"Toen waren we nationale helden, nu worden w verguisd" Laatste reünie walvisvaarders Willem Barendsz

- Zoom
- "Een auto kan er onderdoor rijden"
Zaterdag kwamen ze voor de laatste keer bijeen: de mannen die in 1946 uit Amsterdam als helden wegvoeren op de walvisvaarder Willem Barendsz. Zij zorgden er destijds voor dat het door de oorlog verpauperde vaderland weer genoeg olieën en vetten op het bord kreeg. Ondanks het heldendom van toen, was de sfeer nu gemengd. Bijna allemaal beseffen ze dat er destijds ongemerkt aan hebben meegewerkt dat het grootste zoogdier ter wereld nu vrijwel is uitgestorven. Van vaderlandse held tot moordenaar van het symbool van de moderne milieubeweging - het kan verkeren.
HET SUCCES VAN DE FILM "WALVIS IN ZICHT"

- Zoom
- Jagerschip met geschoten walvis
Volgens de telling van de Nederlandse Bioscoopbond hebben destijds precies 400.331 mensen de film "Walvis in zicht" gezien. Op 2 oktober 1947 gaat hij in het Groningse Luxor-theater in première. De film verbetert het bezoekersrecord van "De Jantjes" uit 1934 ruimschoots.
Hoe is het mogelijk dat een door de overheid gefinancierde propagandafilm -want dat was "Walvis in Zicht"- jarenlang op de eerste plaats stond van best bezochte bioscoopfilms in Nederland? Zestig jaar na het uitvaren van de hoofdpersoon van de film, de walvisvaarder Willem Barendsz, kunt u de kaskraker die symbool stond voor het herwonnen nationale zelfbewustzijn na de oorlog integraal bekijken.
We schrijven zondagochtend 27 oktober 1946. Aan de kade van de Amsterdamse Droogdok Maatschappij aan het IJ klinkt om 8 uur 53 het commando “Alles los achter!” Een minuut later zet de Politiekapel het Wilhelmus in en beginnen de klokken van de St. Nicolaaskerk te beieren. Weer twee minuten later komt er beweging in de Willem Barendsz en klinkt er vanaf de kade een oorverdovend gejuich uit duizenden kelen: het eerste tastbare symbool van de naoorlogse herrijzenis van het vaderland is een feit.
Polygoon-Profilti is mee aan boord om in opdracht van de regering de eerste grote naoorlogse documentaire-film te maken. Als de Willem Barendsz vier maanden later en 13.000 ton traanolie rijker weer in het vaderland is teruggekeerd, monteert Polygoon onder de beelden van de vertrekkende Willem Barendsz de volgende tekst:
“Daar vertrekt immers niet alleen een walvisvaarder, daar vertrekt een symbool. Een symbool van Nederlands energie en werklust. Van Nederlands kunnen en van Nederlands wil om zelf de kastanjes uit het vuur te halen. Zelf het vet uit het water halen. Willem Barendsz staat er in grote witte letters op de achterboeg. Met z’n heelmeesters en z’n ambachtslieden, met zoveel andere lieden die uitmunten door de voortreffelijke eigenschappen waarmee de reputatie van ons land al zoveel eeuwen lang op de wereldzeeën geschreven werd.”
De film “Walvis in zicht” gaat op 2 oktober 1947 in première in het Luxor-theater in Groningen. Vanaf de première loopt het storm. Waar de film ook vertoond wordt, overal zijn de zalen lang van tevoren uitverkocht. Pas na 400.331 bezoekers stokt de teller. Het succes van “De Jantjes” uit 1934, tot dan toe de meest succesvolle Nederlandse film, is verre overtroffen. Zelfs in de hedendaagse top-100 van best bezochte Nederlandse films aller tijden prijkt “Walvis in zicht” nog op de 60e plaats: vlak na “Flodder 3”, maar nog net voor “Brandende Liefde.”
“Nu wel raak! We hebben een walvis gevangen, de eerste! Een blauw, groot vetreservoir. Op de Willem Barendsz hebben ze inmiddels de mouwen opgestroopt. De vangst moet aan boord. En daar hebben ze een mooi tangetje voor. Weegt maar 2000 kilo. Indrukwekkend komt het imposante monster aangegleden in de richting van het flensschip. De eeuwenoude strijd tussen mens en dier om het bestaan is weer gestreden. De kleine mens met z’n techniek is winnaar. Het tragisch grote dier is de verliezer. Dit is de prozaïsche Jonas van onze tijd.”
“Walvis in zicht” wordt het visuele symbool van de wederopbouw van het verwoeste vaderland. Eindelijk sprak Nederland weer een woordje mee op de wereldzeeën en dat wilde iedereen meemaken. Dat de naam van Willem Barendsz, die zelf nooit een walvis had gevangen maar slechts tevergeefs gezocht had naar een noordelijke doorvaart naar Indië, symbool werd voor de nationale herrijzenis was niet zo verwonderlijk. Het ging tenslotte om ontberingen in de poolstreken, en niet voor niets was Barentsz’ overwintering op Nova Zembla al in 1804 als eerste tafereel van nationale heroïek vereeuwigd op een schoolplaat.
“De aanval van de slachters is begonnen. De messen erin en dan maar snijden. Lange voren trekken ze door de rillende speklaag waaruit het traan traag op het dek sijpelt. De lieren gaan draaien en in grote lange lappen wordt het spek van de romp afgetrokken. De flensers lopen erachter als kleermakers met een tornmesje. Daar komt de onderkaak. Een flinke auto kan er gemakkelijk onderdoor rijden. De baleinen worden overboord gezet omdat er geen opslagruimte voor is. Overigens, nu de slanke lijn in de mode is, bestaat er toch niet zoveel vraag meer naar. Nu de kop nog een kopje kleiner en van de walvis blijft alleen nog een herinnering over.”
De film blijft niet onbesproken. Al snel na terugkeer van de Willem Barendsz schrijft het vlak na de oorlog nog zeer gezaghebbende (zelfs Wilhelmina was er op geabonneerd!) communistische dagblad De Waarheid over de erbarmelijke omstandigheden die aan boord geheerst zouden hebben. Ook de gebrekkige communicatie tussen de Nederlandse en de ingehuurde Noorse en Faeröerse zeelui (zij brachten de walvisvaartervaring mee!) zou tot levensgevaarlijke situaties geleid hebben. De verantwoordelijke ministeries (Visserij en Economische Zaken) ontkennen in alle toonaarden en verwijzen naar het tegelijk met het uitkomen van de film verschenen boek “Walvis aan stuurboord” van journalist Jaap Kolkman. Die was als embedded journalist avant-la-lettre voor een leuk bedrag met de Willem Barendsz meegevaren en heeft na thuiskomst het gewenste boek vol nationaal-ronkend pathos geschreven.
“De reis zit erop. Ze snakken naar een wereld met wat anders dan alleen baardige mannen. Ze zijn blij dat ze uit de Poolzee verdwijnen. Maar ook voldaan. Niet alleen om de verdiensten, maar vooral ook omdat ze weten dat ze daar diep in het Zuiden aan het einde van de wereld goed werk hebben gedaan. Zonder enige ervaring hebben ze bijna achthonderd walvissen gevangen en meer dan twaalfduizend ton traan geproduceerd. Twaalfduizend ton die we nu niet in het buitenland hoeven in te kopen. Voor dertien miljoen gulden is er bespaard aan deviezen. Hier zijn ze, die mannen. Henk en Piet en Willem en Jan en hoe ze allemaal ook mogen heten. Ze verlaten nu de IJszee na vier maanden hard werken, maar ze willen terugkomen. Elk jaar weer, om ook daarginds in de Zuidelijke IJszee Nederlands belang te dienen, en Neerlands naam hoog te houden!”
Maar dan verschijnt het boek “De eerste walvisvaart van de Willem Barendsz” van scheepsarts dr. A. Melchior. Uitgeverij Gottmer heeft hemel en aarde moeten bewegen om het nog altijd schaarse papier voor de uitgave te verkrijgen, want een beroep op het staatsrantsoen werd voor deze uitgave vanzelfsprekend afgewezen.
“Na de aanvankelijke berichten over de heerlijke reis en de prima stemming onder de opvarenden is, ondanks censuur op de berichtgeving, nu wel in de pers doorgedrongen dat er aan boord ongewenste toestanden hebben geheerst. Waar nu handig wordt gesuggereerd dat alle schuld door de buitenlandse opvarenden dient te worden gedragen, menen wij niet te mogen verbloemen dat zich op toestanden hebben voorgedaan, die wij –en gelukkig velen met ons- hebben gevoeld als een schande voor de Nederlandse vlag.”
Wat waren nu de misstanden die Melchior had meegemaakt? Vanaf de eerste dag was de scheepsarts in conflict gekomen met kapitein Visser, een Schiermonnikooger die van Melchior geen enkele bemoeienis duldde. De mannen moesten twaalf uur op en twaalf uur af en alleen wie echt niet meer op zijn benen kon staan mocht een bezoekje aan Melchior brengen.
“De bonus joeg hen allen voort! De bonus sloeg hen met blindheid, zodat ze in een prachtige, voortjagende, lenige walvis slechts honderdvijftig vaten traan zagen. Voor de bonus ploeterden ze vrijwillig, tot ze na hun twaalf uren werken niet veel anders wilden dan neervallen in hun vuile hutten en vette kooien zonder lakens. Verscheidene zelfs met hun stinkende blubberkleren nog aan, terwijl de met bloed en drek en vet beklodderde laarzen in een hoek verwijtend stonden te stinken als grafzuilen voor de beroemde Hollandse zindelijkheid.”
Over de slachtpartijen die zich aan boord afspeelden schreef Melchior:
“Dan komt de buik open. We zien de geweldige dikke en opgezette darmen zich tot ver boven onze hoofden opstapelen. En berg je, wanneer zo’n vlijmscherp flensmes ze even raakt. Zowel de gasvormige als de half vloeibare inhoud veroorzaakt een zwijnerij die alleen maar een walvisvaarder rustig en onverschillig over zich heen kan laten gaan, letterlijk over zich heen kan laten gaan. De stortvloed van vet, bloed en drek is bij dit rauwe bedrijf vaak zó machtig, dat niets, maar dan ook niets er tegen bestand is. Lachend en grollend verdragen ze alles, omhuld door wolken van damp uit het warme walvislijf.”
Anders dan het gesubsidieerde boek van Kolkman beleeft Melchior’s kritische beschouwing geen herdruk. De kritiek verstomde snel en de Willem Barendsz blijft jaarlijks op jacht gaan naar de vetpot in de Zuidelijke oceanen. De ervaring van de bemanning neemt toe en de vangsten stijgen. In 1955 wordt bij Wilton Feyenoord zelfs een geheel nieuw moederschip gebouwd, de Willem Barendsz II. Op dit schip kan ook het vlees, dat voorheen bij duizenden kilo’s tegelijk overboord werd gekieperd, tot houdbaar vleesmeel verwerkt worden.
Door overbevissing, vooral van Noren en Japanners die met veel meer walvisjagers actief waren, dalen de vangsten vanaf eind jaren vijftig dramatisch snel. Bovendien komen er genoeg plantaardige olieën op de markt, die bovendien veel gezonder zijn dan het dierlijke walvisvet. In 1964 verkoopt Nederland het resterende vangstquotum aan Japan. In de Internationale Walvisvaart Commissie, bedoeld om overbevissing tegen te gaan, ontpopt ons land zich binnen enkele jaren van een voorstander van de walvisvaart tot een fervente tegenstander. Als de oud-bemanningsleden in 1993 in het Scheepvaartmuseum een reunie houden, probeert Greenpeace de bijeenkomst te verstoren. Het kan verkeren: de nationale helden van de vaderlandse herrijzenis worden opeens beschouwd als de moordenaars van het symbool van de nieuwe milieubeweging…
Extra afbeeldingen
- Zoom
- Harpoenier op de Willem Barendsz
- Harpoenier op de Willem Barendsz
- Zoom
- "Een auto kan er onderdoor rijden"
- "Een auto kan er onderdoor rijden"
- Zoom
- Pinguin herdenkt gedode walvis
- Pinguin herdenkt gedode walvis
- Zoom
- "In grote lange lappen wordt het spek van de romp getrokken"
- "In grote lange lappen wordt het spek van de romp getrokken"
- Zoom
- flensers aan het werk
- flensers aan het werk
- Zoom
- Vertrek van de Willem Barendsz
- Vertrek van de walvisvaarder Willem Barendsz (1946)