Main Content

Ook te zien bij Plaats van Herinnering Op 17 mei 1928 begonnen de Olympische Spelen van Amsterdam

  • 17 mei 2008
Olympisch Stadion Amsterdam
Zoom
Olympisch Stadion Amsterdam

Op 17 mei 1928 begonnen de Olympische Spelen in Amsterdam. Vandaag is dat exact tachtig jaar geleden. Op "Plaats van Herinnering" kunt u uw eigen herinnering aan het Stadion toevoegen.

Ook te zien bij Plaats van Herinnering

Op die zeventiende mei werd tevens het standbeeld ‘De Olympische Groet’ onthuld, in de volksmond toen Jan met de handjes genoemd. Na de officiële onthulling van het standbeeld werd de eerste officiële sportwedstrijd in het Olympisch Stadion gespeeld. Dat was de hockeywedstrijd tussen Nederland en Frankrijk. Deze interland werd met 5-0 gewonnen door Nederland, dat uiteindelijk de finale haalde. Daarin verloor het van Brits-Indië.

Hockey kende een enorme opleving door de Spelen van 1928. Voor aanvang was dit een onbekende sport in Nederland, maar het sloeg toen enorm aan. Al tijdens de Spelen zelf werden in Amsterdam-Zuid de eerste kinderen aangetroffen met een hockeystick. Een paar weken daarvoor deden ze nog aan voetbal. De olympische hockeyfinale was uitverkocht en dat was nieuw in Nederland.

Met de opening van de Olympische Spelen werd het Olympisch Stadion officieel in gebruik genomen. Dat is volgende week dus ook exact tachtig jaar in gebruik. De architect hiervan was Jan Wils.

Met deze Creatie van Wils won de architect zelfs olympisch goud op de Kunstolympiade van 1928, wat toen dezelfde status had als ‘gewoon’ olympisch goud. Daarom staat de naam van Wils op de Wall of Fame in het Olympisch Stadion als één van de ruim tweehonderd Nederlandse winnaars van olympisch goud. De Wall of Fame is in de Marathonpoort.

Het was voor Wils een waardige climax van zijn grote belangstelling voor sportarchitectuur. Al in 1924 schetste hij een sportgebouw in Den Haag, dat nooit is uitgevoerd. Samen met Pieter Scharroo van het Nederlands Olympisch Comité publiceerde hij in 1925 het boek ‘Gebouwen en Terreinen voor Gymnastiek, Spel en Sport’, met daarin een voorwoord van de olympische pionier Pierre de Coubertin.

Het toonaangevende tijdschrift Revue der Sporten noemde het Stadion in 1928 ‘de steenen sportstad’. En Herman van Bergeijk had het in zijn recent verschenen boek ‘Jan Wils. De Stijl en verder’ over ‘het bedevaartsoord voor de sport’.