Main Content

De heksenjacht op communisten in de Koude Oorlog De executie van Ethel en Julius Rosenberg

  • 17 juni 2008
Julius en Ethel Rosenberg na het verlaten van het Amerikaanse gerechtsgebouw na schuldig te zijn bevonden door de jury.
Zoom
Julius en Ethel Rosenberg na het verlaten van het Amerikaanse gerechtsgebouw na schuldig te zijn bevonden door de jury.

Na een geruchtmakend proces kregen Julius en Ethel Rosenberg de doodstraf wegens spionage voor de Sovjet-Unie. 19 juni 1953, nu 55 jaar geleden, werden ze terechtgesteld. Later ontstond er twijfel over hun schuld en terechtstelling. De Rosenbergs staan symbool voor de ontspoorde heksenjacht op communisten in Amerika tijdens de Koude Oorlog. Op /Geschiedenis TV is deze week een themaweek over de Koude Oorlog en de zaak Rosenberg. Met onder meer "Michael en Robert", een documentaire over de kinderen van de Rosenbergs. Zij waren negen en zes jaar toen hun ouders werden omgebracht. Uit angst voor wraak durfde hun familie hen niet te adopteren. Docent en tekstschrijver Abel Meeropol ontfermde zich over de kinderen. Deze documentaire is hier online te bekijken. Lees hieronder het artikel "De zaak-Rosenberg" van Maarten van Bracht, oorspronkelijk gepubliceerd in de VPRO-gids nummer 24.

De heksenjacht op communisten in de Koude Oorlog

De Zaak-Rosenberg
Door Maarten van Bracht

Julius Rosenberg was elektrotechnicus in het leger, Ethel Greenglass secretaresse bij een rederij. Beiden waren van Joods-Russische komaf en, als zoveel immigranten, opgegroeid in de New Yorkse Lower East Side. Ze leerden elkaar in 1936 kennen binnen de jeugdafdeling van de Communistische Partij, die in Amerika overigens pas zeven jaar eerder was opgericht. Ze trouwden in 1939, en drie jaar later werd Julius op de Dag van de Arbeid geworven als spion voor de kgb. Volgens verklaringen van zijn contactman Feklisov was Julius een toegewijde en waardevolle bron, die hem duizenden rapporten in handen speelde. Julius zou op zijn beurt onder kennisen kgb-informanten hebben geworven. Via hem kreeg Feklisov ook toegang tot Julius’ zwager David Greenglass, die in Los Alamos aan het Manhattan Project werkte, de bouw van een atoombom. Ook David werd als spion gerecruteerd.
Toen de geallieerde bondgenoten Sovjet-Unie en Verenigde Staten na de Tweede Wereldoorlog tegenover elkaar kwamen te staan, wilde Amerika in de nieuwe, Koude Oorlog zijn nucleaire geheimen vooral voor zichzelf houden, maar Rusland wist via spionage op regeringsniveau de nodige kennis te achterhalen, evenals via Amerikaanse wetenschappers die sympathiseerden met het communisme. Ze speelden vrijwillig geheime informatie door aan de Russen, in de overtuiging daarmee het machtsevenwicht en de wereldvrede te dienen.

Het Westen was dan ook geschokt toen de Russen al in 1949 over een atoombom bleken te beschikken. Nu vermoedden politici, onder wie een jonge Richard Nixon, spionage alom.
Een half jaar later werd Klaus Fuchs, een uit Duitsland gevluchte fysicus die aan het Manhattan Project had gewerkt, ontmaskerd als spion, en ook David Greenglass viel door de mand. Deze wees Julius Rosenberg aan als degene die hem als spion zou hebben geworven. Daarop werden de Rosenbergs gearresteerd, en hun proces ging voorjaar 1951 van start. Het echtpaar zou wegens spionage ter dood worden veroordeeld, maar het bewijs dat het atoomgeheimen aan de Russen heeft verraden is nooit geleverd. Wel toonden in 1995 vrijgegeven gedecodeerde Russische berichten aan dat Julius Rosenberg inderdaad voor de sovjets spioneerde, maar voor de betrokkenheid van Ethel ontbreekt elk bewijs. Zelf hielden ze tot op het laatst hun onschuld vol.

Heksenjacht
Vlak voor hun arrestatie was de Korea-oorlog uitgebroken, waardoor de Rosenbergs ook nog eens steun aan de communistische vijand werd verweten en medeverantwoordelijkheid voor de Amerikaanse verliezen aldaar. ‘I believe,’ aldus rechter Kaufman in zijn vonnis, ‘your conduct in putting into the hands of the Russians the A-Bomb […] has already caused the Communist aggression in Korea, with the resultant casualties exceeding 50,000…’. Later zou openbaar aanklager Cohn in zijn auto-biografie bekennen dat hij de keuze van de rechter had beïnvloed en bij hem sterk had aangedrongen op de doodstraf. In dit klimaat van waan en achterdocht kon senator Joseph McCarthy zijn heksenjacht tegen ‘communisten’ houden en gedijde de commissie voor ‘on-Amerikaanse activiteiten’.
Geen wonder dat in de publieke opinie geen moment aan de schuld van de Rosenbergs en de juistheid van het in april 1951 uitgesproken doodvonnis werd getwijfeld. Zelfs de communistische pers had zich tegen hen gekeerd. Pas in augustus 1951 werd de National Committee to Secure Justice in the Rosenberg Case gevormd. Bekende persoonlijkheden namen het nu voor hen op.
‘Uw land is ziek van angst,’ schreef Sartre in L’Humanité, ‘u bent bang van de schaduw van uw eigen bom.’ Onder veel anderen tekenden ook Albert Einstein, Dashiell Hammett, Jean Cocteau, Frida Kahlo, Fritz Lang, Bertolt Brecht, Pablo Picasso en paus Pius XII protest aan – tevergeefs.
Na twee jaar death row werd het echtpaar in de Sing Sing Correctional Facility in New York geëlektrocuteerd. Julius was meteen dood, maar de stoel was niet berekend op Ethel, klein van postuur. Zij bezweek pas na twee extra stroomstoten. Volgens ooggetuigen kwam er rook uit haar hoofd.
De Rosenbergs zijn overigens de enige Amerikaanse burgers die tijdens de Koude Oorlog voor spionage werden terechtgesteld.
De zaak is steeds tot de verbeelding blijven spreken en dient als leerstuk over de ontsporing van de rechtspraak in Amerika. Maar daarbij wordt ook gewezen op het feit dat de wet toen nu eenmaal voorzag in de doodstraf voor spionage, en dat het vonnis ook achteraf bezien verdedigbaar is.
Een van de eersten die er kunst uit peurden was Arthur Miller. Hij schreef het toneelstuk The Crucible, dat begin 1953 werd opgevoerd en later werd bewerkt voor film en televisie. The Book of Daniel van E.L. Doctorow verhaalt de zaak-Rosenberg vanuit het perspectief van een fictieve zoon.

Meineed
De Rosenbergs hadden twee zoons, Michael en Robert, negen en zes jaar jong toen het vonnis werd voltrokken. Toen hun familie hen niet durfde adopteren uit vrees voor repercussies, ontfermde docent en tekstschrijver Abel Meeropol zich over hen. Hij is bekend van het anti-lynch-lied ‘Strange Fruit’, dat beroemd werd door Billie Holiday.
Michaels dochter Ivy maakte over haar grootouders de documentaire Heir to an Execution.
In 2001 bekende de toen 79-jarige David Greenglass in een interview met cbs destijds meineed te hebben gepleegd toen hij tegen zijn zuster Ethel getuigde. Door een deal te sluiten met de openbaar aanklager wist hij zijn hachje te redden. Maar hij beschuldigde destijds zijn eigen zuster valselijk van spionage, in de wetenschap dat ze dan de doodstraf zou krijgen. Sam Roberts schreef het op in The brother: The untold story of atomic spy David Greenglass and how he sent his sister, Ethel Rosenberg, to the electric chair.
Greenglass heeft nooit spijt betuigd; hij had naar eigen zeggen geen andere keus.