Main Content

Jacques als trotse opvolger van Coen De schaatsgenen van sprinter Jacques de Koning

  • 21 januari 2008
Coen de Koning tijdens de Elfstedentocht van 1917 in Harlingen
Zoom
Coen de Koning tijdens de Elfstedentocht van 1917 in Harlingen

Jacques de Koning is afgelopen weekend als achtste geëindigd op het WK Sprint. Daarmee staat voor de eerste keer sinds 1905 weer eens een lid uit deze schaatsfamilie in de Top Tien van een WK Schaatsen. Zijn voorganger was Coen de Koning - wereldkampioen in 1905, tweevoudig winnaar van de Elfstedentocht en houder van het werelduurrecord.

Jacques als trotse opvolger van Coen

Het wereldkampioenschap allround schaatsen van 1905 was voor Nederland het einde van een tijdperk. Op dit toernooi in Groningen won Coen de Koning de wereldtitel en was daarmee na Jaap Eden de tweede Nederlander die dit deed. Pas in 1961 was Henk van der Grift in staat om derde in deze rij te worden.

De Koning was ook nog Nederlands kampioen en won in 1912 en 1917 de Elfstedentocht. Daarmee heeft hij een palmares zonder weerga, net als schaatsgenen zonder weerga. Tot op heden planten die zich voort. Jacques de Koning is namelijk een verre nazaat van Coen.

Coen reed in 1900 voor het eerst een wedstrijd. Compleet onverwacht trouwens, want hij kwam als toeschouwer. In 1954 sprak hij hierover met de VARA-radio. “Ik was gevraagd om te kijken, maar en passant hadden ze me opgegeven. Ik wist er niets van en was daarom in een gewoon burgerpakkie. Ik heb mijn jas en vest uitgeschoten en mijn broek tot de knieën toe opgestroopt. Ik reed op sokken. Dat was voor mij natuurlijk een klein beetje een klap in mijn gezicht.”

In 1905 werd het Wereldkampioenschap aan Groningen toegewezen, wat in de tijd zonder schaatshallen een groot risico was. En dat bleek, want het dooide tot vlak voor de deadline van 14 januari. In een jubileumboek van de Schaatsbond staat:

'Den 13den des avonds stortregende het en werd een somber telegram van afzegging gezonden naar Stockholm, den zetel der Internationalen Eislauf-Vereniging. 's Nachts begon het flink te vriezen, bij het ochtendgloren werd in tegenovergestelden zin geseind en op den avond van den 14den kwam het bericht uit Stockholm terug, dat de bond den wedstrijd toch kon laten doorgaan.'

Omdat dit zo laat werd besloten, was op 21 januari het belachelijke lage aantal van vier schaatsers in Groningen. Naast De Koning waren dat de twee Nederlanders Sietse de Waard en Mr. Bernard, die niet eens het einde haalden. De Noor Martinus Lordahl maakte het kwartet vol. In zijn land liepen minstens tien schaatsers rond, die veel beter waren dan hem.

De regel was simpel: hij die drie afstanden wint, is wereldkampioen. Omdat Lordahl de 500 meter won, moest De Koning alle volgende afstanden pakken, en dat deed hij ook. In een verslag staat: 'Een uitbundig gejubel weerklinkt uit duizenden kelen, de driekleur vliegt in top!'

Het feest beperkte zich tot Groningen, want in internationale schaatskringen barstte een enorme discussie los over dit soort WK's. Schaatshistoricus Marnix Koolhaas zegt hierover: “Het WK van 1905 was een dieptepunt in de schaatsgeschiedenis en het leek er op dat internationale wedstrijden een langzame dood tegemoet gingen. De Scandinaviërs waren gefixeerd op hun eigen wedstrijden. Pas met de opkomst van Oscar Mathisen, met zijn debuut als achttienjarige op het WK 1907 in Trondheim, kreeg het weer aanzien en stuurden de Noren hun beste rijders jaarlijks naar EK's en WK's - die vanaf die tijd ook op 'ijszekere' ijsbanen werden gehouden.”

Ondanks het gedoe rond dit WK blijft De Koning een grote. Het geheim was simpel, zei hij huilend tegen de VARA. “Niet vergeten: ik was thuis stukadoor. Moest werken van 's ochtends vijf tot ''s avonds zevenen. Ik moest trainen voor de schaats. Er was geen één die zoveel getraind heeft als ik. Elk ogenblik van half één tot één uur was het mijn tijd.’

Voor de jongeren had hij een boodschap: “Doe wat je meester zegt! Offer je er geheel voor op. Als de meester zegt dat je om tien uur naar bed moet, doe je dat niet om kwart over tien. Zo is het.”

Een half jaar later, 29 juli 1954, stierf hij op zijn ziekbed. Ruim een halve eeuw daarna, in 2008 dus, stond er eindelijk weer een De Koning in de Top Tien van een WK Schaatsen.