Opgedoken in Franz Krienbühl-collectie Unieke vondst: Noorse schaatsfilm uit 1965 met Ard Schenk

- Zoom
Ard Schenk op railfiets in Noord-Noorwegen (1965)
Uit de nalatenschap van de Zwitserse oud-hardrijder Franz Krienbühl is een film opgedoken waarop een nog piepjonge Ard Schenk is te zien. De film is vermoedelijk gemaakt tijdens de zogenaamde "Noord-Noorwegen-tournee" in 1965. Deze tournee was destijds onder schaatsers beroemd en berucht vanwege de illegale startgelden die konden worden geincasseerd, en het "sex en drugs en rock&roll-karakter" van de wedstrijden.
Opgedoken in Franz Krienbühl-collectie
De filmcollectie van Krienbühl kwam in het bezit van de Redactie van Andere Tijden Sport, die een documentaire over de legendarische Zwitserse schaatser aan het maken is (uitzending 10 januari a.s.). Krienbühl, die in 1968 op 38-jarige leeftijd debuteerde bij de Winterspelen in Grenoble, werd aanvankelijk als een anti-schaatser uitgelachen.
Al snel bleek dat Krienbühl wel degelijk uiterst serieus met zijn sport bezig was. In 1974 introduceerde hij het zogenaamde "skinpak", een schaatspak dat uit één stuk bestond en veel lichter en aerodynamischer was dan de schaatspakken die tot dan toe gebruikt werden. Ook sleutelde Krienbühl voortdurend aan zijn schaatsee en kwam als eerste met verstelbare schaatsijzers - een voorloper van de klapschaats.
Om zijn eigen techniek te verbeteren, filmde Krienbühl vanaf het begin tal van concurrenten. Ook kocht hij trainingsfilms van o.a. Noorse rijders. Op die manier is vermoedelijk de Schenk-film uit 1965 (of 1966?) in Krienbühl's bezit gekomen.
In 1965 debuteert Ard Schenk in Oslo op het heilige ijs van Bislett bij het WK. Omdat de Russen -begin jaren '60 sterk teruggekomen- tegenvallen, krijgt de 19-jarige Per Ivar Moe de kans om geschiedenis te schrijven. Voor het eerst sinds Oleg Gontsjerenko in 1953 wint hij als debutant de wereldtitel. En dat nog wel in aanwezigheid van een meeschrijvende koning Olav op Bislet! Dankzij een ijzersterke tien kilometer weet Schenk Ants Antson in het tussenklassement te passeren en wordt vlak achter de Fin Jouko Launonen derde.
Begin maart keert de Nederlandse kernploeg terug naar Nederland, met uitzondering van Ard Schenk. Schenk heeft zich laten overhalen om mee te doen aan de in Noorwegen beroemde én beruchte “skøytekarussel”: een schaatstournee langs afgelegen ijsbanen rond of zelfs ver boven de poolcirkel, waar flink wat prijzengeld te verdienen valt, en waar ook de plaatselijke schonen de komst van hun schaatshelden elk jaar hunkerend afwachten. Schenk weet er heel wat prijsjes bijeen te sprokkelen. Via Fagernes en Notodden belandt het schaatscircus in afgelegen pooloorden als Mosjøen (winst op 500, 1500 + eindklassement), Mo I Rana (winst voor Schenk op de 500 en 3000), Rognan (winst op 500), Bodø (val), Alta (winst op 500 en 3000), Tromsø (winst op 1500, 3000 + eindklassement), Harstad (winst op 500, 3000 + eindklassement) en Narvik (winst op 500). Op 23 maart, na een verblijf in Scandinavië van ruim tweeëneenhalve maand, keert Ard Schenk terug op vaderlandse bodem.
In zijn met Fred Racké geschreven autobiografie uit 1971 schrijft Schenk uitgebreid over de jaarlijkste tournee door Noord-Noorwegen, die in de hoogtijdagen zelfs werd uitgebreid met uitstapjes naar Zweden en Finland:
"Toch is er een periode geweest, waarin ik me wat gemakkelijker dan anders kon voorstellen deel uit te maken van het ‘schaatscircus’. Dat was in de jaren, dat het ‘noord-Noorse-circuit’ nog in al zijn glorie bestond, werd ‘genomen’ door een ploegje rijders, die heel ver weg, in de buurt van de poolcirkel, een reeks wedstrijden reden op ijsbanen, die waren omzoomd door duizenden mensen, die het jaarlijkse bezoek van ‘de schaatsenrijders’ als een waar en groots volksfeest beleefden. Noord-Noorwegen... ik kan me vrijwel niets ruwers, onherbergzamers voorstellen dan die - overigens immens uitgebreide - landstreek.
Hier en daar een dorpje - vele honderden kilometers oppervlakte zonder bewoning. Bossen, rotsen, sneeuw tot diep in óns voorjaar. Nederzettingen waarin alleen in de (lange) winter leven komt, omdat dan de uitgezwermde Lappen op hun honk terugkeren, onderling verbonden door wegen, die zo vaak onberijdbaar waren, dat wij ons op de meest gevarieerde manieren verplaatsten voor de serie van tien, twaalf wedstrijden die we, als afgezanten uit de bewoonde wereld, aan die mensen kwamen aanbieden. Daarmee heb ik het juiste woord gebruikt, geloof ik. ‘Aanbieden’. Wij, de sporthelden, die ze toen nog alleen maar van de radioverslagen kenden, kwamen op bezoek, om te laten zien, dat wat ze hoorden vanuit het verre Bislet-stadion ook werkelijk, voor hun eigen ogen kon gebeuren.
Meestal werden we gevlogen, naar die dorpjes, met kleine vliegtuigjes, bestuurd door piloten voor wie er héél wat moest gebeuren, wilden ze niet vliegen. Aankomst, ontvangst - een gróótse ontvangst, met alles en iedereen op de been - eten, en dan naar de baan. Wedstrijden rijden, een sprint, een drie kilometer (of vijf), prijsuitreiking, feest, honderden handtekeningen zetten, (kort) slapen en de volgende morgen óp naar een volgende pleisterplaats. Ja, zó beschouwd lijkt het veel op een circus.
Met een door de jaren heen vrij vaste bezetting: wat Noorse sprintspecialisten, de Noorse vedetten zoals Fred Anton Maier, Per Willy Guttormsen, Magne Thomassen, wat Zweden zoals Jonny Nilsson, sprintwonder Suzuki, en wat Nederlanders: Kees en ik in het begin, later ook Jan Bols. Begrijpelijk dan, dat we die wedstrijdjes wat ‘maakten’. Dat we wél strijd leverden, dat juist, maar dat we er voor zorgden dat de verschillen niet al te groot werden. Als er een paar de vijf kilometer rond de 7.50 hadden gereden, dan was er verder niemand, die zo nodig naar 7.40 moest als hij aan de beurt was. De mensen genoten immers alleen al van het feit dat de schaatsers er wáren en dat ze elkaar zo duidelijk bestreden, dat de vonken er af vlogen!
Later is dat anders geworden. Er kwamen andere ‘artiesten’, die zulke exhibities niet helemaal begrepen, de show niet wilden maken en per se sneller wilden gaan rijden dan iemand, die ze op dat moment eens graag wilden pakken. Toch is dat niet alleen de teruggang van ‘noord-Noorwegen’ (een vast begrip in de schaatswereld) geweest. Ook de belangstelling liep terug - door de televisie. Ook bij de poolcirkel deed de buis zijn intrede. De wereld kwam er voor die mensen opeens een stuk dichterbij. Schaatsers waren geen wereldwonderen meer. Nog altijd bestaat overigens dat stukje schaatsfolklore, dat voor ons een heerlijke seizoenafsluiting betekende. Je stapte tenslotte met uitsluitend prettige gedachten aan je seizoen het Nederlandse voorjaar binnen. En je had zoveel dingen meegemaakt, zoveel gezien, dat de betrekkelijkheid van de dingen in het dagelijkse leven je een stuk duidelijker werd.
Van ‘noord-Noorwegen’ leerde je - en dat was niet alleen feestvieren. Het improviseren bijvoorbeeld, als het reisschema weer eens in de knoop kwam door allerlei oorzaken waarvan het weer (sneeuwstormen) wel één van de belangrijkste was. Het was al voorjaar, toen we eens in noord-Finland hadden gereden, in Rovaniemi - als u dat wat zegt - als laatste pleisterplaats in een toernee die was opgezet om de Finnen op tien plaatsen in dat land wat warmer voor wedstrijdschaatsen te maken. Kees,
Jan en ik moesten de andere dag in Bødø rijden, in Noorwegen, ook zowat op de poolcirkel als je niet op een paar kilometers kijkt. We zouden met een vliegtuigje daarheen worden gebracht. Maar het weer was, zo zei de piloot, te slecht om de kant van Noorwegen uit te vliegen. Het was maar beter dat we de trein namen, zo werd ons duidelijk gemaakt en dat ging ook niet zo gemakkelijk, want in talenkennis blonken ze op het vliegveldje van Rovaniemi ook niet uit. Die trein deed er anderhalve dag over, zo werd tenslotte duidelijk en dat zou dus betekenen: géén Verkerk, Bols en Schenk in Bødø. Dat kon niet! Was er, zo vroegen wij, dan geen enkele mogelijkheid om toch te vliegen. Nee. Want zelfs al zouden we met dat kleine vliegtuigje gaan, dan nog kon onze bagage niet mee. En je hébt wat bagage, aan het eind van zo'n seizoen, want het aantal siervazen, theebladen en meer van die immense sierdingen breidt zich bij zulke wedstrijden zeer voorspoedig uit. Wat nu? Na heel lang heen en weer gepraat kwam een eventuele oplossing naar voren: we konden wél met een groter vliegtuig, een tweemotorig, de handicaps van weer en overwicht trotseren. Wel, zeiden we, laten we dat dan dóen. Waar staat dat ding? Tja, dat vliegtuig moest eerst weer uit een ander Fins oord worden overgevlogen. Zodat het voor de heren schaatsers misschien allemaal wel erg prijzig werd. Hoeveel? 1500 Finse Marken... We hebben het gedáán, we vlogen naar Bødø, we kwamen op tijd en we reden, naar ik me herinner, niet eens zo slecht ook...
We zijn wel eens van Alta naar Tromsø door de Noorse marine met pijlsnelle MTB-boten gevaren, omdat het niet anders kón - en als het om schaatsenrijders ging, dan wilde die marine best bijspringen. We werden wel eens op een feestdis genood waar we per se het heerlijkste van het heerlijkste moesten proeven en dat was dan merg uit rendierbotten. We moesten met de Lappen lasso werpen, op de manier zoals zij het deden om hun rendieren te strikken. En we zaten wel eens op een hotelkamer met diezelfde Lappen, die uit hun wijde mantels meer dan twintig flesjes bier tevoorschijn haalden en duidelijk maakten, dat ze altijd zo'n voorraadje bij zich droegen als er zo iets bijzonders aan de hand was als een schaatswedstrijd. En ik ben er niet zeker van of ze niet steeds wat bijzonders aan de hand hadden, want die mantels leken wel op bier ‘gebouwd’. We moesten bovendien maar eens uitmaken wie van hen het beste zong en dat is een vreemde ervaring, want Lappen hebben ellemaal hun eigen lied. Echt waar, een melodie die ze zélf ‘ontworpen’ hebben, die bij hén hoort - het wáre ‘lijflied’. Onmogelijk te beslissen overigens wie nu het mooiste zong, want een mooi lied stel ik me wel ánders voor dan deze aaneenrijgingen van klanken.
Ja, noord-Noorwegen... Waar je in één dag één auto tegenkomt. 'k Ga er ook nog eens 's zomers heen. Het land fascineert me enorm, ik heb er heerlijke herinneringen aan. Zoals ik in Noorwegen heb ontdekt, dat één sport me in ieder geval nog meer boeit dan schaatsenrijden. En dat is de ski-sport. 'k Ben er gek op. Ik riskeerde er zelfs een knetterende ruzie met Wim de Graaff voor, toen ik eens met de ski's op de schouders door Davos marcheerde, op weg naar de kabelbaan... "
Extra afbeeldingen
- Zoom
- Ard Schenk ruimt sneeuw op Noors treinstation (1965)
Ard Schenk ruimt sneeuw op Noors treinstation (1965)
- Zoom
- Ard Schenk als treinconducteur tijdens Noord-Noorwegentournee (1965)
Ard Schenk als treinconducteur tijdens Noord-Noorwegentournee (1965)
- Zoom
- Ard Schenk met Noorse schaatsfans tijdens Noord-Noorwegen-tournee (1965)
Ard Schenk met Noorse schaatsfans tijdens Noord-Noorwegen-tournee (1965)