Main Content

Eén van de 125.000 Nederlandse liederen We gaan naar Rome!

  • 3 juli 2007
We gaan naar Rome. Klik op de foto om de tekst te lezen
Zoom
We gaan naar Rome. Klik op de foto om de tekst te lezen

Vorige week is de Liederenbank met ruim 125.000 Nederlandse liederen digitaal toegankelijk gemaakt. Hier is ook het beroemde voetballied We gaan naar Rome uit 1934 in ondergebracht. ‘En Mijnders, Wels, zoo goed als Smit, zingen om de beurt: Hij zit!’ Wie zijn toch al die voetballers, die hier bezongen worden? /Geschiedenis blaast één van de 125.000 liedjes leven in.

Eén van de 125.000 Nederlandse liederen

DOOR JURRYT VAN DE VOOREN

Het Oranje-lied ‘We gaan naar Rome’ diende als aanmoediging om de finale te spelen op het WK van 1934, maar na één verloren wedstrijd was het voorbij. Nederland ging weer naar huis.

Er komen veel namen voorbij in deze tekst. Allereerst wordt Wim Bakhuys genoemd, maar dat is merkwaardig. Het is toch echt Bep of Beb: de beste Nederlandse spits van voor de Tweede Wereldoorlog. Op dit WK kwam hij echter niet tot scoren.

Er wordt gezongen over Vente, die zijn kanjers meeneemt. Dat betreft Leen Vente, die in 1934 tegen België vijf doelpunten maakte - tot op vandaag een (gedeeld) Nederlands record. Nog nooit is een Nederlandse voetballer er namelijk in geslaagd zes of meer keer te scoren in een interland.

Daarna volgen Mijnders, Wels, zoo goed als Smit: Kees Mijnders, Frank Wels en Kick Smit. Wels is de enige Nederlandse international, die nooit in de hoogste divisie heeft gespeeld, dus tegen zijn Oranje-genoten. In 1934 gaf hij de voorzet, die leidde tot de beroemde Kopbal a la Bakhuys. En Smit werd uitgeroepen tot Haarlems sportman van de eeuw. Tevens was Kick naamgever van stripheld Kick Wilstra, samen met Abe Lenstra en Faas Wilkes.

Er volgt dan een regel over Jan de, Wit, maar dat was geen voetballer - in ieder geval niet in het Oranje van 1934.

Puck van Heel was in die jaren aanvoerder van zowel Oranje als Feyenoord en toentertijd recordinternational. Hij debuteerde in Oranje als speler van het tweede van Feyenoord, en was sindsdien vaste kracht in Rotterdam en bij Oranje.

Wim Anderiesen van Ajax speelde namens de Amsterdamse club de meeste interlands voor de Tweede Wereldoorlog. Henk Pellikaan kwam uit voor LONGA in Tilburg en werd later lid van de Keuze Commissie van de KNVB, die verantwoordelijk was voor de selectie van Oranje. Ook werd Pellikaan nog belangrijk in het Nederlandse tennis.

De Keeper is de doelman en dat was Géjus van de Meulen van HFC, alhoewel de andere elftalspelers liever iemand anders hadden gezien op het WK. Maar toen hielden de spelers hun mond nog.

Met Weber werd Mauk Weber aangehaald – en niet Jaap. Als hij minder tijd in biljarten had gestopt, had hij meer dan 27 interlands gespeeld. Na zijn spelersloopbaan werd hij trainer van drie clubs tegelijk. Van Run had een voornaam: Sjef. Dat klinkt niet Fries en dat klopt: Van Run was geboren in Den Bosch en speelde voor PSV.

Dan over naar de begeleidende staf. Karel Lotsy was de baas van de Keuze Commissie, en zou later voorzitter van de KNVB worden. Bob is Bob Glendenning, de bondscoach. Niet dat hij mocht zeggen wie er speelde, want dat had Lotsy en zijn Keuze Commissie al gedaan. Han Hollander tot slot was de radioverslaggever van de AVRO, die het hele feest van dichtbij meemaakte.

BLOEMKOOL

Rome zat er niet in, omdat het toernooi na één wedstrijd was afgelopen. Het was dus snel weer naar huis, naar de bloemkool en de spruiten. Ook voor Kees Mijnders, die van alle bezongen spelers het langst zelf kon meezingen. In april 2002 stierf hij en daarmee een geheel voetballied. Hij was de laatste international van dit WK en dit lied, die is overleden.

Helaas speelde hij geen minuut in Italië wegens een blessure, maar hij zou altijd zijn herinneringen blijven houden aan dit WK.

Het is zomaar een liedje van de 125.000 uit de enorme Liederenbank. Neus er zelf ook eens in.