Ooggetuige van het grootste olympische bloedbad Sportjournalist Ed van Opzeeland zag in 1968 overal lijken

- Zoom
- Ed van Opzeeland in 1968
In Kamp Vught start vrijdag de tentoonstelling 'The Games must go on…Olympische Spelen, politiek en mensenrechten'. Sportjournalist Ed van Opzeeland vertelt hier voor de eerste keer hoe hij in 1968 getuige was van het grootste bloedbad uit de olympische geschiedenis.
Ooggetuige van het grootste olympische bloedbad
Ed van Opzeeland was veertig jaar geleden een bekend sportjournalist, die in zijn lange loopbaan veel sporen heeft achtergelaten. Zo heeft hij de naam Studio Sport bedacht en zelfs de beroemde term “Voetbal is oorlog”. Enkele maanden geleden bleek namelijk dat hij in 1966 deze quote zelfstandig bij een interview met Rinus Michels heeft geplakt. Van Opzeeland: “Michels heeft dat nooit gezegd, hij had het wel kúnnen zeggen. Hij heeft het later trouwens zelf overgenomen.”
In 1968 deed Van Opzeeland in Mexico verslag van de Olympische Spelen. Dat land was toen een dictatuur, waar studenten protesteerden tegen de enorme kosten van de Spelen. Op 2 oktober 1968 escaleerde dit in het grootste bloedbad uit de geschiedenis van de Olympische Spelen, waarbij honderden doden vielen. Veertig jaar later is deze gebeurtenis nog steeds het nationale trauma van Mexico.
De wereldberoemde Italiaanse schrijfster en journaliste Oriana Fallaci was aanwezig tijdens de beschietingen en vereeuwigde haar gruwelijke ervaringen in 1969 in het boek ‘Niets, en zo zij het’. Hierin schreef ze: ‘En het eerste schot ging af. En dat was het bevel waar ze op gewacht hadden, want daarna gingen ze allemaal gelijktijdig af, daarginds vanaf het viaduct, en vanaf de kerk, vanuit de wolkenkrabbers, van onderaan de trappen, een cirkel van intensief, aanhoudend, goed georganiseerd vuur, een verraderlijke overval. En de lichamen begonnen te vallen, plof, plof, plof.’
Van Opzeeland heeft dit ook zien gebeuren. Hij zegt hierover in de tentoonstelling in Kamp Vught: “Voor de Spelen begonnen, was ik al in Mexico. Om sfeerreportages te maken, samen met de fotograaf Ed van der Elsken. We stonden te kijken naar de grote demonstratie van studenten en arbeiders. Opeens ontstond er paniek. Iemand riep: Ze sluiten ons in! Ik zag helikopters in de lucht, die het vuur openden op de menigte. Onvoorstelbaar. Plots waren er ook tanks. Van alle kanten werd geschoten. Van der Elsken en ik probeerden bescherming te zoeken. We doken onder een vrachtwagen.”
Op deze bizarre plek lagen Van Opzeeland en Van der Elsken opeens naast Fallaci. “Ik herkende haar, ze was een bijzondere verschijning. Fallaci was heel rustig. Dat werkte op mij als een tranquilizer. Toen werd ze geraakt door rondvliegende kogels. Mensen, ik weet niet wie, haalden haar weg en hebben haar naar een ziekenhuis gebracht. Nadat het schieten eindelijk voorbij was, zijn we naar ons hotel gegaan. Nog dezelfde avond hebben Ed en ik Oriana Fallaci opgezocht in het ziekenhuis. Ze bleek drie schampschoten te hebben.
Het gekke is, daarna ben ik gewoon aan het werk gegaan om de Spelen te verslaan. Met vrijwel niemand sprak ik over de gebeurtenissen. De sporters en officials wisten er ook niks van. Voor mijn opdrachtgever schreef ik gewoon weer mooie sportverhalen.” Aldus Van Opzeeland.
Tenslotte gaan de Spelen altijd door, ook na zo’n bloedbad. Zoals toenmalig IOC-voorzitter Avery Brundage in 1968 zei: “Als gasten van Mexico hebben wij het volste vertrouwen dat de Mexicaanse bevolking samen met de deelnemers en toeschouwers de Spelen zal meevieren. Deze zijn een ware oase in een wereld vol moeilijkheden.” Vier jaar later zou diezelfde Brundage het op een andere manier zeggen: “The Games must go on.”
De expositie ‘The Games must go on…Olympische Spelen, politiek en mensenrechten’ is tot 9 januari 2009 te zien in Kamp Vught.
Extra afbeeldingen
- Zoom
- Ed van Opzeeland op bezoek bij Oriana Fallaci
- Ed van Opzeeland op bezoek bij Oriana Fallaci