Main Content

De hemel voor schaatsliefhebbers Het Eerste Friese Schaatsmuseum

  • 21 februari 2007
Gauke Bootsma  van het Schaatsmuseum Hindeloopen, samen met Henk Kroes
Zoom
Gauke Bootsma van het Schaatsmuseum Hindeloopen, samen met Henk Kroes

De avond van de Elfstedentocht wordt uitgezonden vanuit het Eerste Friese Schaatsmuseum in Hindeloopen. Kees Sluys van de VPRO Gids nam er een kijkje en keek zijn ogen uit.

De hemel voor schaatsliefhebbers

Wie met zijn auto gewoon de weg volgt komt niet in, maar net buiten Hindeloopen terecht. Op een parkeerplaats tegenover de scheepswerf. Later zal blijken dat je – natuurlijk – ook per auto in het stadje kan arriveren, maar wat zou het. Na een paar minuten betreden we een souvenirwinkel aan de Kleine Weide, kopen à 1,50 euro een kaartje voor het museum en worden geacht het verder lekker zelf uit te zoeken. Eerst de winkel door, dan betreden we het Friesch Schaatsmuseum.

Om de een of andere reden heeft bij ons het idee postgevat dat je hier binnen een mum van tijd weer buiten staat, maar de liefhebber vindt er zoveel van zijn gading dat een verblijf van een uur aan de korte kant is. Werkelijk honderden schaatsen hebben een plek in de diverse vitrines gekregen en de variëteit aan soorten en maten is verbazingwekkend: ‘vioolvorm’, ‘rechte vorm’, ‘tapse vorm’, ‘uitgewerkt voetblad’. En neem die prachtige krullen van de IJsselmonderschaatsen (1875-1930). Of van de Noord-Hollander (rond 1900). Ooit van Ruiter schaatsen gehoord? Dat was een grote fabriek uit Akkrum, die ook de schaatsen voor diverse Elfstedentochtwinnaars leverde.

En dan al die buitenlandse modellen. Amerikaanse houten kunstschaatsen met als specifiek kenmerk de koperen pootjes (rond 1900). Maar ook Engelse schaatsen, de Puntschaats uit Duitsland (19e eeuw) en niet te vergeten dat andere produkt van Duitse bodem: de Brennmoorschaats.

Opvallend groot blijkt de schoenmaat van de noren waarmee langebaanrijder Dolf van der Scheer in 1930 en 1931 enige furore maakte. En helemaal bijzonder is de ‘tweewielige wegschaats’ uit 1926 van Teun Boot. Je had toen dus ook al ‘skeeler’-wedstrijden! Niks nieuws onder de zon.

Piet Kleinebrechen

Na de algemene afdeling slaan we rechtsaf het Elfstedenmuseum in, oftewel: ‘Tentoonstelling 90 jaar Elfsteden.’ Daar klinkt de stem van Mart Smeets. Op het televisietoestel in de hoek – vlakbij de vitrines met de klapschaats (hoort die strikt genomen wel in het Elfstedenmuseum thuis!?) – is een gesprek gaande over de tocht van 1956. Berucht omdat vijf man tegelijk door de finish kwamen: ‘het verbond van Vrouwbuurtstermolen’.

Veel krantenknipsels over de diverse Tochten. Uitslagenlijsten, affiches, stempelkaarten. Oorkonde’s, armbanden van rayonhoofden, bekers, medailles, Elfstedenkruisjes, een manshoge foto op karton van tweevoudig winnaar Evert van Benthem. Elfstedenpostzegels. De eerste, houten, schaatsjes van Henk Angenent, de laatste winnaar. Natuurlijk missen we de bevroren rechterteen van Tinus Udding niet, de nummer 31 van 1963. Netzomin als de houten schaatsen waarop Henk Kroes diezelfde tocht reed, maar niet volbracht; hij kwam tot Franeker.

We zien een speciale vitrine over ‘Vrouwen in de Elfstedentochten’ en leren dat geen van de gestarte vrouwen in 1963 aan de finish geraakten. Meike de Vlas kwam tot Vrouwbuurtstermolen, G. van Staal en Annie Dooper niet verder Harlingen. Interessant stuk is natuurlijk ook de stempelkaart van W.A. van Buuren. Zijn schaatsen overigens, zo lezen we, ‘tot maart 2007 uitgeleend aan museum Schoonewelle te Zwartsluis’.

Mooi ook al die vitrines van bekende Elfstedenwinnaars en andere rijders. Rein Jonker, Jan Eise Kromkamp, Jos Niesten, Jan Kooiman, mannetjesputters van de laatste decennia. Piet Kleine, de stempelpostmisser, naar wie in Hindeloopen een bruggetje werd genoemd: het Piet Kleinebrechen. Het schaatspak van Fausto de Marreiros. Ach ja! Helemaal vergeten dat de Portugese Nederlander tiende werd in de laatste tocht.

Al die groten van vroeger: Auke Adema, Cor Jongert, Piet Keizer, Dirk van der Duim, Abe de Vries, Sipke Castelein, Coen de Koning, Jan Dirk van der Weg, Jan Ferwerda, Gerlof van der Ley. En dan Minne Hoekstra, de eerste winnaar ooit, in 1909. In diens overlijdenskrantenstukje lezen we dat met hem op 56-jarige leeftijd ‘een van de bekendste Friesche predikanten is heengegaan.’

Ook de oorlog ging aan de Tocht niet voorbij. Neem Fokke van der Heide. Hij werd vierde in 1929, 15e in 1940, 56e in 1941, en deed mee aan de toertochten van 1954, 1956 en 1963. In zijn kast hangt een op 1 juni 1942 gedateerde brief van de vereeniging De Friesche Elf Steden, waarin hem de zilveren medaille werd toegestuurd, ‘door U als vijfde prijs behaald in de op 30-1-1940 gehouden Friesche Elfstedentocht.’

‘Wij hadden U liever dit eeremetaal in een feestelijke bijeenkomst persoonlijk ter hand willen stellen, en hebben daarop deze uitreiking ook laten wachten, maar een en ander heeft moeten afstuiten op de groote moeilijkheden, welke zich in de huidige tijdsomstandigheden te dien opzichte voordoen.’

Ook wetenswaardig: de Tolhúster Elfstedentocht 1929, georganiseerd door drie Leeuwarder caféhouders. Twee weken na de officiële, zeer barre, tocht die door Leemburg, ten koste van een later op sterk water gezette grote teen, werd gewonnen kwam winnaar Maarten van der Kooi in 10.32 binnen. Toch 37 minuten sneller dan Leemburg.

Japanners

Al dit fraais is in 35, 40 jaar tijd verzameld door Gauke Bootsma, zelf in de jaren zestig een verdienstelijk kortebaanrijder. We spreken hem nog even in het belendende café (alles zit hier onder hetzelfde dak) waar men een goede pannekoek kan eten. Even, want hij moet zo weer ‘geld verdienen’. Dat doet hij met zijn Hindelooper schilderwerk. Een wereldberoemd ambacht dat vandaag ook een drietal Japanners naar de zuidwesthoek van Friesland heeft gelokt. Zijn overvolle museum zou trouwens nog veel voller kunnen zijn. Er ligt nog van alles in depot en steeds zijn er weer mensen die hem, vaak uit de meest onverwachte hoeken, nieuwe stukken aanbieden.

Na de onderbreking keren we nog even terug. Ach ja, de kapotte schaats van Van Benthem waarop hij toch nog won! Reinier Paping, Jeen Nauta, Jan van der Hoorn, Klasina Seinstra, Jeen van den Berg, noem ze allemaal maar op. Prachtig. Alleen die voortdurende herhaling van het item over 1956 begint een beetje op de zenuwen te werken. Toch te lang gebleven?