Main Content

Een historische analyse Zestig jaar Israël: Het zionisme van Theodor Herzl

  • 16 mei 2008
David Ben-Goerion roept de staat Israël uit (1948)
Zoom
David Ben-Goerion roept de staat Israël uit (1948)

Het woord zionisme werd waarschijnlijk voor het eerst gebruikt in een artikel van Nathan Birnbaum in 1886. De term zionisme kwam te staan voor de beweging die de heroprichting van een joodse natie in Palestina nastreefde. Theodor Herzl wordt gezien als de vader van het politieke zionisme. Door Micha Peters

Een historische analyse

Er was een aantal schrijvers voor Herzl die schreven over een eigen joodse staat. In 1833 schreef Disraeli (de latere Britse minister-president), in zijn eerste novelle Alroy, over een joods rijk met aan het hoofd een joodse elite.

Dit thema werkte hij verder uit in Coningsby (1844). In Tancred ging hij nog verder door de geschiedenis te verklaren vanuit raciale standpunten en hierbij zag hij de joden als een superieur ras. George Elliots Daniel Deronda (1876) beschreef een personage dat streefde naar het opnieuw in bezit nemen van Palestina. Zowel Moses Hess met zijn Rome en Jeruzalem (1862) als Leon Pinsker beschreven gelijksoortige denkbeelden.

1.2 De Dreyfus-affaire

Theodor Herzl (1860-1904) werd geboren in Boedapest. Slechts enkele jaren oud verhuisde hij met zijn familie naar Wenen, alwaar hij na zijn rechtenstudie als journalist ging schrijven voor de liberale Weense krant de Neue Freie Presse. Aangezien Herzl als verslaggever in 1891 naar Parijs verhuisde, zat hij vanaf het begin met zijn neus bovenop de Dreyfus-affaire. Alfred Dreyfus was een joodse officier van de Franse Generale Staf die in 1894 was beschuldigd van verraad en een levenslange gevangenisstraf kreeg opgelegd.

Herzl was een van de velen die geloofde dat Dreyfus valselijk was beschuldigd en dat het proces een schijnvertoning was geweest. Dat dit inderdaad zo was, bleek in 1899, nadat een van de betrokken officieren een bekentenis had afgelegd en Dreyfus z’n straf, na een nieuw proces in 1906, werd opgeheven. Herzl, die het eerste proces van Dreyfus voor de Neue Freie Presse had gevolgd, was zeer geshockeerd door het antisemitisme dat in Frankrijk door het proces was ontketend.

De Dreyfus-affaire werd het symbool voor joodse ongelijkheid en antisemitisme in Europa. Herzl geloofde dat het antisemitisme in Europa een diepgeworteld christelijk pathologisch verschijnsel was. Het antisemitisme was voor hem iets eeuwigs en onafwendbaars. Herzl zag de oplossing in het stichten van een eigen zuiver joodse staat. In een staat waarin geen niet-joden leven, kan ook geen antisemitisme heersen, was zijn redenering. Zijn bekendste boek Der Judenstaat (1896) is tot op heden het basisdocument voor het zionisme.

1.3 Theodor Herzl en Cecil John Rhodes

Herzl werd in zijn gedachtegang sterk beïnvloed door Cecil John Rhodes, de grote imperialist die zijn naam leende aan een land: in mei 1895 werden Moshonaland en Matabeland samen Rhodesië, bestuurd door de British South Africa Company. Herzl bestudeerde nauwkeurig hoe Rhodes het voor elkaar had gekregen om de controle te krijgen over de Moshona en de Matabele. Herzl was ervan overtuigd dat de te vormen joodse staat reeds diende te worden bewoond door een aantal landeigenaren en vele arme boeren. De arme boeren dienden uit het land gezet te worden en overgeplaatst te worden naar zogenaamde transitlanden alwaar ze aan het werk konden gaan.

De landeigenaren dienden door geheim agenten te worden aangepakt. Deze geheimagenten dienden landaankopen te doen, en de landeigenaren het idee te geven dat zij meer voor hun grond kregen betaald dan dat deze in werkelijkheid waard was. Toen Rhodes eenmaal bepaalde concessies aangaande permanente volksplanting van een zwart opperhoofd had gekregen, wendde Rhodes al zijn invloed aan om een legale rechtsgrond voor zijn nieuw te stichten staat te krijgen.

Groot-Brittannië fungeerde hierbij als 'sponsor'. Toen dit allemaal geregeld was opende Rhodes het land voor immigratie van blanke pioniers door de Matabele met behulp van geweren te verslaan. Herzl was zich ervan bewust dat Rhodes de nodige financiële steun genoot, en een 'sponsor' had die zijn belangen behartigde. Hier diende hij ook voor te zorgen.

1.4 Het Eerste Zionistische Congres

Voor zijn jodenstaat had Herzl twee locaties op het oog: Palestina en Argentinië. Argentinië was een zeer vruchtbaar land, zeer uitgestrekt en dunbevolkt. Palestina was daartegenover het onvergetelijke thuisland. Wanneer de sultan de joden Palestina in handen zou geven, dan zouden zij op hun beurt de staatschuld saneren. De joodse staat zou voor Europa een bruggenhoofd naar Azië vormen, een bolwerk van de beschaving tegen de barbarij. De belangrijkste christelijke heilige plaatsen zouden onder toezicht komen te staan van een internationale organisatie.

In 1895 telde Argentinië 4 miljoen inwoners, Palestina slechts 500.000. In juni 1896 reisde Herzl naar Constantinopel om de sultan te ontmoeten. Hij werd echter door een tussenpersoon op de hoogte gebracht dat de sultan Palestina ook als bakermat van het christendom zag, en niet alleen van het judaïsme. Toen het hem ook niet lukte om Baron Edmond de Rothschild voor zijn plannen te mobiliseren, trachtte hij de joodse massa achter zich te krijgen. Hiertoe organiseerde hij op 29 augustus 1887 het Eerste Zionistische Congres in Basel.

Daar kwam men dankzij een tactische zet van Max Nordau tot de term thuisland in plaats van staat voor de nieuw te stichten joodse gemeenschap. Het Eerste Zionistische Congres resulteerde in een aantal belangrijke zaken: de World Zionist Organisation, een nationale vlag, een volkslied (Hatiqva) en de Jewish National Fund.

Hierna had Herzl enkele weinig succesvolle ontmoetingen met de sultan en de Duitse Keizer (de Duitse keizer had een zeer goede relatie met de sultan). In juli 1902 was het wel duidelijk dat zowel de sultan als de Duitse Keizer geen nut zagen in Palestina als thuisland voor de joden. Herzl had nog de hoop dat hij de sultan kon omkopen met Zuid-Afrikaans geld, en ook wilde hij nog advies inwinnen bij Rhodes, maar deze overleed voordat Herzl hem kon ontmoeten.

1.5 Herzl en Groot-Brittannië

Gefrustreerd richtte Herzl zich tot Groot-Brittannië. Hij probeerde het zionisme aan Brits imperialistische belangen te koppelen. Ook speelde hij in op gevoelens van antisemitisme die leefde onder Britse politici, deze gevoelens werden steeds sterker naarmate het aantal joodse vluchtelingen in Groot-Brittannië toenam onder invloed van de Russische pogroms.

De vluchtelingenstroom nam aan het begin van de negentiende eeuw zo'n grote vorm aan, dat er een speciale commissie werd benoemd die zich met dit vraagstuk zou gaan bezighouden. Ook Herzl verscheen voor deze commissie en ontmoette Lord Rothschild aan wie hij het voorstel deed om een joodse nederzetting te stichten in een Britse kolonie.

Herzl's voorkeur ging hierbij uit naar een deel van de Sinaï, Egyptisch Palestina of Cyprus. Ook al kreeg Herzl slechts Cyprus of El-Arish in de Sinaï toegezegd, de joden konden in ieder geval vanuit deze plaatsen, zodra het Ottomaanse Rijk was gevallen, Palestina gemakkelijk penetreren.

Op 20 oktober 1902 had Herzl een ontmoeting met de minister van Koloniën, Joseph Chamberlain. Chamberlain, was bezorgd over het aantal joden dat zich vestigde in Engeland. Het idee dat joods kapitaal en een joodse vestiging de imperialistische belangen van Groot-Brittannië diende, sprak Chamberlain enorm aan. Emigratie kon het interne joodse vraagstuk oplossen en joods kapitaal en joodse arbeid konden de kolonie welvarend maken.

Herzl gaf te kennen dat hij in Cyprus, El-Arish en de Sinaï bijzonder geïnteresseerd was voor joodse vestiging. Chaimberlain reageerde hierop met het argument dat hij onmogelijk Griekse christenen of Turkse moslims het land uit kon zetten ten behoeve van joodse vestiging. In november 1902 voer Chamberlain naar Zuid-Afrika.

Hij ging in Mombasa aan wal en reisde 800 km per trein naar Oeganda. Het landschap dat hij zag, vooral de gebieden Kikuyu en Mau, leek hem zeer vruchtbaar, uitgestrekt en dunbevolkt. Het leek hem prima geschikt voor joodse vestiging en tegelijkertijd zou Oost-Afrika Brits blijven. Op 24 april 1903 deed Chamberlain aan Herzl het voorstel om Oeganda te gebruiken als land voor joodse vestiging. Aanvankelijk verwierp Herzl het plan; het beginpunt van de kolonisatie zou in de beurt van Palestina moeten liggen. Later, toen hij eenmaal aan het idee gewend was, zag hij het als een aardig alternatief.

De zionisten zonden in juli van dat jaar een proefversie van de akte van oprichting voor de nieuw te stichten staat naar Londen. Deze werd echter afgekeurd omdat de zionisten naar soevereiniteit streefden. De minister van Buitenlandse Zaken, lord Landsowne, vreesde voor een staat binnen een staat; een imperium in imperio. In een brief van het ministerie van Buitenlandse Zaken werd de zionisten lokale autonomie aangeboden onder Britse suprematie. Voor sommigen leek het of de zionisten een sponsor hadden.

Maar alle voorstellen voor vestiging betroffen Oeganda en niet Palestina, waardoor de Zionistische beweging verdeeld raakte. De Russische Zionisten verwierpen het plan, evenals de Britse joden. Op het volgende Zionistische Congres, in juli 1905, werd het 'Oeganda plan' verworpen. Herzl was inmiddels overleden en kon hiertegen dus niet protesteren.

Uiteindelijk werd op het zevende zionistische congres bepaald dat joodse kolonisatie op Palestina, of haar directe omgeving, gericht zou moeten zijn.