgekomen van de VARA, maakt met "Operatie Barbarossa" een klassieke documentaire over de Duitse inval in de Sovjet-Unie in 1941. De documentaire zou zelfs aan de BBC verkocht worden, toentertijd een unicum voor een Nederlandse tv-productie. Verkijk, geschoold bij de actualiteitenrubriek Achter het Nieuws, was in zijn vorm traditioneel. Met de microfoon in de hand praatte hij de fragmenten moreel oordelend aan elkaar.

Na de omwenteling in 1968 komt de ontwikkeling van de tv-documentaire bij de VPRO in een stroomversnelling. Vooral de komst van Jan Blokker (filmcriticus bij het Algemeen Handelsblad) als hoofd Informatieve Programma's veroorzaakt een nieuw artistiek elan. Een nog piepjonge Paul Verhoeven mag met een documentaire over NSB-leider Mussert het dan nog geldende taboe op foute landgenoten doorbreken. De genuanceerde aanpak van Verhoeven -hij probeert Mussert als mens te portretteren- stuit echter op argwaan bij de VPRO-leiding. Die consulteert dr. Lou de Jong, op dat moment bezig met zijn oorlogsgeschiedschrijving en het nationale geweten in oorlogszaken. De Jong spreekt zijn veto uit over de documentaire van Verhoeven en de VPRO-leiding volgt hem blind. Pas als Blokker zich in de kwestie verdiept komt de documentaire in 1970 alsnog met enkele kleine aanpassingen op tv. De verwachte storm van kritiek blijft uit.

Hans Keller en Roelof Kiers, aangenomen door Blokker, behoren tot een nieuwe lichting makers die naar hartelust met vorm experimenteren. In 1969 veroorzaken ze een rel met de documentaire "Over geschriften en afbeeldingen en de makers daarvan en de aanstotelijkheid van de eerbaarheid." Het programma gaat in feite over pornografie en de historische ontwikkeling daarvan. Door er hardcore-porno anno 1969 in te verwerken kan een rel niet uitblijven.

In hetzelfde jaar doorbreekt de erkende cineast Louis van Gasteren met "Begrijp je nu waarom ik huil" een ander taboe. De documentaire gaat over een ex-concentratiekampgevangene die onder medisch toezicht een behandeling met LSD ondergaat. Onder invloed van de documentaire wordt de psychische nawerking van de oorlog opeens bespreekbaar en krijgt ook het dan heersende debat over een mogelijke vrijlating van de "Drie van Breda" een nieuwe dimensie.

In 1971 maken Hans Keller en nieuwkomer Pieter Verhoeff met medewerking van Aad Nuis en historicus Roelof de Jong onder de germanistische titel "De twintiger en dertiger jaren" een serie over het interbellum die vrijwel uitsluitend uit archiefbeelden bestaat. Daarbij gebruiken ze voor het eerst ook amateuropnames, waardoor het realiteitsgehalte van de associatief gemonteerde beelden een extra dimensie krijgt. Het gebruik van met de vaak stomme beelden contrasterende muziek is eveneens een vernieuwend stijlmiddel.

In 1972 maakt Jan Blokker met "Onderwerp van West" zijn eerste eigen productie waarin de geschiedenis van de Verenigde Staten in de 19e eeuw centraal staat. Op basis van zijn uitgebreide kennis van Amerikaanse films monteert Blokker volgens de "methode Keller/Verhoeff" talloze fragmenten van Westerns en Hollywood-films aaneen en geeft daar zijn eigen commentaar bij.

In 1972 vertoont de VARA de Franse historische documentaire "Le Chagrin et la Pitié" uit 1969 op tv. De film vertelt het oorlogsverhaal van Clermont-Ferrand aan de hand van talloze ooggetuigenverhalen van willekeurige bewoners. De verhalen zette het ook in Frankrijk heersende goed-fout-perspectief volledig op zijn kop. Journalist en tv-recensent Henk Hofland laat zich door de documentaire inspireren tot zijn klassiek geworden boek "Tegels lichten". Hierin verwoordt Hofland als eerste wat later door historici de "continuïteitsthese" van de Tweede Wereldoorlog genoemd zou worden: de vaststelling dat de oorlog in de Nederland geen echte breuk in de geschiedenis veroorzaakt had. Die toen omstreden vaststelling werkt hij voor de VPRO verder uit in het opzienbarende historische tv-epos "Vastberaden maar Soepel en met Mate". Vijftien bekende en onbekende Nederlanders worden door nieuwkomer Hans Verhagen over hun oorlogsherinneringen ondervraagd. Anders dan gebruikelijk filmt cameraman Paul van den Bos de interviews vanaf de schouder. Met het overvloedig gebruik van historisch beeldmateriaal -opnieuw zowel van professionele als amateuristische bron- ontstond daarmee een verbeelding van de oorlog die op 15 oktober 1974 door 10% van de bevolking gedurende vierenhalf uur ademloos werd uitgekeken. Het denken over de Tweede Wereldoorlog krijgt door "Vastberaden maar Soepel en met Mate" een ongekende impuls. Dat een tv-documentaire hiervoor zorgt, bewijst hoezeer de tv in 1974 voortrekker is geworden bij de vernieuwing die de historische reflectie in deze periode ondergaat. Die pioniersfunctie van het medium tv is des te opmerkelijker als we het vergelijken met de gelijktijdig plaatsvindende vernieuwing van de journalistiek. Daarin spelen de klassieke media, de gedrukte pers en de radio (ook hier met name de VPRO, maar ook omroepen als de VARA en de KRO), een veel dominantere rol dan de tv.

Na een periode waarin de vernieuwende documentairemakers van de VPRO zich vooral met actuele kwesties bezig hielden, komt het grotendeels uit het collectieve geheugen verdwenen, door Hans Keller bedachte programma "Zorgvliedt" vanaf 1974 met nieuwe historische impulsen. Twee nieuwe "wilde jongeren", Theo Uittenboogaard en Hans Verhagen, zorgen met name voor de historische documentaires. Zij introduceren een filmische vertaling van de historische methode die in deze jaren in Frankrijk door Pierre Nora onder de benaming "lieux de memoire" wordt uitgewerkt. Aan de hand van een plek of een voorwerp worden geschiedverhalen verteld die in hun samenhang een nieuwe kijk op het verleden bieden. Uittenboogaard past dit uitgangspunt toe op het klassieke schilderij "Gezicht op Dordrecht" van Jan van Goyen, Verhagen doet hetzelfde met "Trap naar Zee". In de Zorgvliedt-uitzending "Morgenrood en het Utopia - een Droom in Baksteen", introduceert Verhagen (met Hans Keller) het begrip "emotionele archeologie". In deze uitzending spelen enkele Amsterdamse arbeiderswoningen van woningbouwvereniging De Dageraad de hoofdrol. Het Zorgvliedt-programma "Citaten over het Calvinisme", gemaakt door Theo Uittenboogaard, kwam volgens filmhistoricus Bert Hogenkamp het meest in de buurt van wat Keller bij de opzet van Zorgvliedt voor ogen had. Het is een zoektocht naar de sporen die het Calvinisme in het landschap en bij de mensen had achtergelaten.

Cherry Duyns, zijn naam is nog niet genoemd maar ook hij behoorde vanaf het begin bij de nieuwe generatie VPRO-makers, ging in 1976 voor de zesdelige serie "Strijd" terug naar een even simpel als aansprekend historisch concept: de oral-history. In één-op-één-gesprekken vertellen coryfeeën als oud-Spanjestrijder Piet Laros en communist Gerrit Roorda over hun leven in dienst van een nieuwe samenleving. Opvallend detail: Duyns portretteert voor zijn serie slechts mannen. Gezien het feit dat ook de nieuwe VPRO-documentairemakers zonder uitzondering van het mannelijk geslacht waren lijkt het erop dat het vernieuwende sociale en historische engagement van de makers niet vanzelfsprekend samenging met het maatschappelijk gelijktijdig opkomende feminisme.

Het voor de ontwikkeling van de tv-journalistiek zo veelbetekende VPRO-programma "Het Gat van Nederland" (1972-1974) krijgt in 1975 in "Machiavelli" een opvolger waarin de buitenlandberichtgeving vernieuwd wordt. Het programma is niet bedoeld voor historische onderwerpen, maar de titel inspireert Hans Keller om voor de openingsuitzending een lieux-de-memoire-achtige speurtocht te ondernemen naar de naamgever van het programma.

Roelof Kiers zou aanvankelijk ook aan Machiavelli mee gaan werken maar hij raakt vanaf 1975 volledig in de ban van de Indonesische geschiedenis. Een jaar lang werkt hij aan het ruim drie uur durende epos "Indonesia Merdeka", dat in december 1976 wordt uitgezonden. De documentaire zorgt voor veel commotie. Nog maar zeven jaar eerder was het verdrongen koloniale verleden voor het eerst opengereten door wat als "de affaire Hueting" de geschiedenis inging: de onthulling dat ook Nederland zich tijdens de Indonesische onafhankelijkheidsstrijd schuldig had gemaakt aan oorlogsmisdaden. In die in 1976 nog openliggende wond strooide Kiers met zijn epos nieuw zout. Vijfentwintig jaar na de souvereiniteitsoverdracht bleek Nederland nog steeds grote moeite te hebben met de confrontatie met het eigen koloniale oorlogsverleden. Twaalf jaar later, toen ook Lou de Jong eindelijk was toegekomen aan de beschrijving van het Indische dekolonisatie-drama, zou blijken dat het trauma nog altijd niet overwonnen was. Indische veteranen spanden in 1988 een proces aan om De Jong te verbieden het woord "oorlogsmisdaad" te gebruiken bij zijn beschrijving van de misdrijven die door Nederlandse militairen waren gepleegd.

Wat Dick Verkijk in 1966 inzette met "Operatie Barbarossa", een traditie van historische tv-documentaires gemaakt door de VPRO, werd in feite afgesloten in 1981 door Roelof Kiers met "Mijn God wat hebben wij gedaan?" Kiers maakte in dit aangrijpende programma een portret van de bemanning van de Enola Gay, de bommenwerper die op 6 augustus 1945 om zestien minuten over acht 's ochtends de atoombom op Hiroshima afwierp.

Binnen de tang waarvan Barbarossa en Hiroshima de uiteinden vormen, wordt in de jaren zeventig door de VPRO-tv in zekere zin een alomvattende moderne geschiedverbeelding van Nederland gemaakt. "De twintiger en dertiger jaren" (1971), "Vastberaden, maar soepel en met mate..." (1974) en Indonesia Merdeka (1976) zorgden voor een grotendeels op mondelinge getuigenissen en archiefbeelden gebaseerde geschiedvertelling, die door de impact van het nieuwe medium en de vernieuwende vormen die gebruikt werden een wezenlijke bijdrage leverde aan een nieuwe kijk van het naoorlogse Nederland op het eigen recente verleden. De historische programma's die de basis vormen van deze website, OVT/Het Spoor Terug (anno 1984) en Andere Tijden (anno 2000), bouwen voort op de historische traditie die door de VPRO-tv in de jaren zeventig is gelegd.

Marnix Koolhaas
(Voor dit historisch overzicht is dankbaar gebruik gemaakt van het binnenkort te verschijnen boek van filmhistoricus Bert Hogenkamp: "Direct Cinema maar soepel en met mate - De VPRO Documentaire School 1969-1979." )