Main Content

Selectief geheugen van schaatskampioen Het oorlogsverleden van Siem Heiden

  • 7 oktober 2008
Siem Heiden
Zoom
Siem Heiden

Siem Heiden was één van de beste Nederlandse schaatsers van voor de Tweede Wereldoorlog. Volgens eigen zeggen redde hij in mei 1940 het leven van de Duitse turnkampioen Alfred Schwarzmann tijdens de inval in Nederland. Onderzoek van Allert Goossens op de site War Over Holland toont echter aan dat dit verhaal verzonnen moet zijn.

Selectief geheugen van schaatskampioen

Tijdens de Olympische Spelen deze zomer plaatste deze site een artikel over Alfred Schwarzmann, die grote successen behaalde tijdens de Spelen van 1936 in Berlijn. Hij won drie keer goud: turn landenteam, turn parcours en paard. Ook eindigde hij op de derde plaats bij de brug en evenwichtsbalk. Schwarzmann was daarmee met Eugen Mack, Konrad Frey en Jesse Owens de meest succesvolle deelnemer van deze Spelen.

De sporter werkte sinds 1935 voor het Duitse leger, dat hem een jaar later beloonde voor zijn uitmuntende sportieve prestaties. Hij kreeg meteen de rang van 'Leutnant', alhoewel hij daarvoor geen opleiding had genoten. In 1939 werd hij belast met de trainingen van parachutisten. Het aantal blessures onder de springers was namelijk zo groot dat niemand minder dan een turnkampioen de manschappen moest leren om goed neer te komen, door te rollen en zo de enkels en knieën te sparen. Een jaar later hing Schwarmann zelf aan een valscherm, en wel boven de Moerdijk tijdens de Duitse inval van mei 1940. Hier raakte hij al snel gewond.

SIEM HEIDEN

Heiden was op datzelfde moment als Nederlandse soldaat in gevecht voor de verdediging van zijn land. Bij Dordrecht zou hij Schwarzmann zwaar gewond hebben aangetroffen, waarna hij het bevel kreeg de Duitser te fusilleren. Heiden herkende echter wie voor hem lag, luidt het verhaal hierover. “Sportman?” vroeg Heiden daarom. “Ich bin Eislaufer. Weltrekord 5,000 meter.” Schwarzmann zou zich hierna hebben geïdentificeerd als sporter, waarna Heiden hem door de gevechten heen naar een veilig gebied sleepte als directe uiting van sportieve verbondenheid.

Dit verhaal kreeg in 1990 een nieuwe dimensie door het tv-programma ‘De Schending’ van Jan Blokker voor de VPRO. Beide sporters kwamen hierin aan het woord over hun ontmoeting. In het eerste deel vertelde ieder zijn verhaal apart, om daarna tot hun verrassing te worden herenigd.

Heiden vertelde dat hij op wacht stond: “Nou, daar stond ik. Toen kwam die auto eraan, ik stond daar. Ik doe m’n geweer naar voren: halt. Uitstappen. Toen was er een grote man bij, een Beier, en die zegt: hij moet naar een ziekenhuis, hij is een turner. Ik zeg: piano? Nee, wat dan? Toen zei die tweede: een turner. En ik zeg: hoe heet-ie? Schwarzmann.

Ik zeg: nou moet ik een chauffeur hebben. Ik zeg: hij is zwaargewond, breng ‘m weg. En vertel dan dat het Schwarzmann is, de Olympische Sieger in de gymnastiek.”

Als het nou niet Schwarzmann was geweest, maar een gewone soldaat, wat was er dan gebeurd? Niets. Maar omdat ik als sportman vocht, en hij ook. Dan heb je toch, al is het dan een mof, een soort verwantschap. Want je hebt als sportman veel meer karakter als soldaat, dan je denkt.”

Schwarzmann wist er in 1990 niet veel meer van: “Ik ben nu 78. En bovendien, als je die ellendige ervaringen in je leven hebt opgedaan, zoals de oorlog en zo… Ik heb geprobeerd dat zoveel mogelijk te verdringen.” Ook was hij door zijn wond niet meer op zijn best: “Ik was al te ver heen.”

DIKKE DUIM

Aldus de twee in 1990 voor de VPRO-tv. Opvallend is dat dit verhaal al weer anders is dan de versie met het genadeschot. Uit onderzoek van Goossens blijkt echter nog iets heel anders: deze twee heren kunnen elkaar helemaal niet hebben ontmoet, omdat ze op verschillende plekken waren!

Schwarzmann vocht namelijk bij Moerdijk, waar hij gewond raakte door Nederlandse kogels. Niet veel later was dit gevecht voorbij, omdat de Nederlanders zich wegens munitietekort moesten overgeven. Dit gebied was daarmee in Duitse handen. Goossens: ‘De strijd ter plaatse was voorbij. (…) De gewonden werden verzorgd, onder wie Schwarzmann. Hij zou daarna via Tweede Tol tenslotte in het ziekenhuis in Dordrecht terecht komen.’

Heiden vocht op dat moment in Dordrecht. ‘Hij blijft de eerste twee dagen in strijd met de Duitsers ten zuiden van het spoor en geraakt later verzeild in de binnenstad om vervolgens de evacuatie naar Sliedrecht en Schoonhoven mee te maken alwaar de capitulatie wordt meegemaakt.’

De twee hebben elkaar dus nooit op het slagveld kunnen ontmoeten. Ten eerste ligt Moerdijk zo’n vijftien kilometer van Dordrecht, een enorme afstand in oorlogstijd. Daarnaast is het bijzonder onaannemelijk dat een gewonde Duitse soldaat zich laat verzorgen in Dordrecht _als dat nog in Nederlandse, dus vijandelijke, handen is_. Omdat Heiden de capitulatie niet in Dordrecht meemaakte, kan het haast niet anders dan dat hij al uit deze stad was verdwenen toen Schwarzmann hier in het ziekenhuis werd opgenomen.

Goossens verwijt Heiden daarom een dikke duim. Marnix Koolhaas van VPRO Geschiedenis kende Heiden echter persoonlijk en herkent zich in deze manier van vertellen: “Hij wist veel details, maar haalde wel de verschillende gebeurtenissen door elkaar. Het was zijn persoonlijkheid.”

Hoe dan ook: het verhaal dat Heiden het leven heeft gered van de beste Duitse turner van de vorige eeuw mogen we beschouwen als een fabel. Hetgeen overigens niet wegneemt dat Heiden zich in de meidagen van 1940 moedig heeft gedragen. Goossens: ‘Heiden was wel degelijk onderdeel van een selecte groep manschappen, die zeer doortastend en moedig is opgetreden in de morgen van 10 mei. In dat opzicht mag zijn curieuze verslaggeving niet matigend werken op het respect dat hem in die zin dient toe te komen.’