Main Content

RAF-leden vonden onderdak in DDR De RAF en de DDR

  • 16 februari 2009
DDR-vlag
Zoom
DDR-vlag

In Europa ging zondag over de RAF. RAF-lid Till Mayer sprak daarin over de relatie tussen de terroristen en de DDR. Na de Duitse hereniging in 1990 werd duidelijk dat de DDR jarenlang gevluchte terroristen uit de BRD had opgevangen. Ook was de DDR betrokken bij de paramilitaire opleiding en logistieke ondersteuning van de RAF. Uiteindelijk eindigden de rebellen van voorheen echter als brave burgers in een rijtjeshuis.

RAF-leden vonden onderdak in DDR

RAF-kopstuk Inge Viett fungeerde als contactpersoon met de Stasi, de DDR-veiligheidsdienst. De Stasi-activiteiten met betrekking tot de RAF werden aangeduid met de termen Stern 1 en Stern 2.

Stern 1 stond voor de actieve RAF-leden, Stern 2 voor de inactieve RAF-leden. De nog actieve RAF-leden kregen van de DDR niet alleen onderdak, financiële en medische hulp, maar ook actieve steun bij het voorbereiden van nieuwe terreuracties.

In de lente van 1980 startte Inge Viett de eerste onderhandelingen met Stasi over de opname van enkele ex-RAF leden in de DDR. In augustus vertrok er daadwerkelijk  een aantal ex-RAF leden voorgoed naar de DDR. De  officiële verklaring van de DDR om de RAF-leden op te nemen luidde dat de Oost-Duitsers de terroristen 'hun zinloos en schadelijk gedrag wilde afleren'. Gezien de steun van de DDR aan Stern 2, een opmerkelijk streven.

Laatste halte: DDR

Een boswachtershuis vlakbij Briesen, in de buurt van Frankfurt aan de Oder, speelde een centrale rol in het leven van de ex-terroristen.

Dit zogenaamde Forsthaus an der Flut, door de Stasi aangeduid met de term Objekt 74, was de verblijfplaats voor de voormalige terroristen. Het onderscheid tussen theorie en praktijk bleek een belangrijk rol te spelen in de benaderingswijze van de doelstellingen van de RAF en de DDR.

De doelstellingen van de anti-imperialistische RAF bleken grote overeenstemming te vertonen met die van de DDR, doch de terroristische methoden om die doelstellingen te bereiken, bleken hier niet bij te passen. De Stasi beweerde dat de DDR iedereen zou helpen die door zijn strijd voor het communisme in de moeilijkheden was geraakt. De DDR gaf  die strijders een nieuw vaderland en bood ze de kans via een nieuw privé-en beroepsleven mee te werken aan de inrichting van een 'betere wereld'.

In Briesen werden de Aussteiger omgeschoold en omgedoopt tot DDR-burgers. De redevoeringen van Honecker en de partijkrant Neues Deutschland waren verplichte lectuur in Objekt 74. Het DDR-jargon werd erin gestampt.

De Stasi was verbaasd over de marxistisch-leninistisch kennis van met name Silke Maier-Witt. Ze was zo’n overtuigde communiste, dat zelfs de Stasi er bang van werd. Ze moest getransformeerd worden tot een ‘heel normale DDR-burger’.

De Stasi was er veel aan gelegen te weten te komen wat er werkelijk speelde in de Oost-Duitse staatsbedrijven. De ex-RAF leden bleken prima spionnen; ze signaleerden wantoestanden en meldden die bij de Stasi, al was het maar vanuit de naïeve gedachte de DDR te kunnen helpen.

Verder kregen de Aussteiger nieuwe geboorteplaatsen, en deze bevonden zich steevast ergens in West-Europa. Hun ouders waren gestorven, en ze waren allen vanwege politieke motieven naar de DDR gekomen. Later verbaasden de Aussteiger zich hoe weinig hun buren vragen stelden over hun verleden. Zo verwonderlijk was dat niet. Daar de kersverse DDR-burgers allemaal probleemloos een nieuwe woning, baan en auto kregen, was het voor hun omgeving meer dan duidelijk dat de Stasi daar achter zat. Meer hoefde men dan niet te weten.

Na de omscholing vertrokken de Aussteiger naar hun nieuwe woonplaatsen. Zo reisde Susanne Albrecht bijvoorbeeld onder haar nieuwe naam Ingrid Jäger naar Cottbus, Silke Maier-Witt alias Angelika Gerlach ging naar Hoyerswerda en Ekkehard von Seckendorf ging als Horst Winter naar Eisenhüttenstadt.

Het leven in de provinciestadjes bleek een hele omschakeling na jaren in de illegaliteit te hebben geleefd, maar grote problemen deden zich aanvankelijk niet voor. Allen kregen voor noodgevallen een telefoonnummer in Oost-Berlijn, waarmee zij een vertegenwoordiger van de Stasi konden bereiken. De Aussteiger zagen elkaar voortaan eenmaal per jaar op een reünie. Dat werd oogluikend toegestaan door de Stasi.

Het einde

Halverwege 1989 had het communisme zijn beste tijd gehad, en de val van de Muur leek een kwestie van weken, hooguit enkele maanden. De Sasi deelde de Aussteiger mee dat zij niets meer voor hen kon doen, maar dat ze zich geen zorgen hoefden te maken, daar alle dossiers over hen vernietigd waren.

Terwijl de Muur nog niet eens gevallen was, kwamen er in de BRD echter al berichten binnen dat er ex-RAF leden in DDR woonachtig zouden zijn. Toen Bonn hierover via de officiële wegen navraag deed, kreeg zij nul op het rekest: er bevonden zich geen ex-terroristen in de DDR!

In maart 1990 begon het Bundeskriminalambt (BKA) serieus met het opsporen van de ex-terroristen  in de DDR. Die zoektocht bleek simpeler dan verwacht. De BKA-beambten hoefden alleen maar te kijken naar bepaalde overeenkomsten in de Stasi-dossiers.

De kunstmatig gecreëerde levenslopen van de ex–terroristen waren namelijk in grote lijnen allemaal hetzelfde. Allen waren geboren in het buitenland, eind 1980 in de DDR ingeburgerd, naar de DDR gevlucht vanwege politieke problemen met de kapitalistische BRD. Ook waren van allen de ouders gestorven. Met behulp van deze gegevens werden alle Aussteiger binnen twee weken gearresteerd.

Het is toch wel heel opmerkelijk dat een stel vrijbuiters en politieke rouwdouwers, zich in het arbeidersparadijs op een eenvoudige manier liet temmen en kooien middels een vaste baan, een bescheiden auto en een eenvoudig rijtjeshuis.

(Micha Peters)