Main Content

Acht Nederlanders en het Verleden van Nederland (1) Gevelstenen in Amsterdam: de leesbare stad

  • 10 oktober 2008
Jos Otten met Amsterdamse weessteen (moet nog plaatsje voor gevonden worden)
Zoom
Jos Otten met Amsterdamse weessteen (moet nog plaatsje voor gevonden worden)

Een toenemend aantal Nederlanders duikt in de geschiedenis. De VPRO zocht er acht op. Hun verhalen kunt u lezen in de VPRO-gids en op de website /Geschiedenis. Deze week Jos Otten, voorzitter van de Vereniging Vrienden van Amsterdamse Gevelstenen. In 1981 restaureerde hij zijn eerste gevelsteen. Inmiddels heeft zijn vereniging al deze ‘huismerken’ in kaart gebracht. Door Hugo Hoes

Acht Nederlanders en het Verleden van Nederland (1)

Wat zijn gevelstenen?

Jos Otten: ‘Huismerken die aangeven waar bijvoorbeeld iemand woont of waar zijn bedrijf gevestigd is. Of die uiting geven aan een religieuze of politieke overtuiging. Zo hadden orangisten vaak oranjeappels in hun gevelsteen. Heuglijke feiten, zoals de vrede die werd gesloten tussen de De Zeven Provinciën en Spanje, konden ook de aanleiding vormen voor een gevelsteen. Vóór de gevelstenen waren er uithangborden. Daar komt ook de uitdrukking “Waar hang je uit?” vandaan. Die uithangborden verdwenen omdat koetsiers die hoog te paard zaten daar met hun hoofd tegen aan botsten. Dus moesten ze plat tegen de gevel. Na de grote stadsbranden werden de huizen van steen en maakten uithangborden snel plaats voor duurzame stenen plat in de gevel. Vaak hadden ze ook een commerciële functie. Een goede bakker hing een krakeling op waarna de concurrent met een vergulde krakeling kwam. Andere bakkers volgden met drie vergulde krakelingen of met de gekroonde krakeling. De krakeling was overigens aanvankelijk een grafgift. Germanen gaven de doden een armband mee van kostbaar materiaal, maar op een gegeven moment werd dat te duur en ging men die namaken van deeg. Op de begrafenis werden die broodjes gegeten. Duivenkater, krek hetzelfde.’

Uit welke periode stammen ze?

‘De Egyptenaren kenden al uithangtekens. En in de tijd van de Romeinen keek je als je melk wilde halen, waar ergens een gevelsteen zat met een geit erop. Wilde je naar de bakker, dan zocht je een steen met een fallus, het teken van gezondheid en kracht. Die zijn in Pompeï ook opgegraven. Voor wijn moest je naar een huis met een krans. Denk aan het gezegde “Goede wijn behoeft geen krans.” In Zuid-Amerika verbeeldt trouwens een bezem de bakker. Vreemd, wellicht heeft het met het uitvegen van de oven te maken. In Amsterdam waren er ook vaak toeters die naar bakkers verwezen. Als de broodjes eetbaar waren blies de bakker op een toeter, dan wist iedereen dat het brood klaar was. In de 15de eeuw werden vooral veel familiewapens afgebeeld. Wapenschilden die aangaven tot welke familie je behoorde. Daar komt ook het woord schilder vandaan. Heette je Van Ravensloot, dan kwam er een schild met een raaf en een sloot. De heer van Moerassigveld kreeg een wapen met een Franse lelie, dat is een iris, die in moerassen groeit. In het waterrijke Noord-Holland kom je vaak zwanen in familiewapens tegen. Opmerkelijk is dat je de meeste gevelstenen niet aan de hoofdgrachten tegenkomt maar vooral in de zijstraten. Want iedereen wist wel waar mijnheer Van Brienen of mijnheer Six woonden en hun post bezorgd moest worden. Zij hadden geen gevelsteen nodig. Je ziet ze vooral in de Jordaan en op de Nieuwmarkt. Want daar zaten de ambachtslieden en de winkeltjes. Parijs heeft er ook veel; die zijn nog door Balzac beschreven.’

Jullie vereniging inventariseert ze?

‘We kennen ze allemaal. De Amsterdamse gevelstenen heet ook ons boek, niet Amsterdamse gevelstenen. Dat zijn er ruim 850, waarvan 650 aan de openbare weg.’

En de rest?

‘Museumkelders of ingemetseld in zijmuren; zo worden ze ook bewaard. Er zaten er 3500 in Amsterdam, maar de meesten zijn verdwenen nadat de huisnummering werd ingevoerd.’

Die heeft het verpest?

‘Die heeft de functie overgenomen. Met als gevolg dat de gevelstenen werden gebruikt als putdeksel, of dat ze in stukken gehakt werden en op trapgevels werden gebruikt als afdekplaten aan de zijkanten. Daar vind je ze wel eens terug. Ik heb ook wel eens een putdeksel in 24 stukjes aangeboden gekregen waar een bouwvakker zijn Kangoo op had gezet. Stenen die zijn gaan zwerven proberen wij weer terug te brengen naar de plek waar ze vandaan komen. Monnikenwerk. Veel stenen zijn verplaatst, maar meestal weten we waar ze vandaan komen. 60 procent zit niet in monumenten, dus die stenen staan er bij als af te schieten wild.’

Vogelvrij?

‘Ja, maar dat vertel ik niet graag want dan denken mensen: ha, ik kan hem eruit halen en verpatsen.’

Waar komt uw historische belangstelling vandaan?

‘Liefde voor geschiedenis van de stad was er al. Mijn moeder verzuchtte wel eens: was ik maar een oud gebouw dan keek je vader vaker naar me. Die keek ook altijd naar oude gebouwen. Maar de krul, het detail, is met het bouwbeeldhouwwerk verdwenen. Toeristen komen niet voor de gebouwen bij de IJ-oever, maar komen af op de krul in Amsterdam. Die eindeloze gevarieerdheid van huizenrijen in de binnenstad die samen toch een strakke wand vormen… Je leest er de geschiedenis van af. En dat is wat ik doe; de stad weer leesbaar maken. Als je een jaartal ziet kijk je nog nauwkeuriger.’

Amsterdammers zijn inmiddels toch wel trots op hun gevelstenen?

‘En dát is de bescherming. Mede door ons werk heeft men die trots en liefde gekregen. We restaureren en verfraaien stenen en maken de betekenis weer duidelijk. Want onbekend maakt onbemind. Dat is ook de pest met stenen in museumkelders. Worden ze weer verplaatst, gaat er een neus af. Die zijn niet zichtbaar en niet leesbaar. En in gevels zijn ze veilig. Het is openbaar kunstbezit! Voor jou en voor mij. Dat hoort niet in een kelder of in een zijmuur in een Gooise villa. Kinderen vinden het ook prachtig. En hoe meer dingen je mooi vindt, hoe aangenamer het leven wordt. Je ziet ook nooit graffiti op gevelstenen. Altijd er om heen. Men heeft er respect voor.’

Waarom is het belangrijk om de geschiedenis te kennen?

‘Met die kennis kun je op de schouders van je voorgangers gaan staan. Zo kun je verder kijken en meer zien.’