Main Content

Rechts sputtert tegen Spanje opent Franco's massagraven

  • 23 oktober 2008
Onderzoeksrechter Baltazar Garzón
Zoom
Onderzoeksrechter Baltazar Garzón

Het besluit van onderzoeksrechter Garzón - bekend van de zaak tegen Pinochet - om een onderzoek in te stellen naar de verdwijningen en moorden tijdens het regime van voormalig dictator Franco heeft tot felle kritiek in conservatieve kringen geleid. Afgelopen maandag eiste een aanklager dat de opgravingen worden stilgelegd, omdat de daders in 1977 amnestie zouden hebben gekregen. Dit verzet tegen Spanje's verwerkingsproces illustreert dat onmacht en tweespalt nog altijd sluimeren in de samenleving.

Rechts sputtert tegen

Kijkers van het eerste seizoen van In Europa kunnen zich herinneren hoe gevoelig de burgeroorlog nog altijd ligt bij de gemiddelde Spanjaard. Vanachter de tralies in een vrouwenklooster vertelde een non hoe haar broer op gruwelijke wijze was gemarteld en vermoord door een linkse militie.

Spanje splijt
Na afloop van de verkiezingen in 1931 breken rellen uit, waarna koning Alfons XIII het land uitvlucht. De democratische Republiek die dan wordt uitgeroepen kan niet verhullen dat het land tot op het bot verdeeld is. Uiteindelijk komen Volksfront (links) en Nationaal Front (rechts) tegenover elkaar te staan. Tot groot ongenoegen van nationalisten winnen de linkse partijen de democratische verkiezingen in 1936. De nieuwe regering treed nauwelijks op tegen wetteloosheid die in het land heerst: extreem-linkse groeperingen zijn verantwoordelijk voor veel antiklerikaal geweld en er wordt geen actie tegen ze ondernomen. Bovendien gaat de regering snoeien in het te dure officierenbestand. Als in juli van '36 de extreem-rechte politicus José Sotelo wordt vermoord, barst de bom.

Een groep nationalistische generaals komt in opstand en pleegt een staatsgreep, geleid door Emilio Mola. Generaal Francisco Franco sluit zich vervolgens met het leger van Spaans Marokko aan bij de opstand en neemt de leiding over. De burgeroorlog die volgt duurt drie jaar. In de strijd vecht namens links een allegaartje van republikeinen, anarchisten en communisten en aan de rechtse kant strijden nationalisten en zogenaamde falangisten (een fascistoïde nationalistische beweging). Rechts krijgt daarbij steun van Nazi-Duitsland en het Italië van Mussolini, terwijl aan linkse kant de Sovjet-Unie en Mexico helpen. In het linkse kamp woedt een interne strijd tussen de anarchisten en de communisten, maar ook rechts is onderling verdeeld. Kortom, een complex geheel van belangen.

De oorlog kost ruim een half miljoen mensen het leven en kent gruwelijkheden over en weer. Het verhaal van de non in In Europa blijkt geen uitzondering: massa's mensen worden gemarteld, verminkt, of levend verbrand. Ouderen, vrouwen en kinderen lopen allemaal gevaar. Het conflict wordt van nabij gevolgd door buitenlandse media: kijkt u bijvoorbeeld naar de polygoonjournaals bij dit artikel. De Nederlandse documentairemaker Joris Ivens is ook aanwezig en maakt de film _Spaanse aarde_. Hij is trouwens niet de enige Nederlander aan het Spaanse front (zie dossier en documentaire Cherry Duyns). Ook de schrijvers George Orwell, Ernest Hemingway en Jean-Paul Sartre maken de oorlog mee van dichtbij of vechten zelf mee. Ieder zal zijn ervaringen verwerken in boek of beeld. Zo kennen we allemaal Robert Capa's indringende foto van een republikeinse strijder die sneuvelt door een kogel van rechts.

Het lange zwijgen
Nadat Franco in 1939 de burgeroorlog heeft gewonnen, begint een bijna veertigjarig fascistisch regime. Onder zijn heerschappij worden duizenden tegenstanders vermoord. Ze verdwijnen anoniem in massagraven of greppels naast de weg. Elk verzet wordt bruut onderdrukt. Voor een groot deel van de bevolking betekent deze voortdurende dreiging daarom een lange periode van zwijgen. Zo volgt een jarenlange splitsing tussen tegenstanders van Franco en zijn conservatieve aanhang, die ook na Franco's overlijden in 1975 aanhoudt. In 1977 behalen de linkse partijen een klinkende overwinning, en ook uit dit jaar stamt een amnestiewet, die dient om de oude scheidslijnen los te laten. Tegelijkertijd wordt in deze periode een eerste poging ondernomen om de slachtoffers van Franco op te sporen en in ere te herbegraven. De opgravingen stuiten meteen op veel verzet en worden gestaakt. Wanneer een rechtse generaal in 1981 poging doet tot een staatsgreep verkrampt Spanje. Het zwijgen keert terug. De moorden van na '36 blijven hierdoor lang taboe en het verleden onverwerkt.

Opgravingen 'gekkenwerk'
Ook ruim 30 jaar later is Franco nog springlevend. Ieder jaar herdenken aanhangers zijn dood, en symboliek uit het Franco-tijdperk siert nog altijd openbare plekken. Een wetsvoorstel uit 2006 moet hieraan een einde maken en verwijzingen naar de Francotijd uit het straatbeeld wissen. Trauma's uit het collectieve geheugen zoeken ook op andere manier hun weg naar het oppervlak. Sinds 2002 worden al graven geopend en de doden geïdentificeerd. Ook het besluit van onderzoeksrechter Garzón eerder deze maand om de vermoorde opponenten van Franco op te sporen en te identificeren past in deze trend om het Franco-verleden een plek te geven. Garzón wil namelijk ook uitzoeken hoe de slachtoffers om het leven zijn gebracht en vooral wie verantwoordelijk is. Het waren volgens Garzón ernstige misdaden tegen de menselijkheid en de daders moeten daarom worden berecht.

Niettemin stuitte het besluit op hevig verzet. Zo noemde de oprichter van de conservatieve partij, zelf oud-minister onder Franco, Manuel Fraga het besluit een ‘miskleun’, ‘gekkenwerk’ en sprak hij van een politieke fout, net als veel andere conservatieven. Hoofdaanklager Javier Zaragoza beriep zich op de amnestiewet uit '77. Hij stelde dat deze alle verantwoordelijken vrijpleit. Bovendien moeten de moorden volgens Zaragoza worden beschouwd als logisch onderdeel van de criminele code die in zwang was tijdens Franco's regime en niet als mensenrechtenschendingen.

Oud zeer
Het wordt een enorm project om alle slachtoffers te vinden, laat staan om ze te identificeren. Bovendien is een groot aantal (zo’n 34) verdachte fascisten al overleden. Veroordeling van alle daders en complete gerechtigheid zijn dus onmogelijk haalbaar. Hoewel nabestaanden van de vele slachtoffers verheugd reageerden op het bericht om de massagraven te onderzoeken en de daders te berechten is de vrees dat het onderzoek naar dit oude zeer de tweedeling in Spanje nog verder zal verdiepen. Overal liggen de graven, de plaatsen zijn bekend en de bevolking heeft al zo’n zestig jaar moeten zwijgen. Zo kreeg de beroemde dichter Federico García Lorca nog altijd geen eervolle begr bijvoorbeeldafenis; hij werd in 1936 doodgeschoten en gedumpt in een sloot.

Veel families van slachtoffers zijn verdeeld over de opgravingen. Ook in de familie Lorca ontstond onlangs onenigheid of het graf van de dichter geopend zou moeten worden. Zo legt de confrontatie met de geschiedenis Spanje's diepgewortelde gespletenheid eenvoudig bloot en zal verzoening met dit verleden nog lang op zich laten wachten.

Bekijk rechts van dit artikel een aantal fragmenten uit de burgeroorlog en erna, en luister naar OVT-specials hierover. Ook de uitzending van In Europa is via de link terug te zien.