Main Content

Kuifje viert tachtigste verjaardag Duizend bommen en granaten

  • 8 januari 2009
De beroemde raket van Kuifje staat in het Stripmuseum in Brussel
Zoom
De beroemde raket van Kuifje staat in het Stripmuseum in Brussel

Op 10 januari 1929 verscheen de eerste aflevering van stripjournalist Kuifje, getekend door Georges Rémi, alias Hergé. Een jaar later werd het eerste album van de stripheld uitgegeven. Kuifje viert hiermee dus zijn tachtigste verjaardag, wat voor Geschiedenis TV aanleiding is om in zijn leven te duiken. Eén van de landen die onze held bezocht, was China. Het werd meteen het meesterwerk van Hergé.

Kuifje viert tachtigste verjaardag

De reis naar China vond plaats in het vijfde album: _De Blauwe Lotus_. Dit werk wordt beschouwd als het meesterwerk van tekenaar Hergé. Voort het eerst kende het verhaal een zorgvuldige opbouw en was er geen sprake meer van een chaotische ontwikkeling van de intrige. Veel belangrijker echter was de inbreng van een Chinese student aan de kunstacademie van Leuven: Tchang Tchong-jen.

Hingen de vorige verhalen van Kuifje aaneen van de clichés (domme Afrikaantjes, enge Bolsjewieken, op geld beluste Amerikanen), deze keer werd, onder invloed van Tchang, een zo getrouw mogelijk beeld gegeven van het land dat als decor diende voor de avonturen van Kuifje. Bovendien was dit verhaal, in tegenstelling tot de eerdere, niet langer tijdloos, maar stond het vol met de complexe actualiteit van het toenmalige China.

Het was de Belgische pater Gosset, die de jonge kunstenaars, ze waren beiden 27 jaar oud, aan elkaar koppelde. Nadat Kuifje begin jaren dertig zijn avonturen in Egypte had afgerond (_De Sigaren van de Farao_) werd bekend dat hij zou doorreizen naar het Verre Oosten. En omdat Gosset, aalmoezenier van de Chinese studenten in Leuven, bang was dat Hergé zich zou verliezen in het tekenen van angstaanjagende, opiumsnuivende Chinezen met lange staarten, bracht hij hem in contact met Tchang. Uit deze gearrangeerde ontmoeting ontstond een vriendschap die meer dan vijftig jaar zou voortduren. Hoe innig de vriendschap was blijkt uit het feit dat de vriend-voor-het-leven die Kuifje in China ontmoet Tchang Tchong-jen heet.

De Blauwe Lotus speelde zich voornamelijk af in het decor van Shanghai, de stad die in de jaren dertig haar hoogtepunt als metropool had. Met behulp van foto’s, tekeningen en de herinneringen van Tchang werd door Hergé een zo getrouw mogelijk beeld van de stad gegeven. Zo werd al in het begin van het avontuur duidelijk dat Chinese vrouwen geen klompvoetjes meer hebben en dat de rivieren niet bezaaid zijn met baby’s die na de geboorte in het water worden gegooid. Alleen Jansen en Janssen zijn nog niet met hun tijd meegegaan: zij kleedden zich nog als stereotype Chinezen, compleet met mandarijnentoga en een lange vlecht.

Hergé verdiepte zich voor zijn verhaal in de recente politieke geschiedenis van China. In het land woedde al jaren een hevige strijd tussen de communisten van Mao Zedong en het nationalistische leger van Chang Kai-shek. En dus knepen landen als Frankrijk en Engeland een oogje dicht toen Japan zijn greep in Manchurije vergrootte met het excuus dat ze voor een zekere stabiliteit wilden zorgen.

Het mag duidelijk zijn dat de Chinees Tchang geen genoegen nam met deze bezettingsdrift. Vandaar dat het beeld van de Japanners in De Blauwe Lotus uiterst negatief was. Zij waren de op macht beluste sadisten die Kuifje op allerlei manieren wilden dwarszitten. Op de pamfletten die we in de strip aan de muren hangen stond in Chinese tekens ‘weg met de imperialisten’, wat zoiets betekende als ‘dood aan de Japanners’. De avonturen van Kuifje in China zorgden er zelfs voor dat de Japanse ambassade een officieel protest indiende bij de uitgever van Hergé. Deze riep de tekenaar op het matje en stuurde hem weg met de woorden: “Vooral doorgaan!”.

Een beroemde passage uit het stripverhaal is die van de aanslag op een spoorweg. Dit is een directe verwijzing naar een beruchte bomaanslag in 1931 op een spoorbrug bij Moekden (het huidige Shenyang). In een officieel communiqué stelde de Japanse delegatie de Chinese troepen verantwoordelijk. Het Japanse leger bezette vervolgens de stad Moekden en korte tijd later heel Manchurije. De Chinezen deden een beroep op de Volkenbond. In Genève ontstond een verhit debat tussen de Chinese en de Japanse afgevaardigde. \

Echo’s van de kromme redeneringen van de Japanners stonden in De Blauwe Lotus. Op de tribune verkondigde een Japanner “dat wij helaas troepen moesten sturen naar China, maar dat deden wij ter verdediging van China zelf”. De Volkenbond besloot een onderzoek in te stellen. Al snel vermoedde men dat de Japanners zélf achter de aanslag zaten.

Toen in 1933 een uiterst kritisch rapport naar buiten kwam besloot Japan uit de Volkenbond te stappen. Dit hele relaas werd in het stripverhaal in nauwelijks twee pagina’s op sublieme wijze verbeeld.

Na de samenwerking aan het album verloren Hergé en Tchang elkaar uit het oog. Tchang ging terug naar China en kon door de loop van de geschiedenis (Tweede Wereldoorlog, onderdrukking van het communisme van Mao) pas in de jaren tachtig zijn Belgische vriend weer ontmoeten. In de tussentijd had Hergé als ode aan hun vriendschap het album Kuifje in Tibet geschreven, waarin de reporter zijn oude vriendje Tchang weer ontmoette.

Met veel tamtam bracht een televisieprogramma de beide heren weer bij elkaar. Het jammere was alleen dat de zieke Hergé zich kapot ergerde aan de vitale kunstenaar uit China. De reünie liep uit op een deceptie.

Vanwege deze verjaardag is er de komende week bij Geschiedenis TV veel aandacht voor Kuifje, Hergé en stripfiguren in het algemeen.