Beste turner van de twintigste eeuw gewond bij gevechten rond Moerdijk Duitse turnkampioen viel in 1940 Nederland binnen

- Zoom
- Alfred Schwarzmann
De Duitse turner Alfred Schwarzmann heeft de nodige onderscheidingen. In 1936 kreeg hij vijf Olympische medailles. In 1940 werd hij militair geëerd voor zijn bijdrage aan de Duitse inval in Nederland. En in 1952 kreeg hij opnieuw Olympisch eremetaal.
Beste turner van de twintigste eeuw gewond bij gevechten rond Moerdijk
Karl Alfred Schwarzmann is van 1912. Toen hij 24 jaar oud was, waren in zijn land de Olympische Spelen. Hij won drie keer goud: turn landenteam, turn parcours en paard. Ook eindigde hij op de derde plaats bij de brug en evenwichtsbalk. Schwarzmann was daarmee met Eugen Mack, Konrad Frey en Jesse Owens de meest succesvolle deelnemer van deze Spelen.
Olympisch kampioenen zijn altijd populair en Schwarzmann in 1936 al helemaal. Mede omdat turnen in Duitsland onder Hitler een nationale sport was, genoot hij van de nodige voordelen. Die kwamen van pas in het leger, waar hij sinds 1935 onderdeel van uitmaakte. Als dank voor zijn kampioenschappen kreeg hij meteen de rang van 'Leutnant', alhoewel hij daarvoor geen opleiding had genoten.
Allert Goossens deed onderzoek naar Schwarzmann. Op de site War Over Holland schrijft hij over de turnkampioen: ‘Na de Olympische hoogtepunten zwaaide hij echter spoedig af, werd reservist en werd aangesteld aan de legersportschool in Wünsdorf als sportinstructeur. In Wünsdorf zat toevallig ook de compagnie van de landmacht parachutisten. Het was Fritz Prager, die in 1939 Schwarzmann benaderde om de ‘Fallschirmjäger’ te komen trainen.
Dat had een goede reden. Het aantal blessures onder de springers was enorm groot en wie beter dan een turnkampioen zou de manschappen kunnen leren om goed neer te komen, door te rollen en zo de enkels en knieën te sparen.’ Aldus Goossens, die nog opmerkt dat Schwarzmann tot Oberleutnant werd gepromoveerd. In die hoedanigheid werd hij in mei 1940 afgeworpen boven Moerdijk, waar hij kort daarna gewond raakte.
Goossens meldt hierover: ‘Het waren de kogels van de Nederlandse pontonniers aan de kop van de Moerdijkse haven, die Schwarzmann uitschakelden. ‘Feldwebel’ Kühl, die vlak naast hem lag, sleepte Schwarzmann tegen de gevel van een huis aan. Enige tijd daarna was het pleit voor de Nederlandse pontonniers beslecht. De mannen werden omsingeld doordat van de west en oostkant ook Duitse groepen hen begonnen in te sluiten.
Toen de munitie spoedig daarna op was, gaven de resterende mannen zich over aan de Duitsers. De strijd ter plaatse was voorbij. Het klooster werd gevorderd en de gewonden werden verzorgd, onder wie Schwarzmann. Hij zou daarna via Tweede Tol tenslotte in het ziekenhuis in Dordrecht terecht komen.’
De Nederlandse schaatser Siem Heiden beweerde later dat hij Schwarzmann tijdens de gevechten zou hebben ontmoet, maar volgens Goossens zou van dat verhaal weinig kloppen. Daar komen we in een volgend artikel op terug.
Ondanks de geringe bijdrage aan de gevechten, kreeg de turnkampioen drie militaire onderscheidingen: het EK-I en EK-II en zelfs het Ridderkruis. Goossens: ‘Die laatste onderscheiding kreeg hij mogelijk omdat zijn gezondheidstoestand zodanig was, dat men zijn spoedig overlijden verwachtte. Desalniettemin wist de atleet zijn zware verwondingen te overleven en had zo drie onderscheidingen gekregen – waaronder het toen nog zeer unieke Ridderkruis – voor in feite onopvallende prestaties. Althans, naast het feit dat hij in de strijd zwaar gewond was geraakt, was hij niet opgevallen tussen onderofficieren en manschappen die wél voor hun krijgsinzet waren gezien onder collegae, maar niet in de eer van Schwarzmann deelden.’
In juni 1940 werd Schwarzmann uit het ziekenhuis ontslagen, waarna hij naar Kreta en de Sovjet Unie werd gestuurd. Vier jaar later speelde zijn oude wond weer op en moest hij opnieuw worden opgenomen. Na de oorlog werd hij Brits krijgsgevangene, maar eind 1945 alweer vrijgelaten.
Zijn laatste onderscheiding was in 1952, toen Schwarzmann opnieuw meedeed aan de Spelen. Eigenlijk had hij goud op de brug verdiend, maar de jury wilde die medaille niet aan hem geven vanwege zijn Duitse nationaliteit.
Goossens: ‘Het is een mogelijkheid binnen een jurysport, maar zou Schwarzmann zijn Ridderkruis hebben gehad in 1940 als hij geen topatleet was geweest? Mag met enige ongepaste valsheid worden vastgesteld dat er dus enige vorm van gerechtigheid in deze zilveren medaille lag?’
In maart 2000 is Schwarzmann overleden. Hij werd uitgeroepen tot de beste Duitse turner van de twintigste eeuw.