Main Content

In beeld en geluid Zestig jaar Israel en het Palestijnse probleem

  • 15 mei 2008
David Ben-Goerion roept de staat Israël uit (1948)
Zoom
David Ben-Goerion roept de staat Israël uit (1948)

Israel viert het zestigjarig bestaan, de Palestijnen herdenken hun strijd voor een eigen staat. Wat in 1948 gezien werd als een oplossing voor een probleem, werd tegelijk het begin van een immer voortdurend conflict. In ons dossier hebben we films, documentaires en tv-en radiofragmenten verzameld die dit illustreren.

In beeld en geluid

In 1947 stemt de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties in met het Britse plan voor de opdeling van het mandaatgebied Palestina in twee delen. Van de 1,6 miljoen inwoners is op dat moment 1 miljoen Arabier en 600.000 Jood. Het land is grotendeels publiek bezit van de Britse mandaatautoriteit. 16,5% is in handen van Arabieren die elders in de Arabische wereld wonen. De Joden hebben 8,6% van het land in handen terwijl de lokale Arabische bevolking 3,3% in bezit heeft. In het voor de Joodse staat bedoelde deel vormen Joden met 55% van de bevolking (niet meegerekend 90.000 nomadische bedoeïenen die er een deel van het jaar verbleven). een meerderheid. De Joodse leiding accepteert de VN-deling, de Palestijnse leiding niet en vrijwel onmiddellijk breekt er een burgeroorlog uit tussen Joden en Arabieren. Een groot deel van de Arabische bevolking vlucht voor het geweld of wordt verdreven. Tussen 4 april en 10 mei 1948 voort het Joodse leger het Plan-Dalet uit dat de gebieden die aan de Joodse staat waren toegekend moesten verdedigen en ook hierbuiten Joodse bevolkingsconcentraties moest innemen. Het plan stelt het als volgt: "Het objectief van het plan is om de controle te verkrijgen over gebieden van de Joodse staat en de grenzen te verdedigen. Tevens is het streven controle te verkrijgen over Joodse nederzettingen en bevolkingsconcentraties buiten dit gebied (dat aan de Joodse staat was toebedeeld) van reguliere, semi-reguliere en kleine troepenmachten van binnen en buiten de staat".

Sommige bronnen voeren aan dat Plan-Dalet met name het verdrijven van zoveel mogelijk inheemse Arabieren tot doel had. Andere bronnen halen oproepen van Arabische leiders aan (die de Arabische bevolking opriepen tijdelijk te vluchten in afwachting van de verwachte Arabische overwinning) als verklaring voor het massaal vluchten van de Arabische bevolking.

Op 9 april 1948 vond in het dorp Deir Yassin een veldslag plaats en werd door de Joodse paramilitaire organisaties een bloedbad aangericht waarop het aantal Arabische vluchtelingen verder toeneemt.

Op 15 mei 1948 loopt het Britse mandaat voor Palestina af. In anticipatie hierop roept het Joods Agentschap een dag eerder de staat Israël uit.

Direct na beëindiging van het Britse mandaat vallen 23.500 soldaten uit vijf Arabische landen de nieuwe staat aan. Israël zet hierop een vergelijkbare troepenmacht in. De Arabisch-Israëlische Oorlog van 1948 (ook wel Israëlische Onafhankelijkheidsoorlog genoemd) is een feit. In 1949 worden wapenstilstanden afgesloten tussen enerzijds Israël en anderzijds de Arabische landen (uitgezonderd Irak). Israël heeft aan het eind van de vijandelijkheden een gebied in handen dat 22% groter was dan dat oorspronkelijk aan de Joodse staat was toegekend. Honderdduizenden Arabieren vluchten of vertrekken hierop naar de Westelijke Jordaanoever, Gazastrook en Libanon, alwaar zij in vluchtelingenkampen terechtkomen. Uit veel landen in het Midden-Oosten migreren, dan wel vluchten, veel Joden naar Israël, enerzijds vanwege de dreigende toespraken van onder andere Egyptische en Iraakse leiders, anderzijds vanwege grote Israëlische druk op hen om zich in de nieuwe Joodse staat te vestigen.

Op 11 december 1948 werd inmiddels door de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties resolutie 194 aangenomen waarin bepaald wordt dat de Palestijnse vluchtelingen die in vrede met hun buren willen leven het recht hebben om terug te keren naar hun huizen. De Arabische landen wijzen de resolutie af; Israël stemt in met de resolutie, maar voert hem niet uit daar er feitelijk nog immer sprake is van een staat van oorlog tussen Israël en haar buurlanden en er dus van vrede geen sprake was. De terugkeer van driekwart miljoen verdreven Palestijnen wordt door Israël sindsdien verhinderd.

Op 11 mei 1949 verleent de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties met resolutie 273 het lidmaatschap van de VN aan Israël. In 1950 neemt het Israëlische parlement de Knesset de Wet op de Terugkeer aan dat alle Joden, van waar ook ter wereld, het recht verschaft zich in Israël te vestigen. Dit maakt immigratie uit Azië en Afrika mogelijk.