Start parlementaire onderzoekscommissie onderwijsvernieuwingen Van Kemenade nog steeds fan van middenschool

- Zoom
- Jos van Kemenade
De parlementaire onderzoekscommissie onderwijsvernieuwingen gaat vandaag van start. De basisvorming, de Tweede Fase met het studiehuis en het vmbo: allemaal onderwijsvernieuwingen van de afgelopen 15 jaar die op grote kritiek zijn gestuit in het onderwijs. Daarom wordt er nu een parlementair onderzoek gehouden om, volgens de onderzoekscommissie zelf: "inzicht te verwerven in succes- en faalfactoren van recente en lopende onderwijsvernieuwingen." De commissie begint vandaag met het horen van oud-politici en mensen uit het onderwijs, die betrokken waren bij de vernieuwingen. Jos van Kemenade werd vandaag als eerste gehoord. Hij was minister van onderwijs in het kabinet-Den Uyl (1973-1977) en de man van de middenschool, waarop de basisvorming voorborduurde. Volgens Van Kemenade hadden alle vernieuwingen succes kunnen hebben, mits er maar voldoende tijd voor was uitgetrokken. Van Kemenade zei nog steeds voorstander te zijn van de zogenoemde middenschool.
Start parlementaire onderzoekscommissie onderwijsvernieuwingen
Een korte geschiedenis van de onderwijsvernieuwingen van de laatste 15 jaar:
In 1993 werd de basisvorming ingevoerd: de eerste drie jaar krijgen alle leerlingen, ongeacht hun niveau, dezelfde vakken. In 2006 wordt de basisvorming weer afgeschaft.
De basisvorming was een alternatief voor het idee van de middenschool. Deze middenschool, het stokpaardje van de PvdA in de jaren zeventig, was een soort verlenging van het basisonderwijs. Kinderen van 12 tot 15 jaar zouden allemaal hetzelfde onderwijs volgen, en daarmee hun studiekeuze nog een paar jaar kunnen uitstellen. Dit zou volgens de PvdA definitief zorgen voor het einde van het standenonderwijs. De middenschool is er echter nooit gekomen.
In 1998 wordt de tweede fase ingevoerd. Leerlingen kiezen geen vakkenpakketten meer, maar hebben de keus uit vier profielen. Ook wordt het 'studiehuis' ingevoerd, waarin leerlingen zelfstandig moeten werken, in groepjes en minder klassikale lessen.
In 1999 werd het vmbo (voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs) ingevoerd, waarin de mavo, het vbo en het speciaal onderwijs in werden samengevoegd.
Samen met het vmbo en de tweede fase ontstond het begrip 'het nieuwe leren': leerlingen werken zelfstandig en krijgen minder klassikaal les. Dit is de enige onderwijsvernieuwing die niet van bovenaf is opgelegd.