Ooit de kroonjuwelen van de verzorgingsmaatschappij AOW en pensioenen onder druk
Het staat in het geheugen gegrift van alle huidige gepensioneerden: de invoering van eerst de "Noodwet ouderdomsvoorziening" in 1947 door de toenmalig minister van Sociale Zaken Willem Drees - en vervolgens de officiële invoering van de AOW in 1957 door minister Suurhoff onder leiding van de inmiddels tot premier gekozen Drees.
En nu, ruim een halve eeuw na de invoering van dit kroonjuweel van de verzorgingsstaat, staan de pensioenen en de AOW-leeftijd als gevolg van de krededietcrisis opeens onder druk. Hoelang moeten we nog blijven werken en wat blijft er no over voor onze oudedagsvoorziening?
Niemand die het weet.Duidelijk is dat we langer door zullen moeten werken en minder pensioen en/of AOW zullen krijgen dan we enkele jaren terug verwachtten.
Al 25 jaar bestaan twijfels of de AOW bij de verwachte vergrijzing ongewijzigd gehandhaafd kan worden. In de jaren '80 onderzocht een staatscommissie onder leiding van Willem Drees jr. de toekomst van de voorziening die zijn vader tot stand had gebracht. Aanleiding was een alarmerend artikel in Economisch Statistische Berichten. Drees concludeerde, dat het stelsel kon worden gehandhaafd. Wel adviseerde hij tot individualisering van de uitkering. De regeringen sindsdien hebben dat niet gevolgd omdat het zou hebben geleid tot armoede van alleenstaande bejaarden en rijkdom van de samenwoners.
In de jaren '90 werd het AOW-fonds opgericht. Financiële meevallers werden door de minister van financiën in dat fonds gestort om de gevolgen van de vergrijzing op te vangen.
Na het jaar 2000 rees opnieuw onrust over de toekomst van de AOW. Het thema speelde een rol in de campagnes voor de parlementsverkiezingen van 2006.
De VVD overwoog een verhoging van de AOW-leeftijd tot 67 jaar, maar heeft dit plan niet in haar definitieve verkiezingsprogramma voor 2006 opgenomen. Alleen D66 stelt een verhoging van de AOW-leeftijd tot 67 jaar voor met een overgangsperiode van 24 jaar.
Daarentegen wordt door gezaghebbende economen gepleit voor fiscalisatie van de AOW, bijvoorbeeld in het SER-advies van 30 augustus 2006. Hierbij zouden de aparte lage belastingtarieven voor personen boven de 65 jaar verdwijnen. Volgens het regeerakkoord voor het Kabinet-Balkenende IV zullen alleen ouderen met een eigen pensioen (dus bovenop de te ontvangen AOW) van meer dan € 18000 die voor hun 65 ste met werken zijn gestopt aan de AOW mee hoeven te betalen. Het CPB betwijfelt echter of deze regeling uitvoerbaar is.
Het Kabinet-Balkenende IV kwam in augustus 2008 met een voorstel dat mensen van 65 jaar kunnen gaan kiezen om hun AOW maximaal vijf jaar uit te stellen.