Smerig en laag, laat Andere Tijden zien De Amerikaanse presidentsverkiezingen van 1988

- Zoom
- Michael Dukakis tijdens debat
De campagnes voor de Amerikaanse presidentsverkiezingen bereiken een kookpunt. Dat betekent dat er wat meer de nadruk wordt gelegd op de (vermeende) zwaktes van de tegenstander en iets minder op het inhoudelijke debat. Iets vergelijkbaars gebeurde in 1988 tussen de Republikein George Bush sr. en Michael Dukakis van de Democraten. Andere Tijden maakte hiervan in 2001 een reconstructie.
Smerig en laag, laat Andere Tijden zien
"Als er een les te trekken valt uit de verkiezingscampagne van 1988,” zei Dukakis zeven jaar geleden tegen Andere Tijden, “dan is het dat je voorbereid moet zijn op aanvallen van de tegenpartij. Je moet er onmiddellijk op reageren en je moet een strategie hebben hoe je dat gaat doen.” Omdat hij twintig jaar geleden daar geen rekening mee had gehouden, ging het daarop mis.
Aan het begin van zijn campagne gaf Dukakis een samenvatting van zijn strategie: “Deze verkiezingen gaan niet over verschillen in ideologie, maar over competentie.” Het vertrouwen in een goede afloop werd verder gevoed door de peilingen. Eind juli 1988, vlak na de Democratische conventie, leidde Dukakis met zeventien procent - een welhaast onoverbrugbare kloof. Als hij geen grote fouten zou maken, zou hij op z’n sloffen winnen.
De Democraten hadden alleen geen rekening gehouden met de man achter Bush: Lee Atwater. Hij was de campagneleider en had al in het begin van dat jaar besloten in het verleden van Dukakis te gaan wroeten. Na enig gezoek kwam hij met een lijstje over de standpunten en zwaktes van de Democratische tegenstander:
• Dukakis was vóór hoge belastingen, voor hoge overheidsuitgaven.
• Tegen hogere defensie-uitgaven.
• In Massachusetts was een voor moord veroordeelde gevangene, Willie Horton, een aantal keren met verlof gestuurd. Tijdens zijn laatste verlof, was Horton gevlucht en had hij een man met een mes verwond en zijn vrouw verkracht.
• Dukakis was lid van de American Civil Liberties Union. Deze organisatie was o.a. tegen de filmkeuring.
• Hij was tegen een wet die het iedere morgen op scholen uitspreken van de “pledge of allegiance” verplicht stelde.
Atwater selecteerde een groep zwevende kiezers waarop hij bovenstaande feiten losliet. Met succes, want na afloop had ditzelfde definitief groepje gekozen voor Bush. Vanaf toen was de invalshoek dat Dukakis een ‘liberal’ was: iemand die misschien niet links deed, maar dat wel degelijk was. En iemand was hij veel te lief voor moordenaars en andere misdadigers.
Dukakis negeerde deze Republikeinse tactiek, wat hem de kop heeft gekost. “Wat we hadden moeten doen,” zei hij tegen Andere Tijden, “ is de zaak omdraaien. De lastercampagne van Bush hadden wij moeten aanpakken om het karakter van zijn campagne en het karakter van Bush zelf te laten zien. En dat hebben we niet gedaan. En tegen de tijd dat we wakker werden, hadden we al veel schade geleden. Daarvan zijn we nooit meer hersteld.”
Vier jaar later trok Bill Clinton andere conclusies dan zijn voorganger, mede door de slechte ervaringen. En ook nu lijkt Barack Obama zich niet te willen laten vangen door negatieve opmerkingen van zijn politieke tegenstanders. Of het helpt, weten we over een paar zenuwachtige weken.