Main Content

Waterpolosters schrijven sportgeschiedenis Koningin Juliana was dol op waterpolo

  • 19 augustus 2008
Prins Berhard, Irene en Beatrix bij een waterpolowedstrijd tijdens de Olympische spelen in Helsinki
Zoom
Prins Berhard, Irene en Beatrix bij een waterpolowedstrijd tijdens de Olympische spelen in Helsinki

De Nederlandse waterpolosters hebben de olympische finale bereikt. Oude tijden herleven, want in 1948 werd de handel op de Effectenbeurs stilgelegd als het Nederlands team speelde. En koningin Juliana keek naar alle wedstrijden. We hebben filmbeelden van de Olympische Spelen van 1924 en 1948.

Waterpolosters schrijven sportgeschiedenis

Na afloop van de halve finale in het waterpolo verklaarde Jack van Gelder tot zes keer toe nog nooit live naar deze sport te hebben gekeken. Zestig jaar geleden was waterpolo nog enorm populair in Nederland.

Deze sport is ooit begonnen in tonnetjes, waarin de spelers zich over het water bewogen. Met een peddel sloegen ze de bal zo ver mogelijk weg. Alleen is onduidelijk wanneer dit voor de eerste keer gebeurde. De ene sporthistoricus zegt 1840, waar de andere het over 1750 heeft.

Pas aan het einde van de jaren tachtig van de negentiende eeuw werden de eerste regels opgesteld, waarbij de tonnetjes sneuvelden. De sporters moesten nu zichzelf dus drijvende zien te houden. In 1888 werden in Engeland de eerste nationale kampioenschappen gehouden. In die korte tijdspanne was het waterpolo erin geslaagd een grote sport te worden.

Hetzelfde gold in Nederland in de eerste helft van de vorige eeuw. ‘Het waterpolospel heeft in ons land vooral in de laatste jaren veel aan populariteit gewonnen’, schreef het 'Handboek der Sporten' uit 1924. In de jaren vijftig trok het misschien nog meer aandacht dan voetbal. Na afloop van een reis kwam koningin Juliana thuis en vroeg: “Hoe hebben onze waterpolo-jongens het gedaan?”

Het Nederlandse waterpolo was een halve eeuw geleden dan ook verschrikkelijk goed: brons op de Olympische Spelen van 1948. In 1952 werd Oranje op bizarre manier een plak door de neus geboord. In de poule vocht het met Joegoslavië uit wie zou doorgaan naar de volgende ronde. Oranje won met 3-2 in een keiharde wedstrijd, maar de tegenstander protesteerde wegens partijdigheid van de scheidsrechter, die in hun voordeel (!) zou hebben gefloten. Doel was de wedstrijd ongeldig te verklaren, maar geen Nederlander die daarin geloofde. “Dat protest vonden we waanzin,” zei Frits Smol. “We gingen die bewuste maandagavond ook rustig slapen.”

Maar onterecht, want ondanks een negatief advies van deskundigen, kregen de Joegoslaven gelijk. De wedstrijd werd overgespeeld. Nederland was moreel geknakt en verloor. Als troost stuurde het thuisfront massaal telegrammen naar de ploeg, die uiteindelijk vijfde werd. Joegoslavië won zilver, na Hongarije. De Nederlandse ploeg keerde huilend naar huis.

In 1976 won Nederland opnieuw brons. Deze week schrijven de Nederlandse dames dus sportgeschiedenis, want ze hebben al minimaal zilver. En dat is de mannen nooit gelukt, mede door een dubieus protest van Joegoslavië.