Main Content

Hoe een land zijn meest geliefde premier ook een beetje haatte De calvinistische socialist Den Uyl

  • 21 februari 2008
voorpagina 21-2-2008 - Uyl groot
Zoom
voorpagina 21-2-2008 - Uyl groot

Als er één politicus was die in ons land bijna even gehaat was als geliefd, dan was het wel Joop den Uyl. Hij werd in 1973 door de luisteraars en kijkers van de NRCV gekozen tot de Nederlander van het jaar, ná Juliana. Den Uyl was op dat moment misschien wel de populairste man van Nederland. Over wat Nederland met en tegen de calvinist Den Uyl had een korte beschouwing.

Hoe een land zijn meest geliefde premier ook een beetje haatte

Er is iets eigenaardigs met Nederland en Joop den Uyl. Hij was geliefd als de man die in de politieke arena als een prediker, als een Jeremias bijna, over rechtvaardigheid sprak. Om diezelfde reden werd hij gehaat, want hij zou ‘een drammer’ zijn geweest die niet van ophouden wist -- en dat vond niet alleen Hans Wiegel. Als premier brak hij evenmin vanzelf te allen tijde alle harten. Hij zou het land naar de knoppen hebben geholpen, heet het. Tegelijkertijd heeft hij het imago van dé sociale minister-president van en voor alle mensen; ‘die de boel bij elkaar houden’, was niet toevallig zijn motto, dat heden ten dage niets aan actualiteit heeft verloren. Een A-4tje zou al gauw te klein zijn om de uitspraken pro en contra Den Uyl samen te vatten, de voors en tegen zouden eerder een boekwerk vereisen.

De vraag is, wat we tegen en wat we met Joop hebben. Om zijn wat schizofrene plaats in onze naoorlogse geschiedenis te begrijpen, helpt het misschien te herinneren dat Den Uyl in zijn innerlijk systeem datgene verenigde waar Holland van doortrokken van was en dat men ook wel eens samenvat onder de noemer calvinisme. Den Uyl moet extreem zuinig zijn geweest. ‘Doe niet zoveel suiker op je brood’, klonk het bijna elke ochtend bij het ontbijt ten huize van Liesbeth en Joop in Amsterdam Buitenveldert, vertelde ooit dochter Saskia Noorman-Den Uyl. Geen spilziek type dus, behalve dan in het eerste en enige kabinet Den Uyl, dat volgens de critici een gat in de hand had. Een ander, laten we maar zeggen, Dordts Synodaal trekje van Joop moet zijn befaamde zeker weten zijn geweest van zaken waar iedereen aan twijfelde. Wie herinnert zich niet het alsmaar herhalen van die ene zin, die evenzeer stond voor zijn eigenwijsheid als voor zijn volhardendheid: ‘dat tweede kabinet Den Uyl, dat komt er toch’. Alsof het een mantra was, hem door God in eigen persoon ingefluisterd, zo zei de socialistische leder het, want de Heer had net zo’n afkeer van het paapse orakel Van Agt als Den Uyl zelf, wist Den Uyl.

‘Er loopt door u, uitwendig een calvinistische trek’, moet de ARP-politicus Jan Schouten eens tegen Drees gezegd hebben. Datzelfde gold -- en misschien nog wel meer -- voor Den Uyl, de in 1919 in geboren zoon van een gereformeerde mandenmaker, die behoorde tot het typische milieu van de ‘kleine luyden’.

Van de spreekwoordige leerstelligheid der gereformeerden die ook in Den Uyl voortleefde, heeft Nederland al lang zijn bekomst, soortgelijks gaat op voor de uitzinnige soberheidsmoraal in het spoor van Calvijn en zijn verre nazaat Den Uyl. Maar wat hebben we dan nog lief in onze calvinistische mentaliteit, als we Den Uyl liefhebben? Misschien wel dit: ‘het behoren tot een gemeenschap’, het besef dat je niet toevallig alleen op de aarde bent, dat de gereformeerde traditie kenmerkt. Toen de Rooie Vrouwen in de PvdA in 1977 de leuze ‘Kom op voor jezelf’ lanceerden, vond Joop dat waardeloos. ‘Je moet niet opkomen voor jezelf, meende hij, je moet opkomen voor een ander.

Jos Palm

Donderdag 21 februari om 20.55 uur: In Andere Tijden een portret van Joop den Uyl, naar aanleiding van de biografie van Annet Bleich (uitgeverij Balans). Met ondermeer interviews met: Ed van Thijn, Marcel van Dam, Dries van Agt, de biograaf Annet Bleich en Saskia, Sandra en Arianne Den Uyl.

Zondag 24 februari in OVT een interview met biografe Annet Bleich en Marcel van Dam over Joop den Uyl: 10.05 uur