Het tragische symbool van de bloedige Spaanse Burgeroorlog Het bombardement op Guernica

- Zoom
- Brandend Guernica
Precies zeventig jaar geleden kwam een einde aan de Spaanse Burgeroorlog. Het symbool van deze bloedige strijd was het bombardement op Guernica, dat plaatsvond op 26 april 1937. Pablo Picasso wijdde hier zijn beroemdste schilderij aan. Andere Tijden maakte hierover een uitzending, die hier is te zien.
Het tragische symbool van de bloedige Spaanse Burgeroorlog
Van 1936 tot en met 1939 woedde in Spanje een bloedige burgeroorlog tussen links en rechts, tussen een coalitie van communisten, socialisten en anarchisten enerzijds en de aanhangers van generaal Francisco Franco anderzijds.
Op 26 april 1937 werd oorlogsgeschiedenis geschreven in haar bruutste vorm. De Duitse commandant Von Richthofen besprak die dag de actuele situatie aan het noordelijke front met zijn Spaanse collega. Ze wilden de terugtrekkende Republikeinse troepen rond Bilbao omsingelen en een eventuele uitval voorkomen. Maandag 26 april was een mooie dag met weinig wind. Een goede dag om te vliegen…
Maandag was marktdag in Guernica. Veel mensen namen het luchtalarm voor lief en gingen toch de straat op. Om kwart over vier naderde een Duitse Dornier de stad en liet haar bommen los boven de stad. Een kwartier later volgde de hoofdmacht van de Italiaanse Aviazione Legionaria, samen met Duitse toestellen. Ze hadden vrij spel, want er was nauwelijks sprake van luchtafweer. De bewoners buiten de schuilkelders hadden geen enkele kans.
De aanval duurde drie uur en werd beëindigd met een laatste bombardement door Junkers 52 bommenwerpers, die hun lading pal boven de stad dropten. De stad brandde als een toorts, waarin honderden mensen om het leven kwamen.
George Steer was als oorlogscorrespondent voor de Britse krant The Times in de nabije omgeving. Hij was al snel op de hoogte van de aanval en kwam tegen middernacht in de brandende stad aan. Lichamen werden afgevoerd, en de brandweer voerde een verloren strijd. De volgende dag schreef hij aan zijn krant in Londen: ‘Guernica, de oudste Baskische stad en het centrum van de Baskische cultuur, is gisteren volledig verwoest. Het bombardement op deze open stad achter de frontlijn duurde exact drie uur en werd uitgevoerd door Duitse bommenwerpers.‘
Dit verslag bereikte Londen en New York en binnen een mum van tijd namen andere kranten het nieuws over. Het bericht werd echter al snel een propagandastrijd over de gebeurtenissen in Guernica. De Baskische president Aguirre beschuldigde de Duitsers ervan mee te werken aan het Spaanse plan om de "heilige Baskische stad van de kaart te vegen." Franco daarentegen, wiens leger de stad twee dagen na de aanval innam, beschuldigde de communisten ervan de stad zelf in brand te hebben gestoken. Steer gebruikte zijn typmachine om de leugens van Franco met succes te ontmaskeren.
Pablo Picasso
Guernica leeft nog steeds voort als symbool voor de Spaanse Burgeroorlog. Dat is te danken aan het schilderij, dat in mei 1937 in het Spaanse paviljoen op de wereldtentoonstelling in Parijs werd gepresenteerd: Guernica van Pablo Picasso. De schilder, zelf een fervent tegenstander van Franco, werd door andere kunstenaars overgehaald om een werk af te leveren voor die wereldtentoonstelling. Toen Picasso vernam van de gruwelijkheden besloot hij zijn schilderij hieraan te wijden.
Na ettelijke voorstudies kwam hij tot zijn meesterwerk. Het is een doek van drieënhalf meter bij acht, in de sobere kleuren grijs, zwart en wit. Het geeft de doodsangst en de chaos weer als gevolg van de luchtaanval. Een dode soldaat met het zwaard nog in de hand geklemd met daarboven een moeder, verscheurd van verdriet over de dood van haar kind. Het tafereel wordt door een stier van afstand beschouwd. Symbolen uit eerdere werken keren terug, zoals het stervende paard, dat staat voor vergeefs protest. De stier staat voor wreedheid en duisternis in het algemeen.
Er bestaat een anekdote over Picasso in Parijs, waar hij in die tijd woonde, dat in 1940 door de Duitsers werd bezet. Daar kreeg hij in zijn atelier bezoek van enkele Duitse officieren. Die wezen op een groot, somber doek in grijstinten: 'Guernica'. "Haben Sie das gemacht?", vroegen ze de schilder. "Nein, Sie", antwoordde Picasso.
Het doek is als bruikleen aan het Museum of Modern Art in New York gegeven, maar Picasso heeft in zijn testament vastgelegd dat de enige echte eigenaar het Spaanse volk is – en dan niet het fascistische regime van Franco. In 1981 werd Guernica ter herdenking van de honderdste geboortedag van Picasso overgedragen aan het Museo Nacional Madrid.