Main Content

Zeven medailles op 11 augustus 1928 De gouden dag van de Nederlandse sport

  • 11 augustus 2008
Bep van Klaveren
Zoom
Bep van Klaveren

Op 11 augustus 1928 won Nederland binnen 24 uur zeven olympische medailles, waaronder vier keer goud. Het was het absolute hoogtepunt van de Spelen in het eigen Amsterdam en is ook daarna de meest succesvolle dag uit onze sportgeschiedenis gebleven. Extra-historisch is dat toen de eerste Nederlandse vrouw met olympisch goud werd behangen en dat de enige gouden boksmedaille werd gewonnen. Vandaag dus exact tachtig jaar geleden, maar ook al tachtig jaar vergeten.

Zeven medailles op 11 augustus 1928

Stom dat we het niet meer weten, maar 11 augustus 1928 is dus de meest succesvolle dag uit de Nederlandse sportgeschiedenis. Om het extra bijzonder te maken, won tachtig jaar geleden voor de eerste keer een Nederlandse vrouw een gouden medaille. Ook werd de enige gouden boksmedaille gewonnen.

We beginnen met de 100 meter rugslag, waar Marie ‘Zus’ Braun als eerste eindigde in de finale. Vooral Ma Braun barstte los na het startschot. Zij was de fanatieke moeder en coach van de zwemster, die indruk maakte op de aanwezige journalisten: ‘Ze zweept haar dochter op, ze loeit, knielt, staat weer op, stampvoet, wordt geel, groen, paars.’

Braun tikte als eerste aan bij het keerpunt, waardoor haar enthousiasme snel toenam. In de laatste meters kwam de Britse King nog heel dichtbij, en bij het aantikken werd het even muisstil in het zwembad. Toen bleek dat Braun toch één vijfde seconden sneller was, brak het feest in alle hevigheid los.

De tweede Nederlandse zege die dag was voor bokser Bep van Klaveren. Hij versloeg in de finale de Argentijn Viktor Peralta, en is daarmee nog steeds de enige Nederlandse bokser met olympisch goud. In het buitenland werd er echter schande gesproken van het kampioenschap van Van Klaveren, omdat Peralta veel beter zou zijn geweest. Na afloop van de wedstrijd moest de politie zelfs ingrijpen omdat woedende Argentijnen de Nederlandse ploeg aanvielen. Volgens Van Klaveren zouden na afloop meer klappen zijn uitgedeeld dan in de wedstrijd zelf.

De derde en vierde gouden medaille werden gewonnen door de ruiters. Charles Pahud de Mortanges eindigde als eerste bij de military. Hij reed op Marcroix, één van de meest succesvolle paarden uit de olympische geschiedenis. Dit duo was ongenaakbaar, want alleen in de dressuurproef was landgenoot Gerard de Kruijff beter. Deze De Kruijff werd tweede, de andere landgenoot Van der Voort van Zijp vierde.

Nederland had dus net niet het hele erepodium in handen die dag! Vandaar dat meteen de vierde gouden plak werd gewonnen: als team bij de military.

Om het af te maken won Nederland nog drie olympische medailles: die zilveren voor De Kruijff en twee bronzen. De eerste was voor bokser Karel Miljon in het half-zwaargewicht, die won van de Zuid-Afrikaan McCorkindale. De laatste plak die dag was voor de ruiters bij de dressuur, die als team brons wonnen. We hebben het hier dan over Jan van Reede, Pierre Versteegh en Gerard le Heux.

Als er ooit een Canon van de Nederlandse sport verschijnt, mag 11 augustus 1928 dus niet ontbreken.