Main Content

Machtsmisbruik ligt op de loer De Olympische boycot voor gevorderden

  • 24 januari 2008
Persconferentie Bram Vermeulen en Freek de Jonge in verband met de actie tegen het Nederlands Elftal en het WK Voetbal in Argentinie van 1978
Zoom
Persconferentie Bram Vermeulen en Freek de Jonge in verband met de actie tegen het Nederlands Elftal en het WK Voetbal in Argentinie van 1978

Dank zij een brief van Erik van Muiswinkel weten we weer van het bestaan van de sportboycot. De uitsluiting van Zuid-Afrika wordt hierbij als goed voorbeeld gebruikt - onterecht. Want wat nobel leek, was ordinaire machtspolitiek. Ook hier is de wereld soms minder mooi dan zij zich voordoet.

Machtsmisbruik ligt op de loer

Een week geleden werd in Den Haag een debat gevoerd over China, de Olympische Spelen en de mensenrechten. Erik van Muiswinkel legde toen de nadruk op de geslaagde boycot van Zuid-Afrika als straf voor het apartheidsregime. Nader onderzoek leert dat hierachter duistere krachten zaten, die het racistische regime als opstapje gebruikten voor het nastreven van eigen belangen.

De Sovjet-Unie was de grote aanjager van de olympische boycot van Zuid-Afrika. Martin van den Heuvel schreef hierover in 1980 het boek Rusland en de Olympische Spelen. Hierin constateerde hij dat de communisten een duidelijke strategie hadden met hun optredens in internationale sportorganisaties: 'De partijtop zag in de sport een terrein waarop de Sovjet-Unie, tegen betrekkelijk geringe investeringen, in het eigen land en in het Westen veel prestige kon behalen.' Niet alleen door doping en mooie sportprestaties, maar juist aan de vergadertafels.

Het apartheidssysteem bijvoorbeeld was de grote vijand van het communisme. Binnen het IOC werd deze ideologische strijd op het scherpst van de snede gevoerd. Het gaat nog verder: de Sovjet-Unie gebruikte het IOC voor haar buitenlandse politiek.

Van den Heuvel zei hierover in een interview in 1980: "Rusland, dat sinds 1951 lid is van het IOC, heeft binnen deze organisatie geweldige successen geboekt. Het uitsluiten van Zuid-Afrika bijvoorbeeld. Dat is een zuiver politiek doel geweest."

Vanaf 1964 mocht Zuid-Afrika niet meer meedoen aan de Olympische Spelen. Het was de Sovjet-Unie gelukt om het Zuid-Afrikaanse apartheidssysteem van een belangrijk internationaal podium te verwijderen. De volgende stap was de politieke uitsluiting. Zonder dat de sportwereld het merkte, was ze misbruikt voor Russische politieke belangen.

Ook Joao Havelange gebruikte de sportboycot tegen Zuid-Afrika om er zelf beter van te worden. In 1974 was hij in de race voor het voorzitterschap van de wereldvoetbalbond FIFA en zocht daarom steun - lees: stemmen. Daarom zei hij dat Zuid-Afrika uit de FIFA zou worden gegooid als hij de nieuwe voorzitter zou worden. Het lukte: hij kreeg de stemmen van de Afrikaanse landen, die hem daarmee aan de macht hielpen. Natuurlijk hield hij woord: in 1976 werd Zuid-Afrika uit de FIFA gegooid.

Ondanks de nobele woorden die bij een sportboycot horen, blijkt het dus andere doelen te hebben gediend. Het is de enorme politieke naïviteit van de sportbestuurders, dat ze hiervoor blind maakt. Omdat ze zichzelf wijsmaken dat sport en politiek gescheiden werelden zijn, zijn zij de makkelijkste prooi voor politieke manipulatoren en machtswellustigen als de Sovjet-Unie, Havelange en de Chinese partijtop.

De Nederlandse politiek is in deze net zo naïef, blijkt uit een debat over sport en politiek zo'n dertig jaar geleden. Toen woedde hier deze discussie omdat in Argentinië het WK Voetbal was. Dat riep veel verzet op vanwege de dictatuur in dit land. Ook waren twee jaar later in Moskou de Olympische Spelen, waaraan Nederland wél en veel andere westerse landen niet deelnamen uit protest tegen de Russische inval in Afghanistan in 1979. Verder speelden de dameshockeyers in Argentinië en zaten in het dictatoriale Chili Nederlandse rolhockeyers.

Er waren nogal wat vragen. Gelden voor voetballers dezelfde regels als voor tafeltennissers? Wat voor sancties moeten er komen als een sporter een boycot omzeilt? Zijn linkse dictaturen net zo fout als rechtse regimes?

"Je kunt niet alles boycotten", zei Ed van Thijn van de PvdA in 1981."Daarbij geldt niet alleen hoe slecht is het land, maar ook: hoe belangrijk is de sport. Uit dat gezichtspunt zijn er maar enkele items interessant om mee te werken. Dat zijn de Olympische Spelen, het wereldkampioenschap voetbal en - als Frankrijk een dictatuur zou zijn - de Tour de France."

Het was alleen wel opvallend dat de PvdA niets zei over de Nederlandse Olympiërs in Moskou maar wel over sporten in rechtse dictaturen. Is een communistische dictatuur voor de sociaal-democratie minder erg dan rechtse onderdrukking in Argentinië of Chili? Van Thijn: "Als PvdA hebben wij naar mijn gevoel de inval in Afghanistan onderschat."

Jan-Dirk Blaauw van de VVD vond toen dat de sportbonden zelf het initiatief moesten nemen. "Ik kan mij voorstellen dat daar (bij de sportbonden, red.) gezegd wordt: Politiek? Aan m'n neus. Wij laten ons niet meer gebruiken voor allerlei manifestaties om aan bepaalde evenementen niet deel te nemen, wanneer het ruim van tevoren bekend had kunnen zijn."

Hetzelfde als nu tegen Van Muiswinkel wordt gezegd, dus. Ook hem wordt verweten pas een half jaar voor de Spelen het debat te ontlokken dat al in 2001 gevoerd had kunnen worden. Maar we weten nu de sportwereld pas tot maatregelen overgaat als ze wordt gemanipuleerd door een machtswellustige - net als in de rest van de wereld. Dit debat moet dus ergens anders worden begonnen en kan niet alleen aan de sport zelf worden overgelaten.

Door deze structurele naïviteit zijn uiteindelijk de sporters het grootste slachtoffer. Dat bleek duidelijk in 1956, toen Nederland op het laatst wegbleef van de Olympische Spelen in Melbourne, omdat de Russen vlak daarvoor Hongarije waren binnengevallen. De sporters waren hiervan niet op de hoogte gesteld en kregen vanuit het niets de mededeling dat vier jaar voorbereiding voor niets was geweest.

In 2006 kwamen deze sporters bijeen voor een bijeenkomst over die boycot, waar bleek dat ze een halve eeuw later nog steeds diep gefrustreerd waren. En ook in dit geval lijken andere belangen te hebben meegespeeld in deze boycot. NOC-voorzitter J. Linthorst Homan was namelijk de grootste voorstander van deze actie. In de oorlogsjaren had hij veel van zijn maatschappelijke krediet verspeeld als lid van de leiding van De Nederlandse Unie, die opvallend veel samenwerkte met de Duitse bezetters.

Daarom is de gedachte logisch dat Linthorst Homan met de politiek correcte actie van een sportboycot hoopte zijn geschonden aanzien in de Nederlandse maatschappij te herstellen. Tientallen sporters werden daarvan het slachtoffer, ondanks alle nobele woorden over het belang van deze boycot.

(Door Jurryt van de Vooren)