Na zestig jaar geheimhouding Nazi-archief eindelijk openbaar
Vanaf vandaag is het nazi-archief in het Duitse Bad-Arolsen na zestig jaar geheimhouding opgengesteld voor publiek. Het archief bestaat uit 50 miljoen pagina's met onder meer de administratie van concentratie- en werkkampen, transportlijsten en lijsten van omgekomenen. Het archief bevat informatie over ruim 17 miljoen slachtoffers.
Na zestig jaar geheimhouding
Het archief is van de International Tracing Service (ITS), de afdeling van het Internationale Comité van het Rode Kruis en wordt gefinancierd door de Duitse regering. Tevens houden elf landen toezicht op het archief. Pas nu heeft het laatste land, Griekenland, zijn handtekening gezet onder het verdrag tot openbaarmaking van het archief.
De ITS werd in 1943 opgericht in Londen door het Rode Kruis op initiatief van de Geallieerden. De naam, International Trading Service, kreeg het in 1955. Na de Tweede Wereldoorlog kreeg de ITS de beschikking over alle archieven uit de concentratiekampen.
De toegang tot het archief is zestig jaar lang beperkt gebleven tot het Rode Kruis, dat de archieven gebruikte om nabestaanden te helpen bij hun zoektocht naar vermisten. Ondanks de druk van vooral de VS, Frankrijk en Nederland om onderzoekers toegang te geven tot het archief, hield Duitsland de deuren uit privacyoverwegingen gesloten. Vorig jaar gaf Duitsland toestemming de archieven te openen en daarmee moesten alle elf landen het verdrag tot openbaarmaking ondertekenen.
