Main Content

De nasleep van de oorlog in de politiek Vuistslag voor foute boerensenator in 1966

  • 5 oktober 2007
Hendrik Adams na zijn eerste vergadering als Eerste Kamerlid op 4 oktober 1966
Zoom
Hendrik Adams na zijn eerste vergadering als Eerste Kamerlid op 4 oktober 1966

Als we aan de doorwerking van de oorlog in de politiek denken, denken we altijd aan Willem Aantjes, de fractievoorzitter van de ARP, wiens politieke kop rolde in 1978 vanwege zijn verzwegen lidmaatschap van de Germaansche-SS. Maar al ver voor de zogenoemde affaire Aantjes kende Nederland een affaire met een foute politicus, die vanwege zijn oorlogsverleden niet in de politiek zou thuishoren. Het leidde in 1966 tot een vuistslag in de gebouwen van de plechtstatige Eerste Kamer. De geschiedenis van een vergeten affaire.

De nasleep van de oorlog in de politiek

‘Briesend van woede kwam hij de koffiekamer van de Eerste Kamer binnen en stormde op mij af. “Jij proleet….” schreeuwde hij onder andere. En toen heb ik hem een vuistslag gegeven.’ Aan het woord is de bijna 90-jarige VVD-er van het eerste uur, ir. Jan Baas. Nog zeer helder staat hem dat moment op de 20e september 1966 voor de geest. `Want’ zo zegt Baas, `waar vuur is moet je meteen blussen’.

Hendrik Adams was juist daarvoor geïnstalleerd als Eerste Kamerlid voor de Boerenpartij. Zijn collega voor de VVD Jan Baas vroeg direct na de installatie het woord aan kamervoorzitter Mazure. `Voor een persoonlijk feit’ zoals dat in het jargon heette. In zijn betoog voor een voltallige Eerste Kamer lichtte Baas het doopceel van Hendrik Adams, die hij nog uit de oorlog kende. Adams had nationaal-socialistische sympathieën en had onder meer een stuk geschreven in het meest antisemitische periodiek dat Nederland ooit heeft gekend, de Misthoorn. Adams schreef daarin over ‘kromneuzige leiders, die ons volk doelbewust offerden op het altaar van de Engels-Joodsche belang’.

Baas legde de Kamer uit waarom hij het kamerlidmaatschap van zijn voormalige leraarcollega niet kon accepteren. Zowel hij als Adams hadden in de oorlog les gegeven op de Rijkslandbouwwinterschool in het Drentse Emmen. Tijdens een lerarenvergadering op die school was een debat ontstaan over de politieke ideeën van Adams, waarmee, hij, Baas, zich niet kon verenigen. Hendrik Adams had Baas toen de woorden toegevoegd: `Ik, Adams, zal ervoor zorgen, dat jij zo spoedig mogelijk wordt gedeporteerd’.

Adams werd na de oorlog veroordeeld wegens collaboratie en verloor voor tien jaar het kiesrecht. `Dat hij thans weer gaat optreden als afgevaardigde verontrust mij ten zeerste’. Zo hield Baas de Kamer voor en hij kwam tot de conclusie dat Adams niet op zijn collegiale omgang kon rekenen.

Daarop volgde het incident met de vuistslag. De dagen daarna was de affaire Adams voorpaginanieuws en kwamen steeds meer nieuwsfeiten over de rol van Adams in de oorlog boven tafel. Twee weken later, op 4 oktober 1966 mocht Adams zich in de Eerste Kamer verdedigen. Hij verklaarde nooit verraad te hebben gepleegd en zag de aanval van Baas als een hetze tegen de Boerenpartij. De woordvoerders van de andere fracties gaven aan dat van enige samenwerking met Adams geen sprake kon zijn. Op 7 oktober 1966, tijdens een partijvergadering van de Boerenpartij in Assen, deelde partijleider boer Koekoek omfloerst mee dat Hendrik Adams zich zou terugtrekken uit de Eerste Kamer, op grond van een onwettige en onwaardige bejegening in een vijandige sfeer.
Nadat bleek dat ook vertegenwoordigers van de Boerenpartij in de gemeenteraden van nationaal-socialistische sympathieën werden beschuldigd, ontstond er beroering in de partij. Verschillende leden namen het partijleider Koekoek kwalijk dat hij Adams bleef verdedigen. De roep om democratisering van de partij en om een einde aan de Koekoekcultus haalde niets uit. Talloze leden zegden hun lidmaatschap op. Het eerste schisma in de Boerenpartij was geboren.

`Aan de teloorgang van de Boerenpartij heb ik dus onbedoeld meegewerkt’ concludeert Jan Baas met enige ironie in zijn stem.

Zondag in OVT, om 10.07 uur, een gesprek met Jan Baas