Main Content

De Amerikaanse drooglegging en het Nederlandse rookverbod De aanhouder rookt

  • 20 november 2008
<p>Rokende Juliana (1966)</p>
Zoom

Rokende Juliana (1966)

Het rookverbod is een actueel en heet thema. Het verbieden van genotsmiddelen heeft niet altijd het gewenste effect gehad. Zo was er in de jaren twintig van de vorige eeuw in de Verenigde Staten officieel geen druppel alcohol te koop, maar in het illegale circuit stroomde de drank rijkelijk. Zelfs de Senaat werd via een ‘geheime’ achterdeur van drank voorzien.

De Amerikaanse drooglegging en het Nederlandse rookverbod

Door het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog werd in de VS de weg bereid voor nationale drooglegging. Drankgebruik deed een natie in oorlog immers geen goed. Bovendien diende er spaarzaam met voedsel (lees: graan) te worden omgegaan om de bondgenoten te voeden. Het verbod tot het stoken van drank werd aangekondigd als een daad van patriottisme.

Ook zagen Amerikaanse waarnemers dat soldaten in Europa tijdens de oorlog massaal aan de drank gingen om de gruwelijkheden van de loopgraven te vergeten. Er werd gevreesd dat de soldaten zich massaal op de drank zouden storten wanneer zij eenmaal naar de VS waren teruggekeerd. Verder keerde de publieke opinie zich tegen alles wat Duits was of leek, en veel van de grote brouwers en stokers in de VS waren van Duitse afkomst.

DE HEL STAAT TE HUUR

Tal van evangelisten waren ook voor invoering van een drankverbod, zoals Billy Sunday: ‘De achterbuurten zullen dan tot het verleden behoren, van onze gevangenissen zullen we fabrieken maken, de mannen zullen rechtop lopen, de vrouwen glimlachen, de kinderen lachen en de hel zal te huur staan’.

In 1919 werd het Achttiende Amendement aan de grondwet toegevoegd en op 16 januari 1920 brak het tijdperk van de drooglegging (_Prohibition_) aan. De hel stond te huur. Niet veel later zou blijken dat er talloze mensen toch erg geïnteresseerd waren in een huurcontract.

In de eerste jaren was er nog wel groot enthousiasme voor de drooglegging. De criminaliteit zou zijn afgenomen en de welvaart toegenomen. Het bleek echter al snel dat het vrijwel onmogelijk was om de naleving van de wet af te dwingen. Stadsbesturen die werden geacht op te treden tegen zogenaamde _speak-easies_, bars waar illegaal drank werd verkocht, deden dat alleen wanneer ze daadwerkelijk overlast veroorzaakten.

Door het einde van de oorlog en herstel van de welvaart verdween ook de urgentie waar de droogleggers gebruik van hadden gemaakt. Alcoholgebruik was nu vooral hip, gaf ontspanning en de jongeren gebruikte het als symbool om zich tegen de ouderen af te zetten.

Moonlighting, het clandestien stoken van sterke drank, werd steeds populairder. Zo kon men in 1928 voor slechts zeven dollar een draagbare distilleerderij aanschaffen. Ook bloeide de smokkel van drank op, waarvan vooral de georganiseerde misdaad wist te profiteren.

DE HEL IS WEER VERHUURD

In Chicago, de stad van gangster Al Capone, was het grootste deel van de politie zelfs ‘werkzaam’ in de drankhandel en in Washington had de Senaat volgens de Nederlandse historicus Presser ‘haar eigen achterdeurse leverancier’. Het dragen van een heupflesje drank was in die tijd net zo normaal als het dragen van een hoed.

De drooglegging bleek een totale mislukking. Het 21ste Amendement, dat in 1933 door het Congres werd goedgekeurd, zou een einde maken aan een periode van dertien jaar _Prohibition_. De hel stond niet langer te huur.

De Nederlandse anti-rooklobby is gewaarschuwd.