Main Content

Debussy, Mahler, Strawinsky en Schonberg Het leven is atonaal

  • 25 augustus 2009
<p>Debussy</p>
Zoom

Debussy

In de serie Hoe God verdween uit de muziek. Tien eeuwen luisteren naar geschiedenis, deze zondag, de vroege twintigste eeuw. Het zou zo mooi worden, maar ineens klopte het niet meer. Hoe het optimisme en de zekerheid over de vooruitgang plaatsmaakte voor onzekerheid. Dat is het verhaal van de twintigste eeuw. Is dat ook te horen in de muziek?

Debussy, Mahler, Strawinsky en Schonberg

In de prelude l’apres midi d un faune gecomponeerd in 1894 roept een van de beroemdste Franse componisten Claude Debussy een nieuwe wereld op. Het vertalen van diepe emoties, de keiharde realiteit of een goed verhaal zijn niet meer het doel van Debussy’s impressionisme, maar het oproepen van sfeer of beleving of een droom.

Hij componeerde rond de eeuwwisseling, rond 1900 en terugkijkend was de voorafgaande eeuw een waar het westen zichzelf geluk mee kon wensen. Het project van de vooruitgang van de mensheid was zogezegd af. In Parijs getuigde de Eifeltoren daarvan en bij ons, de opening van het Noordzeekanaal. Van nu af aan, vanaf ergens rond 1900 dus, kon het alleen nog maar beter, sneller, indrukwekkender en grootser worden.

Zelffelicitatie was ook wat je overal zag, alsof er geen wereldoorlog voor de deur stond van de gelukzalige naties, die buiten het eeuwige gerommel op de Balkan rekenden. Maar tegelijkertijd was er beginnende onzekerheid. De Nederlandse historicus Jan Romein, zou er een heel dik boek over schrijven, getiteld: 1900, op het breukvlak van twee eeuwen, want onder de dikke laag van optimisme en geloof in eigen kunnen, zou een dikke laag klein vuil zitten.

In de wetenschap en de kunst kon je de onzekerheid, dat vuil onder de nagels van het westen, ook bespeuren. Sigmund Freud, beschreef ‘ de mens als een wild paard dat op stal stond’. En Monet, dat had toch niets meer met harmonie en vooruitgang te maken, en datzelfde gold nog veel meer voor Piccasso.

En hoe zat het ondertussen met de muziek? Wat kon er nog na Wagners zelfvoldane megalomane en melodramatischer theater. Het antwoord van Debussy, de Monet, de impressionist van de muziek, was: vergeet het grote verhaal, kijk, of beter gezegd, luister met je oren, je handen en voeten, luister naar het moment. En er kwamen meer antwoorden, ook van anderen, op de dikke superioriteit, die eind 19e eeuw de hartslag was van de cultuur en kunst in het westen.

Het moest dus anders. De wetten van de muziekkunst vereiste dat, en ook de tijd vroeg om kunst die haar op haar staart trapte. Van zelfvoldaan naar onzeker, van orde naar chaos, dat is de enkele reis die het westen begin 20ste eeuw maakte. De vraag is of die ontwikkeling ook te horen is in de muziek, en of de muziek ook niet zelf een voorbode was van een nieuwe tijd. Horen we de omslag bij Debussy, Mahler, Schonberg en Strawinsky, de namen die behandeld worden in de laatste aflevering van Hoe God verdween uit de muziek.

In OVT, met: Elmer Schonberger, musicoloog en publicist, Leo Samama, eveneens musicoloog en daarnaast directeur van het Nederlands Kamerkoor, en met de historicus Philip Blom mee. Van zijn hand verscheen onlangs ‘ de duizelingwekkende jaren’, een boek over het Europese levensgevoel tussen 1900 en 1914, waarin ook veel aandacht is voor de muziek als culturele graadmeter