Main Content

De benoeming van Joannes Gijsen Katholieke kerk van God los

  • 3 februari 2009
Zoom

Mede door het opheffen van de excommunicatie van bisschop Richard Williamson lijkt paus Benedictus XVI te kiezen voor een ultra-conservatieve lijn. In 1972 was er strijd tussen de verschillende richtingen rond de zeer orthodoxe priester Joannes Gijsen. Na zijn benoeming tot bisschop van Limburg kwam het progressieve deel van de Nederlandse kerk in opstand. Andere Tijden maakte hierover in 2007 een aflevering.

De benoeming van Joannes Gijsen

Op zaterdag 22 januari 1972 werd Joannes Gijsen aangewezen als de nieuwe bisschop van Limburg.
Opzienbarend, omdat hij op geen enkele voordracht had gestaan. De progressieve leden van de kerk ontvingen het nieuws met afgrijzen, terwijl de conservatieven Gijsen als een geschenk zagen. Gijsen bleef daarna 21 jaar bisschop van het bisdom Roermond.

Hij was opvolger van de Limburgse bisschop Moors, die begin 1971 zijn afscheid aankondigde. Naar de benoeming van de nieuwe bisschop, altijd al een gebeurtenis, keken de katholieken reikhalzend uit. De Nederlandse kerk, onder leiding van de 'rode' kardinaal Alfrink, was namelijk sinds het Tweede Vaticaans Concilie in Rome (1962-1965) behoorlijk op drift.

Vernieuwers tuimelden over elkaar heen om de kerk te veranderen. Er werd openlijk gediscussieerd over de afschaffing van het celibaat voor priesters, de liturgie ging op de helling en leken werden steeds actiever in de kerk. De beatmis maakte zijn intrede. Jongeren gingen nog naar de kerk, maar het moest wel radicaal anders.

Dat leidde tot zinderend enthousiasme, maar ook tot veel afgrijzen in de kerk. Gerard Hover was toen priester in opleiding: “De motorhelmen en de multomappen lagen op het altaar, het was één grote chaos.” De Nederlandse kerk was, zo zei de conservatieve jezuïet pater Bots, “van God los”.

Dat vond Rome ook. Rex Brico, redacteur Geestelijk Leven van Elsevier, herinnerde zich een uitspraak van de huidige paus - toen nog bekend als Ratzinger: ”Nergens in de katholieke wereld heeft het Vaticaans Concilie tot zulke excessen geleid als in Nederland." Een restauratie werd daarom in gang gezet. Dat was mogelijk, omdat de vernieuwingsgezinde paus van het Concilie, Johannes Paulus de 23e, was opgevolgd door de veel traditionelere Paulus VI. Deze benoemde in 1970 de behoudende kapelaan Ad Simonis tot bisschop van Rotterdam.

En toen kwam de benoeming van Gijsen, in 1972 pas 39 jaar oud. Geboren in het Brabantse Oeffelt, kapelaan in Valkenburg, gepromoveerd, docent op Rolduc, publicist, en sinds het eind van de jaren zestig bevriend met Simonis. Dit nieuws sloeg in als een bom.

Maar beroering of niet, op 13 februari 1972 vond in de Sint Pieter te Rome de wijdingsplechtigheid plaats. Kardinaal Alfrink, voor wie de benoeming van Gijsen een slag was, was erbij. Op verzoek van de paus assisteerde hij bij de wijding van Gijsen.

Andere Tijden maakte in 2007 van deze benoeming een reconstructie, samen met Gijsen. De aflevering is hier te zien.