Main Content

Verslag van de pelgrimstocht naar Santiago de Compostela Het pad is het doel: deel 1

  • 20 augustus 2009
  • Erik van den Berg
<p>De kathedraal in Santiago de Compostela</p>
Zoom

De kathedraal in Santiago de Compostela

Jaarlijks arriveren duizenden pelgrims bij de kathedraal in Compostela, waar het graf van de apostel Jakobus zou liggen. Vele honderden kilometers worden afgelegd, bij voorkeur te voet. Erik van den Berg, redacteur bij Geschiedenis 24, liep de pelgrimstocht naar Compostela. Deel één van een historisch reisverslag in zeven stappen.

Stel je voor: hitte tot je ervan duizelt en je net de laatste slok genomen hebt. Blaren die zich een weg door je voet banen. De zwaartekracht onder je loodzware backpack. En je malende hoofd: kun je het wel halen? Het vooruitzicht van duizend kilometer wandelen kan afschrikken.

Hoe ik zo gek kon zijn? Als kind leerde ik het wandelen stap voor stap waarderen, tijdens talloze zondagen langs de Drentse Aa, in het Lauwersmeergebied en op vele heidevelden. De rust die wandelen brengt herontdekte ik tijdens een vakantie in West-Ierland. Ik liep toen rond twee schiereilanden bij Killarney. De elementen doorkruisend waaide ik volledig leeg.

In 2005 maakte ik plannen voor een nieuwe wandelvakantie. Mijn oog viel op Spanje. Er scheen een eeuwenoude route naar Santiago de Compostela te lopen, over bergen en hoogvlaktes. Eeuwenoude historie, adembenemende natuur en afzien tot je er stil van wordt. Heerlijk. Met een week te gaan was het toen te kort dag en verdween dit plan in mijn achterhoofd. Daar sudderde het vier jaar lang gaar. In die periode rondde ik mijn studies geschiedenis en journalistiek af. Toen was het tijd.

Jakobus de Apostel

Eerst meer over het einddoel, Santiago de Compostela. Na de dood van Jezus Christus zou de apostel Jakobus op missie zijn gegaan naar het Iberische schiereiland. Toen hij terugkeerde in Palestina werd Jakobus middelpunt van twisten tussen gelovigen en niet-gelovigen, tot uiteindelijk koning Herodes Jakobus liet onthoofden. Dit was omstreeks het jaar 40 en te lezen in een versie van de Handelingen van de Apostelen. Wat er met het lichaam van Jakobus gebeurde wordt in jongere geschriften beschreven. Enkelen daarvan wijzen de Olijfberg in Jeruzalem aan als begraafplaats. Een andere versie wint het uiteindelijk: het lichaam van de christelijke martelaar zou miraculeus met een stenen schip zijn vervoerd naar het Iberische schiereiland. Het spoelde aan op de kust van Iria Flavia (het huidige Padrón). Jakobus' discipelen wisten het lichaam uiteindelijk ergens in Galicië te begraven.

Enkele eeuwen later. De legende gaat dat omstreeks 830 na Christus de Spaanse herder Pelayo door een ster naar het graf van Sint Jacobus wordt geleid. Bisschop Theodomir van Iria Flavia stelt vast dat de overblijfselen van Jakobus moeten zijn. De koning van Asturië en Leon laat ter ere van Jakobus (in het Spaans: Santiago) een kerk bouwen op de plek waar het lichaam gevonden is: de campus stellae, ofwel 'sterrenveld'. Het fundament voor Santiago de Compostela is gelegd.

Compostela bloeit op

Oorspronkelijk is het Iberische schiereiland in de prehistorie bewoond door Kelten en Iberische volken. Migratiestromen van Grieken, Carthagen en Romeinen bevolkten het gebied tussen 500 voor en 500 na Christus. Nadat de volksverhuizingen het Romeinse Rijk lieten instorten, stichtten de Visigoten er vanaf de vijfde eeuw de eerste Christelijke koninkrijken. Arabische legers staken in 711 de Straat van Gibraltar over en veroverden in korte tijd grote delen van het schiereiland. Het antwoord van de christenen kwam met het eerste gevecht tegen de Moren, bij Covadonga in 722. Dit was het begin van de Reconquista, die zevenhonderd jaar zou duren. In dit bloedige decor kreeg een aantal steden een speciale betekenis voor de pelgrims. In het bijzonder Santiago de Compostela.

In de eeuwen na de bouw van Santiago de Compostela groeit de plaats uit tot een trekpleister voor christenen. Temeer omdat de route naar Jeruzalem te onveilig is geworden. Er ontstaan mythes en legendes over de weg naar Santiago. Op elke plek waar een wonder of Mariaverschijning is geweest wordt wel een kerk gebouwd. De plaatsen op de route bloeien op door frequent bezoek van pelgrims en maken winst met winkels, herbergen en ziekenhuizen. Vanuit Portugal, Zuid-Spanje en het oosten ontspinnen zich routes naar Santiago de Compostela. Bekendste hiervan is de Camino Frances (Franse weg), vernoemd naar de vele pelgrims die vanuit Frankrijk op de route terechtkomen. Op deze weg naar Santiago verrijzen plaatsen als Puente la Reina, Logroño, Santo Domingo de la Calzada, Burgos, Sahagun, León en Astorga. Tempelierridders beschermen de pelgrims op hun tocht.

Tussen de elfde en dertiende eeuw wordt de route ongekend populair. Christenen vanuit heel Europa trekken naar Santiago de Compostela en per dag arriveren maar liefst duizend pelgrims bij het graf van Sint Jakobus. Hoe zien deze pelgrims er precies uit? Afbeeldingen uit die tijd tonen bonkige mannen met baard, gekleed in een ruime jas, met een driehoekig soort hoed op het hoofd en een lange staf in de hand. Verder een tas voor water en een voor waardevolle spullen. Het meest kenmerkende is de Sint-Jakobsschelp. Deze was toen - en is nog steeds - het herkenningsteken voor de pelgrims. Door de grote toestroom van pelgrims wordt de kerk in Santiago te klein. Tussen 1078 en 1211 verrijst op dezelfde plek de Romaneske kathedraal van Santiago.

De Middeleeeuwe pelgrim

Hoe vond de pelgrim-met-de-staf in die tijd de weg naar Santiago? Afzien is een understatement: duizenden kilometers lopen vanuit het Hollands klooster, dwalen door moerassen, overnachten in een eindeloos woud vol wolven, bendes die je willen bestelen... En geen ANWB-paddestoel die je helpt.

De oudst bekende reisgids voor Compostela is de Codex Calixtinus. Dit vijfdelige boek wordt toegeschreven aan paus Calixtus II (1060-1124), maar gemaakt door de Franse monnik Aimeri Picaud (12e eeuw). De eerste vier delen beschrijven de wonderen van Jakobus, de komst van zijn lichaam en belangrijke relieken en mythes op de route. Ook staat hierin de geschiedenis van Karel de Grote en Roelant. Het vijfde deel is een praktische schets van de route, omgeving en bewoners. Picaud geeft hierin tal van tips. Zo waarschuwt hij voor giftige rivieren, onbetrouwbare belastinginners en herbergiers die je de keel afsnijden. Hij schrijft over de ‘goddeloze Basken’, mensen uit Navarra ‘die eten als zwijnen’ en de ‘slechte en corrupte’ Castilianen. Over de bevolking van het noord-westelijke Galicië (met hoofdstad Compostela) is hij mild. Zij hebben de meeste overeenkomsten met de Fransen. De Codex begeleidt in de loop van de Middeleeuwen vele duizenden pelgrims naar einddoel Compostela. Ook vanuit Nederland vertrekken talloze christenen. Hierover meer in de volgende delen van dit verslag.

Vergeten route

Na de Middeleeuwen komt de pelgrimsbeweging vrijwel stil te staan. Oorzaken: epidemieën, de Reformatie, roofovervallers en talloze religieuze oorlogen. In 1589 worden de overblijfselen van Jakobus verborgen voor de plunderende piraat Francis Drake. Hierna verdwijnen ze in de vergetelheid. Tijdens de achttiende eeuw wordt de pelgrims heidens bijgeloof verweten en afgeraden de tocht te ondernemen. Tot in het Heilig Jaar 1867 er een schamele veertig pelgrims verschijnen bij de dienst in Santiago op 25 juli. Gealarmeerd door dit dieptepunt begint een driftige zoektocht naar de relieken van Jakobus. Deze worden in 1879 teruggevonden tussen de muren van de kathedraal. Paus Leo XIII verklaart de echtheid om critici de mond te snoeren.

Franco's beschermheilige

Pogingen om de glorie van weleer te herstellen, worden in de kiem gesmoord door de Spaanse burgeroorlog (1936-1939). Franco eigent zich wel exclusief Sint Jakobus toe: dankzij de heilige zou Franco een van de veldslagen hebben gewonnen. De dictator roept Jakobus uit als beschermheilige van Spanje. In de jaren veertig en vijftig trekt de route vooral kunsthistorici aan, hevig geboeid door alle cultuurschatten. Als Spanje zich in de jaren zestig openstelt voor Europa neemt de pelgrimage (vooral uit Frankrijk) weer mondjesmaat toe. Compostela komt internationaal pas echt weer in de aandacht te staan na de dood van Franco in 1975 en de invoering van de democratie in 1978. Belangrijk is het bezoek van Paus Johannes Paulus II aan de stad in de Heilige Jaren 1982 en 1989. Nog een succes: UNESCO verklaart de Camino in 1987 als werelderfgoed. Uit die tijd stamt de herkenbare bewegwijzering met gele pijlen en -Sint Jakobsschelpen. Jaarlijks trekt de route meer pelgrims aan. Albergues (herbergen) , restaurants en café’s schieten als paddenstoelen uit de grond.

Op pad

Vanaf 2008 maak ik de droomreis concreet door me in te lezen en inkopen te doen: reisgids, slaapzak en de hele survivalmikmak. Ik schrijf me in bij het Sint-Jacobsgenootschap. Zij sturen je een stempelkaart voor onderweg. Dit wordt straks in Compostela mijn bewijs dat ik de route heb gelopen.

De belangrijkste voorbereiding: ik ga wandelen. Ik herontdek de zondagen van vroeger en loop de ene NS-route na de andere. Favorieten: het traject van Den Haag Centraal naar Katwijk aan Zee, langs de Wassenaarse Slag en over het strand. Of de Utrechtse Heuvelrug tussen Driebergen-Zeist en Maarn, langs Napoleon's Austerlitz.

Ondertussen lees ik me verder in. Ik leer dat Saint-Jean-Pied-de-Port het belangrijkste startpunt voor de Camino Frances is. Dit stadje aan de voet van de Pyreneeën wordt mijn eerste doel. Op 6 mei dit jaar vertrek ik. Thallys, TGV en tot slot een puffend dieseltreintje brengen me naar Saint-Jean op 160 meter hoogte.

Tijd om alvast vooruit te blikken. Uiteindelijke doel is om de oceaan te halen: na een kleine duizend kilometer ligt daar Finisterre: het einde van de wereld, zo geloofden de Kelten. Waarom ik de route loop? Eerlijk gezegd weet ik dit niet zo goed. Ik weet dat de tocht goed voor me zal zijn, het waarom wordt vanzelf wel duidelijk. En wat doe ik als niet-religieuze op deze boulevard voor katholieken - hoeveel gelovigen zouden er überhaupt lopen? Misschien kan ik nog wat van ze leren.

En wat zal ik aan natuur en geschiedenis tegenkomen? Mijn gids schrijft over eindeloze hoogvlaktes tussen Burgos en León, de mesetas. Ook in mei kan het hier tergend heet worden. Ik lees dat de drukke stierenstad Pamplona na enkele dagen wandelen door het groene niets nogal overweldigend kan zijn. We zullen zien. Belangrijker: kan ik het fysiek wel aan? Op de eerste dag moet ik de Pyreneëen overkomen in een klim van bijna vijftienhonderd meter. Dan heb je niet zoveel aan een NS-wandeling.

Volg komende weken iedere donderdag de stappen naar Compostela. Bekijk hier alvast de documentaire die Hans Keller met Cees Nooteboom maakte over de pelgrimsroute.

Klik hier voor het volgende deel.