Eerste artistieke film over sport In Europa+ 1929: Dick Laan maakt "Voetbal"

- Zoom
- Dick Laan regisseert "Voetbal" (1929)
We zien een jongetje van een jaar of tien in het doel staan. Vanuit de verte komt een voetbal op hem aanrollen waarvan langzaam duidelijk wordt dat het geen gewone voetbal is, maar een megagrote bal van zo’n twee meter doorsnee. De bal wordt voortgedreven door acht boze boeren die met bal en al recht op het keepertje afkomen. Als het jongetje door bal en boeren verplettert dreigt te worden, geeft hij een enorme trap tegen de bal en vallen de boze boeren, net naast de paal, over elkaar heen. Opeens zien we het jongetje in bed liggen en wild om zich heen trappen. In de armen van zijn vader ontwaakt hij en zegt (tekstbord): “We hebben gewonnen, hè Vader?”
Eerste artistieke film over sport
Door Marnix Koolhaas
De hier beschreven scène is het slot van de film "Voetbal" van Dick Laan. In 1929 maakte Laan de film voor het 50-jarig jubileum van HFC, de Haarlemse voetbalclub die als eerste voetbalclub van ons land in 1879 door sportpionier Pim Mulier was opgericht. De slotscène ontleende Laan aan de verhalen die hij van Mulier hoorde over het begin van de voetbalsport in Nederland. Mulier had op een Engelse kostschool kennis gemaakt met de nieuwe sport, en organiseerde al als 14-jarige zijn eerste wedstrijdjes op weilanden in de omgeving van Haarlem. Boze boeren kwamen de voetballertjes regelmatig met hooivorken van hun land jagen. Dankzij de overlevering van Mulier, die we in de film aan een tafeltje in het clublokaal van HFC met andere voetbalpioniers sterke verhalen zien vertellen, én de verbeeldingskracht van Dick Laan is er met de film "Voetbal" een uniek filmisch document overgeleverd over het ontstaan van de voetbalsport in Nederland.
Dick Laan, kennen we die niet ergens ánders van? Zeg Dick Laan en iedereen roept immers Pinkeltje. Zoals Nijntje van Dick Bruna is, Jip en Janneke van Annie Schmidt (en Fiep Westendorp) zijn, en de kabouters van Rien Poortvliet, zo is het pinkhoge mannetje met zijn witte baard en blauwe puntmuts de artistieke vereenzelviging geworden van Dick Laan. Van de 29 Pinkeltje-delen (de eerste verscheen in 1939, de laatste vier jaar na Laan's dood in 1977) werden wereldwijd meer dan drie miljoen exemplaren verkocht. In eigen land bleek Pinkeltje een omnipotent mannetje. Talloze scholen en crèches dragen zijn naam, of die van zijn vriendjes Pinkelotje of Wolkewietje. Er is fuchsia naar Pinkeltje vernoemd, een opvangtehuis voor zieke cavia's draagt zijn naam, en in Groningen kun je in Winkeltje Pinkeltje kinderkleding kopen. Zelfs de gay-scene heeft hem geannexeerd: Pinkeltje-lezertjes die niets vermoedend een kijkje gaan nemen op www.pinkeltje.nl komen op een site voor homojongeren terecht.
Voordat Pinkeltje vanaf 1939 het leven van Dick Laan ging bepalen, had de zoon van een Wormerveerse dropfabriek al een uitgebreide filmcarrière achter de rug. Door het schrijven van scenario's ontdekte Laan zijn schrijftalent. Toen de filmwereld in de jaren dertig steeds professioneler werd en de geluidsfilm zijn intrede deed, ging de lol er voor filmsolist Laan snel vanaf en werd hij fulltime schrijver. Een schrijver die zijn verbeeldingskracht ontleende aan zijn filmervaring: in die zin is Pinkeltje de artistieke nageboorte van de ruim veertig films die Laan tot 1939 maakte.
De oprichting van de Filmliga in Amsterdam op 17 september 1927 geldt als de start van de artistieke Nederlandse film. Joris Ivens was de grote man, althans degene die de meeste roem zou vergaren. Maar ook Dick Laan was met zijn vriend Mannus Franken bij de oprichting aanwezig. Laan was toen al tien jaar bezig met filmen. Hij onderscheidde zich door als eerste kinderfilms te maken. Ook was hij de eerste cineast die het in zijn tijd nieuwe fenomeen "sport" als onderwerp koos. Laan woonde in Heemstede, vlak bij het terrein van voetbalclub HFC waar hij lid van was. Geïnspireerd door het succesvolle jongensboek "De AFC-ers" van J.B. Schuil uit 1915, maakte Laan in 1921 met "De kampioenswedstrijd" zijn eerste kindervoetbalfilm. In 1924 kwam hier met "De droom van een HFC-ertje" een vervolg op. In "Benny heeft het aan zijn hart" ging Laan twee jaar later in op de discussies over de toenemende populariteit van het voetbal onder het "gewone" volk. Toen Laan aan "Voetbal" begon, had hij net de oprichtingsbijeenkomst van de Filmliga bezocht. In zijn filmmemoires ("Dick Laan over film" uit 1951) schrijft Laan over de artistieke inspiratie die hij daar opdeed voor "Voetbal": "Ik zei tegen mezelf: zoiets als ze daar vertonen, ga ik ook maken, en het begin zal wezen: een hele voetbalwedstrijd, zonder dat je iets van de voetbalwedstrijd ziet. Alles alleen in close-ups." Maar zo makkelijk was dat niet. De camera's uit Laan's tijd waren zwaar en robuust en lieten zich met hun 35mm-films lastig ongestoord verplaatsen. De films moesten handmatig met een slinger gedraaid worden en dat vereiste een even vaste hand als van een orgeldrager. De enige camera met een veer, de "Kinamo" (waarmee Joris Ivens in 1928 "De brug" had gedraaid) voldeed niet aan Laan's eisen: "Er kon niet meer in dan 25 meter normaalfilm. Het bezwaar hiervan was, dat hier geen speciale filmrolletjes voor bestonden, zodat je zelf uit een rol van 120 meter rolletjes van 25 meter moest maken om in die kleine cassettes te leggen. Vaak kwam het voor, dat hierdoor de film in de cassette terugrolde en op die manier vast liep." Omdat "Voetbal" deels tijdens echte wedstrijden met publiek van HFC gedraaid moest worden, kon Laan zich geen haperende camera veroorloven. Om zijn loodzware Pathé toch te kunnen verplaatsen, bouwde Laan een bakkersfiets om tot "camerawagen".
Voor het scenario had Laan een simpel uitgangspunt: "Ik ging uit van de gedachte: voetbal is voet en bal, daar houden we het in principe dan op. Verder wilde ik alle handelingen van het verloop van de voetbalwedstrijd in close-ups laten zien (benen, voeten, handen, ogen, monden enz.). In het eerste stuk bleef de logische volgorde van een wedstrijd gehandhaafd. Aldus: het eerste wat er gebeurt is het drukken van de raambiljetten. Close-up: biljetten in deel van drukpers. Nu komt het aangeven van de zondag (kalender). Gaat over in: het koffertje van de speler die zijn spullen inpakt. Gaat over in: lopende benen, voorwielen van rijdende fietsen, voorstuk van een tram, voorstuk van een voorwiel van een rijdende auto. Deze vier opnamen stellen het publiek voor dat naar de wedstrijd toegaat. (...) Om het binnenkomen van het publiek aan te geven: voeten die het ingangshek passeren, hand die een entreebiljet koopt, voeten die verder schuifelen, benen die de trap van de tribune opgaan, benen die langs elkaar schuiven op de staanplaatsen. Het begin van de wedstrijd wordt aangegeven door: mond van scheidsrechter die op fluitje blaast. Alle benen achter het hek staan nu recht en stil. Men kijkt dus naar de wedstrijd. Een voetballersbeen dat aftrapt, scorebord geeft aan 0-0. Voeten die achter een bal aanhollen (al deze opnamen van lopen zijn gemaakt vanaf een fiets die geduwd werd). Dit soort opnames een paar maal, afgewisseld met: een oog dat kijkt - vele ogen die kijken - vele handen die klappen. De vele ogen en vele handen werden gemaakt door een prisma in de lengte van de lens te houden."
Om de scènes met publiek te kunnen filmen koos Laan een zondag uit waarop hoofdklasser HFC een thuiswedstrijd speelde. Enkele spelers van HFC wilden vlak voor het begin van de wedstrijd met volle tribunes wel wat scènes spelen. "Dit alles in long-shot met publiek erbij. En dan nog een opname, ook met publiek, van de kleine jongen terwijl hij door één van de backs, hevig tegenstribbelend, naar de goal wordt gesleurd en in de goal wordt gepland met de mededeling dat hij geen bal mag doorlaten. Om precies twee uur was ik met deze opnamen klaar en kon de scheidsrechter voor het begin van de echte wedstrijd fluiten." Ook tijdens de rust wilde Laan het publieksdecor zoveel mogelijk benutten. Via stencils riep hij de toeschouwers op: "U wordt vriendelijk verzocht om, als er straks voor half-time gefloten zal worden, nog even rustig op uw plaatsen te willen blijven zitten. Uit het middenveld zal dan een kleine jongen in HFC-kostuum naar de tribunes rennen. Zodra hij begint te lopen, zwaait u dan met zakdoeken, hoeden, armen, kortom doet u zo enthousiast mogelijk. Het is voor de HFC-jubileumfilm." En het lukte: "Niet zodra vloot de scheidsrechter voor half-time of de operateur, de kleine jongen en ik renden het veld in, alles werd vlug ingesteld en door een megafoon brulde ik naar de tribune: "Daar komt-ie! Zwaaien! Juichen!" Het publiek deed het prachtig en in minder dan vijf minuten was de hele opname gemaakt."
De slotscène met de boeren en de grote bal was ook problematisch. In Volendam wist Laan een zogeheten "push-ball" van twee meter doorsnee op de kop te tikken die een lokale visser wel voor 75 gulden per vrachtauto naar Haarlem wilde brengen, "waarop de penningmeester van HFC mij vroeg of ik gek was om zo'n ding voor die prijs te laten komen." Het grootste probleem was het ronselen van de boeren-figuranten. HFC was immers geen club van boeren of buitenlui, maar van voorname stadse heren. Via het enige lid dat in Spaarndam woonde kreeg Laan acht boeren zo gek om op een zaterdag met blauwe kiel, rode das, zijden pet en op klompen in de laadbak van een T-Ford het HFC-terrein op te komen rijden. "Ze vertelden mij dadelijk dat ze niet veel tijd hadden omdat ze over anderhalf uur weer terugmoesten om te melken. Aldus werd gestopt met alle andere opnamen en werden de boeren onder schot genomen."
Toen "Voetbal" in 1930 in het Filmliga-theater De Uitkijk in Amsterdam in première ging, was Laan doodsbenauwd voor de kritiek. "Maar die middag heb ik geluk gehad," zo herinnert hij zich in 1951. "In de zaal zat iemand die zó hard en smakelijk begon te lachen, dat hij hierdoor iedereen aanstak en het succes verzekerd was." L.J. Jordaan, de toonaangevende filmcriticus van die jaren, schreef in De Haagsche Post een lovende recensie over "Voetbal", en plaatste er een tekening van eigen hand bij.
"Voetbal" van Dick Laan is in vele opzichten een bijzondere film. Met "De brug" (1928) en "Wij bouwen" (1929/30) van Joris Ivens, en met "Regen" (een co-productie van Ivens en Mannus Franken uit 1929), behoort "Voetbal" volgens filmhistoricus Bert Hoogenkamp
tot de hoogtepunten uit de beginjaren van de Nederlandse cinematografie. "Dat Laan als filmer vergeten raakte komt omdat hij anders dan Ivens en Franken zo snel gestopt is en een succesvol schrijver werd. De kracht van "Voetbal" en ook "Boy", zijn laatste film, zit in de originaliteit van de montage en in de talloze filmtrucs die hij zelf bedacht. Laan was een pionier in een genre dat nog geen wetten en regels kende en heeft daar met zichtbaar plezier zijn rijke fantasie bij gebruikt."
Ook voor de sportgeschiedenis zijn de voetbalfilms van Dick Laan van onschatbare waarde. Heel anders dan de statische beelden van het Polygoonjournaal, dat vanaf 1921 talloze voetbalwedstrijden in beeld bracht, geven de voetbalfilms van Laan een levendig en persoonlijk beeld van een opkomend sportief fenomeen dat in de hedendaagse beeldcultuur tot een miljardenindustrie is uitgegroeid. Niet alleen de journalisten van Studio Sport maar ook de makers van "En un momento dado" (de Catalaanse film over Cruijff) zijn schatplichtig aan "Voetbal" van Dick Laan.