Main Content

Enige Nederlandse bokser met olympisch goud Honderdste geboortedag Bep van Klaveren

  • 25 september 2007
Luc van Dam en Bep van Klaveren op 5 september 1947
Zoom
Luc van Dam en Bep van Klaveren op 5 september 1947

Op 26 september 1907 werd Bep van Klaveren geboren, de legendarische bokser uit Rotterdam. Dat is woensdag exact een eeuw geleden. Juist met dit eeuwfeest leidt hij de verkiezing tot Grootste Rotterdammer, ver vóór Erasmus en Pim Fortuyn. Het is daarom zo goed als zeker dat hij over twee weken zal worden uitgeroepen tot de Grootste Rotterdammer. Niet voor niets, want in 1928 won Van Klaveren goud op de Olympische Spelen in Amsterdam. Daarmee is hij de enige Nederlandse bokser ooit, die deze prijs wist te winnen. Aan dit artikel zitten filmbeelden van de bokser uit 1934, 1938 en 1948. In het laatste geval gaat het om zijn vertrek naar het buitenland, vlak nadat hij zijn bokstitel had verloren aan Luc van Dam. Dat gevecht wordt hieronder gereconstrueerd.

Enige Nederlandse bokser met olympisch goud

Precies zestig jaar geleden, 10 augustus 1947, stond een bijzondere bokswedstrijd op het programma. Nederlands kampioen middengewicht Luc van Dam verdedigde zijn titel tegen de legendarische Bep van Klaveren. Het gevecht vond plaats in het Feyenoord Stadion en het Parool omschreef het als de eerste grote thriller in de Nederlandse bokswereld van na de oorlog.

Boksjournalist F.G. Bouwens blikte gretig vooruit in het weekblad 'Sport': ‘Men kan een enerverend gevecht verwachten tussen een jonge, voorzichtige, maar toch gevaarlijke technicus en een boksveteraan met geweldige routine.’ De veertigjarige Van Klaveren stond voor het veteranendom en de routine. Op de Olympische Spelen van 1928 had hij de gouden medaille bij het vedergewicht gewonnen en daarna carrière gemaakt in de Verenigde Staten. In die tijd verwierf hij de bijnaam The Dutch Windmill.

Luc van Dam was dertien jaar jonger en behaalde in 1940 zijn nationale titel. De eerste jaren na de oorlog had hij het echter moeilijk en daarom zocht hij revanche. Hij voerde graag een rustig en doordacht gevecht, waarin hij berekenend reageerde op de zwakke punten in de tactiek van de tegenstander. Deze titelstrijd was voor Van Dam niet alleen voor het behoud van de kampioenssjerp, maar ook om zijn internationale carrière een impuls te geven.

De twee kemphanen bereidden zich zorgvuldig voor op de 'match van het jaar'. Van Klaveren zat met enkele andere topboksers bij de IJsclub in Kralingen, terwijl Van Dam was neergestreken in manege 'Bosch van Bredius' in Bussum. De trainingen waren bijzonder, omdat de wedstrijd zelf ook bijzonder was. Trainer Theo Huizenaar van Van Klaveren zei hierover: “Men moet wel begrijpen dat het er op aankomt aan de buitenlucht te wennen. Want dat is zeker; in de buitenlucht boksen is oneindig veel zwaarder dan in een zaal.”

Dat dit zo zwaar was verbaasde de verslaggever van Sport in grote mate. ‘Eigenaardig eigenlijk dat bokswedstrijden die niet in een rokerige en bedompte ruimte worden gespeeld
zoveel meer eisen stellen aan het weerstandsvermogen.’

Al tijdens de trainingen werden de verschillen tussen de twee boksers goed zichtbaar. Van Klaveren werkte voornamelijk aan zijn kracht, waar Van Dam oefende op uithoudingsvermogen. De Rotterdammer bokste tegen zijn partners en liep erg veel; Van Dam klom in bomen en bereed paarden.

Op 10 augustus betraden de twee de ring in een met 16.000 mensen gevulde Kuip. ‘In de ene hoek Van Klaveren’, schreef het Parool, ‘bruin, opgewekt en levendig, knipogend in alle
richtingen, in de andere hoek Van Dam, wat bleker, rustig glimlachend naar vrienden, waakzaam als een jachthond. Toen werd het doodstil. De gong... Helpers weg, eerste ronde.’

Van Klaveren zocht naar gaten in de verdediging van zijn tegenstander, maar Van Dam hield moeiteloos stand. Dit vuistschermen stond op een bijzonder hoog niveau, totdat de zevende
ronde een onverwachte wending kreeg. De Parool-verslaggever zag het volgende: ‘Van Dam plaatste een rechtse hoek, raakte in een heftige slagwisseling, boog naar voren om nogmaals rechts te stoten. Op hetzelfde moment kromde Van Klaveren het lichaam voor de ontlading van een snelle kopstoot, botste hard met zijn hoofd tegen Van Dam's wenkbrauw en nog eens! Geen opzet. Bloed stroomde Van Dam over het gezicht. De scheidsrechter staakte het gevecht. Luc van Dam stampvoette, wreef driftig de tranen van zijn gezicht, voelde wat komen ging.’

De strijd duurde hierna nog één ronde, maar toen werd de wond te groot. De arbiter stuurde daarom de gewonde bokser naar de hoek, ‘waar hij tranen en bittere teleurstelling verbeet’. Na de eerste ingreep van de sportarts stapte de gevallen kampioen naar zijn ietwat grijnzende opvolger en hing hem de kampioenssjerp om.

“De titel is maar geleend”, zei Van Dam later in de kleedkamer. Ook Van Klaveren begreep dat, want toen hef feliciteerde met twee klapzoenen op beide wangen, zei hij verlegen: “Ik heb het eigenlijk niet verdiend. Die jongen was goed, maar hij had pech.”

Op 31 augustus was de volgende ontmoeting en nu in de Amsterdamse RAI. ‘De grootste revanche ooit in Nederland gebokst’, zoals het gemakshalve door de sportpers werd omschreven.

Van Dam was door maar één gedachte bezield: het herwinnen van zijn titel. ‘Voor de wedstrijd was Van Dam nog maar een jongen’, schreef Bouwens tijdens de voorbereidingen. ‘Nu discussieerden we met een man, een harde man, die heeft begrepen dat de zorgeloze tijden voorbij zijn, dat leven strijd betekent.’

Helaas voor Van Dam werd de revanche uitgesteld. Van Klaveren was namelijk licht gewond geraakt bij een wat domme stoeipartij, wat sportjournalist M. van de Bergen hem bijzonder kwalijk nam. ‘Even geen ernst, even een uiting van levenslust, van speelsheid en een geblesseerde schouder is het gevolg. Waarom moet een man in training maar liever niet op een trottoirband gaan lopen? Omdat hij daarbij de kans heeft een enkel te verzwikken, wanneer hij maar even misstapt! Waarom mag men, wanneer men in training is, niet stoeien? Van Klaveren gaf het antwoord.’

Op 5 september was dan eindelijk het gevecht. De geschiedenis herhaalde zich, maar dan in het voordeel van Van Dam. Hij bokste als nooit tevoren, zag een enthousiaste verslaggever van Sport: ‘Hij heeft zijn fameuze concentratie weer, hij is opnieuw de grote technicus
gebleken, die stoten tevoorschijn tovert uit een onuitputtelijk arsenaal, met het gemak van de variatie, waarmee een jongleur met borden, ballen en knotsen speelt. Een grootmeester in de bokskunst, die meer dan gewoonlijk geïnspireerd was en nuttig ringwerk aan esthetisch presteren paarde.’

Dit keer liep Van Klaveren een blessure op aan zijn wenkbrauw, in de negende ronde. Opnieuw greep de scheidsrechter in en staakte de strijd voor verder leed. Van Dam was opnieuw de kampioen. Van Klaveren vertrok een jaar later naar Australië, waarvan u hier de beelden kunt zien.

Op 12 november is het veertiende Bep van Klaveren Memorial, dat geheel in het teken zal staan van de honderdste geboortedag van de legendarische bokser. De stichting Bep van Klaveren Memorial geeft die dag het boekwerk ‘Bep van Klaveren 100’ uit.