Main Content

promotiefilm draadomroep uit ca. 1935 Kabelvezelnet: de draadomroep deed het al in de jaren dertig

  • 7 oktober 2008
40130305
Zoom
40130305

Heeft u al een kabel+pakket? En belt en computert u via één kabel? Dat lijkt hypermodern, maar is het niet. Ook de radio brak pas door als massamedium toen de draadomroep radio voor lage kosten mogelijk maakte.

promotiefilm draadomroep uit ca. 1935

De eerste aanzet tot de draadomroep in Nederland kwam in 1921 door de radio-amateur Janus Bauling uit Koog aan de Zaan, die tegen een bijdrage extra luidsprekers bij zijn buren installeerde waarmee deze zonder zelf een radio te hebben toch konden luisteren. In 1924 kwam de eerste echte uitzending van de draadomroep van Bauling via 5 aansluitingen.In de direkte jaren daarop zou de draadomroep op meerdere plaatsen in Nederland vele abonnees krijgen.

Het laatste radiodistributienet werd op 31 januari 1975 opgeheven. Overigens was al in 1964 besloten om het systeem niet langer uit te breiden, vooral vanwege het beperkte aantal mogelijke programma's.

Met de teloorgang van de radiodistributie kwam tegelijk de kabel-tv op. In de jaren '50 en '60 van de 20e eeuw ontstond op de daken van de huizen een heel woud van televisieantennes. Dit was niet alleen een lelijk gezicht, maar het was ook gevaarlijk: bij een storm konden slecht gemonteerde of slecht onderhouden antennes omwaaien en schade veroorzaken. Om hier een eind aan te maken werden per huizenblok, per wijk of per gemeente op centraal gelegen punten antennes opgesteld, van waaruit de radio- en televisiesignalen werden gedistribueerd. Doordat er verschillende fabrikanten met antenne-installaties op de markt kwamen en er heel wat "knutselaars" bezig waren ontstond er een wildgroei aan systemen. Om dit te corrigeren werd door de overheid een machtigingsstelsel in het leven geroepen. Om een antenne-inrichting te mogen aanleggen was een machtiging vereist. Een dergelijke machtiging kon verkregen worden als aan technische en administratieve voorwaarden werd voldaan.

Er waren in het begin twee soorten installaties: een gemeenschappelijke antenne-inrichting (GAI) en een centrale antenne-inrichting (CAI). Een GAI mocht in principe niet groter zijn dan 100 aansluitingen en na het kruisen van een een weg mocht het signaal niet meer worden versterkt. Een CAI was beperkt tot de gemeentegrens.

In Nederland is er ook een plan geweest om een landelijk netwerk aan te leggen, het zogenaamde CAS-net. Hiervoor is speciaal de CASEMA (Centrale Antenne Systemen Exploitatie Maatschappij) opgericht. Dit plan werd in de Tweede Kamer weggestemd en hiervoor kwam het machtigingenstelsel in de plaats. Later werden de regels verruimd en mochten gemeenten worden gekoppeld en konden ze samen van één ontvangstation gebruikmaken. Tegen een bepaald bedrag (per maand) kon men een aansluiting op de kabel "huren". Dit werd in steeds meer plaatsen verplicht. Vaak waren de eigenaren van CAI-systemen gemeentes.

In de jaren '70 en '80 werden de netwerken groter en kwamen er ook signalen van lokale omroepen en satellieten op de kabel die niet via de ether werden uitgezonden. De namen GAI en CAI verdwenen om plaats te maken voor de naam kabeltelevisie, hoewel er ook radioprogramma's worden gedistribueerd.