Main Content

Bestevaer blijkt in de Ruyterjaar multicultureel slavenvriend De Ruyter als rolmodel

  • 16 maart 2007
Michiel de Ruyter
Zoom
Michiel de Ruyter

Het rechtgeaarde jongenshart ging er sneller van kloppen. Jawel. Zo wilde hij ook zijn, als Michiel de Ruyter, de held uit het liedje ‘In een blauw geruite kiel’. Het waren de jaren vijftig en Nederland was nog flink en sterk. Jongens waren voornamelijk belhamels met een hart van goud. Ze leken op Sietse en Hylke Klinkhamer en Dik Trom. En natuurlijk hadden ze ook wat weg van de wildebras Michiel, die in de zeventiende eeuw de school verliet om in masten te klimmen, maar uiteindelijk toch goed terecht kwam als ‘de redder van het vaderlant’.

Bestevaer blijkt in de Ruyterjaar multicultureel slavenvriend

Als het even kan, moet het weer zo worden in Nederland, moeten jongeren geen voorbeeld nemen aan dissende rappers, maar aan Bestevaer, zoals ‘vader’ De Ruyter ook wel genoemd werd. Dat althans is een van de doelstellingen bij de herdenking van het 400ste geboortejaar van de Ruyter die vrijdag 23 maart op plechtige wijze van start gaat in Vlissingen. De Ruyter krijgt een heldenrol toegedicht bij de moderne burgerschapsvorming. In lespaketten is te lezen hoe eenvoudig en sociaal hij was, hoe onkreukbaar en onregentesk in een corrupte tijd. Niet de militaire krachtpatser, maar de multiculturele slavenvriend verdient anno 2007 onze aandacht, als we het lesmateriaal moeten geloven.

Het leven van De Ruyter rechtvaardigt zo’n voorbeeldfunctie tot op zekere hoogte. Hij schijnt inderdaad stoer en rechtschapen te zijn geweest in zijn jonge jaren, maar ook nogal bedenkelijk avontuurlijk aangelegd. Hij was het type dat in ‘zijn jonktheid nergens toe dacht als ter zee varen’, schreef zijn zeventiende-eeuwse biograaf Gerard Brandt. Het levensverhaal van De Ruyter is welbeschouwd het sprookje van krantenjongen tot geldmagnaat, maar dan op zijn Hollands en op zijn zeventiende-eeuws. Zijn vlaggenschip was zijn wolkenkrabber. De Ruyter was -- als zeehandelsman -- op zijn vijf-en-veertigste binnen en wilde toen het vaderland riep eigenlijk gaan rentenieren. Held tegen wil en dank, dat was zijn bestemming. Als admiraal wist hij in drie zee-oorlogen de Engelse vijand te trotseren. Vooral aan de tocht naar Chatham in 1667 tijdens de tweede Engels-Nederlandse Oorlog -- toen de ketting over de Theems werd stukgevaren door een kloek Hollands schip -- dankt hij zijn faam.

De Ruyter was al in de zeventiende eeuw een held. Zijn nationale grootheid werd midden negentiende eeuw nog eens benadrukt. De schrijver Busken Huet schreef dat ‘geen Nederlands admiraal en burger ooit gewigtiger diensten bewees aan zijn geboortegrond’ dan De Ruyter. In diezelfde tijd dichtte Anton L. de Rop ook het lofliedje met de bekende strofe ‘In een blauwgeruite kiel’. Daarin werd een held neergezet, zoals helden uit het ouwe gouwe Nederland moesten zijn: kloek, onversaagd en dolgelukkig met een reepje kwatta en een aai over de bol van moeder. Of zulke rolmodellen van heldendom en beloning nu nog jongeren kunnen motiveren? Het De Ruyterjaar zal het leren.