OVT-documentaire reconstrueert de jacht op vluchtende dienstplichtigen Undercover voor Napoleon

- Zoom
- Napoleon
Twee mei 1800 was een ongewone dag voor de gendarmes Mayeux, De Bruine en hun brigadier Jeanniaux. Ze verruilden hun gekoesterde Franse uniformen voor kloffies waarin ze konden doorgaan voor dienstplichtigen. Hun opdracht was zich voor te doen als jongens die naar de Bataafse Republiek wilden vluchten om de Franse dienst te ontduiken. In de grensstreek tussen Limburg en Brabant was namelijk een netwerk van mensensmokkelaars actief dat dienstweigeraars ’s nachts over de achterafweggetjes, door de bossen en de woestenij van de Peel loodste, de grens over, naar de veiligheid van de noordelijke Nederlanden. En het was dat netwerk dat de gendarmes in kaart moesten brengen en oprollen.
Het zag er allemaal heel geloofwaardig uit. Brigadier Jeanniaux was gekleed in het rood met stalen knopen, een grijze pantalon en een gewone muts. Gendarme Mayeux droeg een grijze getailleerde jas, een kiel, een gewone pantalon en een groene baret. Gendarme De Bruine liep er eenvoudig bij als een zwerver.
Ze gingen naar het noorden, vertoonden zich in kroegen, namen mensen in vertrouwen, speldden ze op de mouw dat ze op de vlucht waren voor de gendarmerie en al gauw hadden ze beet. In de dagen die volgden verkeerden ze in het gezelschap van struikrovers, dronken landlieden, een handelaar in likeuren en zijn vrouw, een klandestiene priester en een boerenfamilie. Allemaal tussenpersonen die hun de weg wezen naar de mensensmokkelaars zelf. Na een week gingen Mayeux en De Bruine in het holst van de nacht op weg naar de Bataafse Republiek. Totdat ze zich, enkele uren gaans voor de grens, bekend maakten als gendarmes en een gewelddadige poging deden de mannen in te rekenen.
In 1800 liep de grens tussen Frankrijk en de Bataafse Republiek dwars door de Peel. Limburg was, net als Zeeuws Vlaanderen, al vanaf 1794 een deel van Frankrijk. Brabant hoorde bij Nederland.
Toen Parijs de katholieke mis verbood, de kloosters sloot, priesters gevangen nam en iedere jongeman opriep voor Franse dienst, kwamen de zuidelijke Nederlanders in opstand. De Fransen sloegen de zogenaamde Boerenkrijg uiteen en de jongens die niet in dienst wilden, vluchtten naar het Noorden. De Bataafse Republiek was weliswaar een vazalstaat van Frankrijk, maar dienstplicht was er niet. De kranten schreven over Oostenrijkse overwinningen, Napoleon was aan de verliezende hand. Nog een paar maanden en het zou allemaal voorbij zijn.
Historicus Joost Welten vond in de Franse archieven brieven en rapporten waarin niet alleen de hele undercoveroperatie tot in detail te volgen is, maar waaruit ook een beeld oprijst van een tijd waarin duizenden jongemannen op de vlucht voor Napoleon naar Nederland keken als naar het Beloofde Land.
OVT reconstrueert aan de hand van die archiefstukken de tocht van de gendarmes; een verhaal waarin voormalige buren een week lang met elkaar optrekken, samen eten, zingen en slapen tot het moment dat duidelijk wordt dat de ideologie van de Revolutie ze uiteen heeft gedreven. En dat blijkt een conflict dat alleen met bruut geweld beslecht kan worden.
Mathijs Deen
OVT, radio 1, 11.10-12.07 uur