Populisme is vooral een politieke stijl, leert de geschiedenis Mussert, boer Braat en Boer Koekoek gingen Rita voor
'De fut is eruit, en daarom zijn wij gekomen'. Deze woorden hadden zomaar uit de mond van Rita Verdonk kunnen komen. Maar ze werden midden jaren dertig gesproken door Anton Mussert, de voorman van de NSB, die zijn partij -- want om parallellen zit de geschiedenis soms niet verlegen -- ook al een beweging noemde. Populisme blijkt vooral een politieke stijl, leert de geschiedenis.
Populisme is vooral een politieke stijl, leert de geschiedenis
Vergelijkingen trekken in de geschiedenis. Kan dat? Want mag je de populisten uit de politiek van nu wel vergelijken met die van vroeger? Het antwoord op die vraag is even eenvoudig als leerzaam. Er zijn gelijkenissen en er zijn verschillen tussen de volkse politici van voor de oorlog en van heden. De belangrijkste overeenkomst, zegt historicus Koen Vossen, is gelegen in de 'politieke stijl'. Niet de inhoud, maar de vorm bindt politici als Fortuyn, Geert Wilders en Rita Verdonk aan Mussert, de voorman van de NSB, die net als zij het Nederlandse volk van de oude knellende politieke banden wilde bevrijden. In dat opzicht is de zogenoemde 'nieuwe politiek' allesbehalve nieuw.
Het zich afzetten tegen Den Haag, 'de politiek' die niemand vertegenwoordigt, een van de populistische hoofdkenmerken, aldus Vossen vinden we bij Mussert, maar ook bij een zonderling als Arend 'boer Braat', die in de jaren twintig voor een agrarische 'beweging' in de Kamer zat. In zijn speeches hekelde hij de breedsprakigheid en de ingewikkelde procedures in de politiek. Een ander kenmerk van de 'nieuwe' populistische stijl in de politiek is wat Vossen noemt 'de verheerlijking van het volk', dat door de linkse intellectuelen een 'vals bewustzijn' zou zijn aangepraat. Populisten presenteren zich altijd als 'de ware stem des volks'. Verdonk verschilt wat dat betreft niet wezenlijk van haar verre voorgangers. In dit verband moet volgens Vossen ook Hendrik Koekoek genoemd worden, de leider van de boerenpartij, die in de jaren zestig op het hoogtepunt van zijn parlementaire loopbaan schijnbaar vanuit het niets zeven kamerzetels haalde. Koekoek vond dat hij werkelijk wist wat onder de mensen leefde, Den Haag begreep daar niks van, vond hij.
Misschien wel de belangrijkste wezenstrek van het populisme noemt Vossen het propageren van het charismatisch leiderschap. Mussert noemde men den 'Den Leider'. En hij werd daadwerkelijk bewonderd. 'Wat een vaart zit er in die man', oordeelde zijn secretaresse. Ook in de boerenpartij bestond het talent tot georganiseerd en gearrangeerd loven en prijzen van de voorman. Er werd zelfs indertijd al gesproken van een 'Koekoekcultus'. De Rotterdamse politicoloog R. van Schendelen reserveert voor dit soort bewegingen derhalve de term 'One Boss-party'.
Typerend voor het populisme in de politiek, is ook 'de afkeer van organisatie en professionalisering'. 'Het ideaal is beweging', zegt Vossen, 'want door daar voortdurend op te hameren zet je de "oude politiek" vanzelf neer als verstard, futloos en daadkrachtloos'.
De geschiedenis leert overigens dat de populistische leiders komen en gaan. Kwam boer Koekoek in 1963 met ketelmuziek in de Kamer, in 1981 verdween hij met zijn 'Rechtse Volkspartij' geruisloos uit de kamerbanken. 'Maar van hem kun je nog zeggen dat hij het eigenlijk opmerkelijk lang volgehouden heeft', aldus Vossen. De meeste politieke populisten bleven rommelen in de marge en maakten vooral groots lawaai, zoals Louis Jules Rudolf (Rolly), 'ridder' van Rappard. Deze behoudende conservatief probeerde in 1963 tevergeefs in de Kamer te komen met zijn heropgerichte 'Liberale Staatspartij'. Acht jaar later haalde hij het met zijn 'Nederlands Appél' opnieuw bakzeil. De leus 'Voor fatsoen - Van Rappard' en programmapunten als 'beperkte preventieve censuur', 'ontwikkelingshulp voorzover in het belang van Nederland' en 'stoppen met de toelating van buitenlandse werknemers', sloegen destijds in Nederland niet aan.
Zondag in OVT een gesprek over de geschiedenis van het politieke populisme, met historicus Koen Vossen en met socioloog en publicist Dick Pels
