Main Content

"Het blijft een bizar verhaal" Interview met Astrid Bussink over documentaire 'The Angelmakers'

  • 10 december 2007
Zoom

Lees hieronder het artikel van Maarten van Bracht. dit artikel is eveneens verschenen in de VPRO-gids 49.

"Het blijft een bizar verhaal"

Voor de vrouwen in het Hongaarse Nagyrév was vergiftiging door arsenicum een beproefde methode om van hun man af te komen. Tachtig jaar na dato doen dorpsbewoners hun verhaal in Astrid Bussinks documentaire The Angelmakers.

De Tisza, een grensrivier die van Oekraïne naar Servië loopt en onderweg ook door Hongarije stroomt, is berucht om haar vele overstromingen. Daarom is het dorpje Nagyrév, slechts via één toegangsweg en een veerpont bereikbaar, soms wel zes maanden per jaar van de buitenwereld afgesneden. De regio Tiszazug is een uithoek van Hongarije, de wereld is er met krantenpapier dichtgeplakt. De boerenbevolking is er dan ook niet bepaald voorlijk, de tijd is hier stil blijven staan.

Het dorp en omliggende gebieden vormden in de jaren '20 van de vorige eeuw, en waarschijnlijk ook al veel eerder, het mistroostige decor voor misschien wel vele honderden arsenicummoorden, meestal gepleegd door vrouwen die zich van hun echtgenoot wilden ontdoen omdat ze diens tirannie niet langer konden verdragen. Immers, wie niet sterk is moet slim zijn, en vergiftiging vormt een redelijk alternatief voor vrouwen die geen geweld kunnen gebruiken én zelf buiten schot willen blijven. Kleine hoeveelheden gif door zijn eten, en geen haan die er naar kraait. In Nagyrév en omgeving werd het een populaire methode om van mannen die alleen maar zopen, sloegen en niks uitvoerden af te komen.

Door op vliegenpapier, waarop in die tijd nog arsenicum was gesmeerd, water te gieten werd een giftig mengsel verkregen dat vervolgens aan manlief werd toegediend. In Nagyrév vormde 'tante Zsuszi', een doortastende vroedvrouw, de spil in het web. Zij kende de dorpse verhoudingen en greep waar nodig 'corrigerend' in. De omstandigheden waaronder de mannen stierven verdwenen opvallend vaak als 'epileptische aanval' in de boeken. In 1929 kwamen politie en justitie eindelijk in actie nadat in een anonieme brief beschuldigingen waren geuit. Graven werden geopend en lijkschouwingen uitgevoerd. Honderdveertig moorden werden officieel vastgesteld -het werkelijke aantal ligt vermoedelijk veel hoger. 51 Vrouwen werden opgepakt, van wie drie zelfmoord pleegden - de vroedvrouw bracht zich inderdaad met gif om het leven - en zes ter dood veroordeeld.

Isolement

Onder de kop Nagyrév: A 'Murder Corporation' maakte The Associated Press op 18 juni 1931 het volgende wereldkundig: 'Two self-made widows were hanged at dawn today in the prison at Szolnok for the murders of their husbands. People came from miles around to witness the executions. The condemned women bade tearful farewells last night to their friends and relatives.'
Over deze arsenicummoorden maakte Astrid Bussink (1975) in 2005 haar debuutfilm The Angelmakers, waarin oude inwoners van Nagyrév vertellen over wat zich destijds heeft afgespeeld, afgewisseld met sfeerrijke beelden van het dorpsleven die vooral een illustratie vormen van het primitieve isolement waarin de bevolking verkeert. De verstilde, bedrieglijk idyllische beelden van het omringende natuurlandschap hebben in deze context juist een alarmerende uitwerking: pas op, dit is schuldig terrein. De natuur zwijgt en de mensen hier hebben wat te verbergen.
Wanneer een in klederdracht gestoken meisje toekijkt hoe de vrouwen van het dorp een volksdansje uitvoeren - jong geleerd, oud gedaan - denk je als kijker: je zal daar opgroeien. Dit is haar voorland, dat kind komt er nooit meer weg.

Astrid Bussink: 'Ik had nog nooit over het onderwerp gehoord of gelezen toen ik het tegenkwam in een boek over vrouwelijke moordenaars. Wat was dat voor een gebied, waar jarenlang zo veel moorden konden worden gepleegd, en wat konden de bewoners daar na al die jaren nog over vertellen? Daarover wilde ik een film maken. Met bescheiden middelen, want het was een afstudeerproject en diverse mensen hebben belangeloos meegeholpen. Zelf ben ik een paar
maanden in Boedapest gaan wonen om de film voor te bereiden. De bewoners van Nagyrév zaten niet te wachten op nog meer journalisten en camera's, want de zaak was weer in de belangstelling gekomen door het boek van Béla Bodó [Tiszazug: A Social History of a Murder Epidemic uit 2002 -red], die grondig onderzoek heeft verricht. Daaraan heb ik nog wel wat feiten en aanwijzingen ontleend, maar de zaak ophelderen kon natuurlijk niet meer, na zeventig jaar. Mij
ging het dan ook om de sfeer daar, de entourage waarin dat allemaal heeft kunnen gebeuren. Toen de bewoners door hadden dat wij niet, als al die anderen, even snel een itempje kwamen draaien maar geruime tijd wilden blijven, werden ze toeschietelijker. Een paar besjes van in de negentig konden er nog uit de eerste hand over vertellen, dus je vraagt je dan af: in hoeverre waren ze er zelf bij betrokken? Maar het gaat nogmaals niet om de waarheid, die is toch niet meer
te achterhalen, maar hoe die zaak daar nog in het bewustzijn van de mensen voortleeft.'

Die scheikundeles over het element arseen was zeker in scène gezet?
'Nee, toch niet, alles in de film is authentiek. De lerares had dat onderwerp net twee weken voor onze komst behandeld, maar zei dat het in een afsluitende les nog eens aan bod zou komen. Die hebben we toen gefilmd. Je ziet dan dat wel wordt gezinspeeld op wat zich destijds heeft afgespeeld, maar er wordt niet openlijk over gepraat, omdat iedereen toch wel weet waarover het gaat.'

De symptomen van vergiftiging worden in de film ook heel plastisch beschreven. Iedereen was min of meer op de hoogte en toch kon het jarenlang doorgaan. Gedoogbeleid?
'In de jaren '20 was daar al eens onderzoek gedaan, maar politie en justitie hebben het er vervolgens bij laten zitten. Daaruit hebben de vrouwen vermoedelijk afgeleid dat ze toch wel ongestoord en straffeloos hun gang konden gaan. Nou, dat is wel gebleken.'

Ze konden toch scheiden in plaats van hun echtgenoot vermoorden?
'Scheiden deed je niet, dat was taboe. Uithuwelijken was toen heel normaal, men trouwde ook om heel praktische redenen. Daarna bleek eigenlijk pas of de echtelieden met elkaar overweg konden. Zo niet, dan brak de hel los. De vrouwen werden vaak mishandeld en vernederd door hun zuipende mannen, die meestal ook thuis niks uitvoerden. Er zijn verhalen over mannen die landbouwwerktuigen gebruikten om hun vrouwen - enfin, dat wil je niet weten. In de film zie je dat tegenwoordig wel veel vrouwen van hun man zijn gescheiden. Dat bevalt hun een stuk beter.'

De bewoners, vooral de vrouwen, vertellen vaak lacherig en laconiek over de moorden, alsof het een geslaagde grap betreft.
'Ja, je zou misschien wat meer terughoudendheid verwachten. Maar vermoedelijk is het een afweerhouding: Die vrouwen hebben zich steeds schuldig gevoeld, maar ook zo veel verschrikkelijks meegemaakt dat ze er heel lang niet over konden of wilden vertellen. En nu doen ze dat eindelijk wel. Hun beroerde situatie vormde destijds min of meer de legitimatie om die mannen om zeep te helpen en zo een eind aan te maken aan hun eigen ellende. Voor zulke vrouwen was dat de enige manier, en ze werden aangemoedigd en actief ondersteund door die vroedvrouw, die zich in het dorp een sterke positie had verworven. Dat is toen uitgegroeid tot een gebruikelijke praktijk, die bovendien van hogerhand werd gedoogd. De autoriteiten moeten hebben gedacht: ach, die achterlijke boeren in dat ontoegankelijke gebied, daar gaan we geen moeite voor doen. Laat die lui hun zaakjes maar zelf oplossen. Tot de zaak in 1929 toch aan het rollen kwam en alsnog werd ingegrepen. Het blijft een bizar verhaal.'