Main Content

De illusie aan de macht In Europa+ 1977: Het einde van het kabinet Den Uyl

  • 10 februari 2009
Andere Tijden, 21 februari 2008, Den Uyl, Den Uyl
Zoom
Andere Tijden, 21 februari 2008, Den Uyl, Den Uyl

Het kabinet-Den Uyl was een bijzonder kabinet. Dat kwam niet alleen door de uitstraling van de naamgever en van de vele andere bewindslieden, maar ook omdat dit kabinet de overgang naar een andere manier van politiek bedrijven markeerde. Daarnaast kwamen de diverse karakters binnen dit kabinet regelmatig met elkaar in conflict. Met name de hemelbestormende stijl van premier Den Uyl botste met het schijnbaar plooibare "blok beton verstopt achter een bloemetjesgordijn" van zijn vicepremier Van Agt. Voor parlementaire journalisten waren dit gouden tijden. Er gebeurde altijd wel wat.

De illusie aan de macht

De formatie van het kabinet verliep op zich al heel moeizaam. De verstandhouding tussen PvdA en de christendemocratische partijen (ARP, KVP en CHU) was beladen. Dat kwam door een aantal gebeurtenissen uit het verleden zoals de Nacht van Schmelzer en de polariserende opstelling van de PvdA. Uiteindelijk kwam het kabinet er doordat de PvdA-formateur Burger een aantal ARP en KVP politici wist te overreden om in het Kabinet zitting te nemen. Het kabinet had daardoor geen parlementaire meerderheid en kan daardoor een extraparlementair kabinet genoemd worden.

De CHU, die samen met ARP en KVP samenwerkte om het toekomstige CDA tot stand te brengen, kwam hierbij buitenspel te staan. De demissionaire ARP minister-president Barend Biesheuvel was totaal verrast door de totstandkoming van het kabinet.

Samenstelling

Het kabinet bestond uit de volgende ministers en staatssecretarissen:

Ministers

Minister-president, minister van Algemene Zaken, Joop den Uyl (PvdA)

Viceminister-president en minister van Justitie,

Dries van Agt (KVP), afgetreden 8 september 1977 (moest volgens de Nederlandse Grondwet kiezen tussen zijn functies in het kabinet en het lidmaatschap van de Tweede Kamer. Hij koos voor het laatste, mede gezien de moeizame ontwikkelingen in de formatie van een nieuw kabinet-Den Uyl; uiteindelijk zou hij zelf premier worden.)

Wilhelm Friedrich de Gaay Fortman (ARP), 8 september 1977

Minister van Buitenlandse Zaken, Max van der Stoel (PvdA)

Minister van Binnenlandse Zaken, Wilhelm Friedrich de Gaay Fortman (ARP)

Minister van Onderwijs en Wetenschappen, Jos van Kemenade (PvdA)

Minister van Financiën, Wim Duisenberg (PvdA)

Minister van Defensie

Henk Vredeling (PvdA), afgetreden 31 december 1976

Bram Stemerdink (PvdA), 31 december 1976

Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, Hans Gruijters (D66)

Minister van Verkeer en Waterstaat, Tjerk Westerterp (KVP)

Minister van Economische Zaken, Ruud Lubbers (KVP)

Minister van Landbouw en Visserij

Tiemen Brouwer (KVP), afgetreden 1 november 1973

Fons van der Stee (KVP), 1 november 1973

Minister van Sociale Zaken, Jaap Boersma (ARP)

Minister van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk, Harry van Doorn (PPR)

Minister van Volksgezondheid en Milieuhygiëne, Irene Vorrink (PvdA)

Minister voor Surinaamse en Nederlands-Antilliaanse Zaken, Wilhelm Friedrich de Gaay Fortman (ARP)

Zonder portefeuille

Minister zonder Portefeuille belast met de ontwikkelingssamenwerking, (met ingang van 25 juli 1973 aangeduid met: minister voor Ontwikkelingssamenwerking), Jan Pronk (PvdA)

Minister zonder Portefeuille belast met het wetenschapsbeleid, (met ingang van 25 juli 1973 aangeduid met: minister voor Wetenschapsbeleid), Boy Trip (PPR)

Staatssecretarissen

Buitenlandse Zaken

Laurens Jan Brinkhorst (D66), afgetreden 8 september 1977

Peter Kooijmans (ARP)

Justitie

Jan Glastra van Loon (D66), 13 juni 1973 - 28 mei 1975

Henk Zeevalking (D66), 6 juni 1975 - 8 september 1977

Binnenlandse Zaken, Wim Polak (PvdA), afgetreden 1 mei 1977

Onderwijs en Wetenschappen

Ger Klein (PvdA), afgetreden 8 september 1977

Antoon Veerman (ARP), afgetreden 31 augustus 1975

Klaas de Jong Ozn. (ARP), 1 september 1975

Financiën

Aar de Goede (D66)

Fons van der Stee (KVP), afgetreden 1 november 1973

Martin van Rooijen (KVP), 21 december 1973 - 14 oktober 1977

Defensie

Joep Mommersteeg (KVP), afgetreden 28 februari 1974

Cees van Lent (KVP), 11 maart 1974

Bram Stemerdink (PvdA), afgetreden 31 december 1976

Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening

Jan Schaefer (PvdA), afgetreden 8 september 1977

Marcel van Dam (PvdA), afgetreden 8 september 1977

Verkeer en Waterstaat, Michel van Hulten (PPR)

Economische Zaken, Ted Hazekamp (KVP), afgetreden 8 september 1977

Sociale Zaken Jan Mertens (KVP)

Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk, Wim Meijer (PvdA), afgetreden 8 september 1977

Volksgezondheid en Milieuhygiëne, Jo Hendriks (KVP)

Kabinetsformatie

De kabinetsformatie verliep als volgt:

Vervroegde Tweede Kamerverkiezingen: 29 november 1972

Beëdiging kabinet: 11 mei 1973

Duur formatie: 163 dagen

Informateur, Marinus Ruppert (ARP), 59 dagen

Formateur, Jaap Burger (PvdA), 64 dagen

Informateurs, Dries van Agt (KVP) en Wil Albeda (ARP), 14 dagen

Formateurs, Jaap Burger (PvdA) en Marinus Ruppert (ARP), 19 dagen

Reden ontslagaanvraag: grondpolitiek-crisis

Er bestond verschil van mening in de ministerraad over de in de Tweede Kamer in behandeling zijnde nieuwe Onteigeningswet. Het ging daarbij om de onteigening van bouwgrond in agrarische gebieden ten behoeve van woningbouw. Om grondspeculatie tegen te gaan, wilde de progressieve meerderheid in het kabinet de agrarische gebruikswaarde van de grond nemen als basis voor vergoeding bij onteigening. De verantwoordelijke ministers van landbouw en justitie echter hielden vast aan vergoeding van de marktwaarde. In het klimaat van de naderende verkiezingen lukte het niet, dit meningsverschil op te lossen. Deze crisis staat bekend als de grondpolitiek-crisis.

De ministers van KVP en ARP boden op 22 maart 1977 hun ontslag aan en de ministers van PvdA, PPR en D'66 stelden hun portefeuilles ter beschikking. Op 28 maart 1977 besloot het kabinet in zijn geheel in demissionaire status aan te blijven tot aan de verkiezingen van 25 mei 1977, het eind van de parlementaire periode.