Main Content

De klassieker van Bert Haanstra (in kleur) In Europa+ 1956: En de zee was niet meer

  • 3 januari 2009
Still uit: en de zee was niet meer (Bert Haanstra, 1956)
Zoom
Still uit: en de zee was niet meer (Bert Haanstra, 1956)

In 'En de zee was niet meer' schetst Bert Haanstra de teloorgang van het culturele erfgoed als gevolg van de afsluiting van de Zuiderzee. Hij doet dat met een romantische, maar vooral tedere blik. In zijn gekunsteldheid en met zijn visuele vondsten is het een typische Haanstrafilm. Het overvloedige beeldrijm — zoals het beeld van een jongen die met zijn handen in een berg zand grijpt, dat overvloeit in het beeld van een zandgrijper — maakt de film weliswaar gedateerd, maar toch is 'En de zee was niet meer', in de woorden van de filmcriticus Charles Boost, 'een zwierige, suggestieve en poëtische film'.

De klassieker van Bert Haanstra (in kleur)

Driedelige film over het leven van de bevolking in de stadjes rond de voormalige Zuiderzee, nu het IJsselmeer geheten. In het eerste deel beelden van de monumentale torens en gevels in vele stadjes en panoramashots vanaf de Westertoren in Amsterdam. Plechtige doop van een jonggeborene ten overstaan van in klederdracht gestoken kerkgangers, spelende dito geklede jeugd en een traditioneel bruiloftsfeest met een folkloristische dans. Sfeerbeelden dorpsleven vlak na de Tweede Wereldoorlog.

Scènebeschrijving deel 1:

00.01 SHOTS: Een op thermiek zwevende meeuw als inleidend beeld voor vermelding filmtitel en namen filmmakers ; 00.50 Opvliegende zwerm meeuwen. Waterkant van Enkhuizen en Hindeloopen gezien vanaf het water. Witgepleisterde Koornmarktpoort in Hanzestad Kampen, van de Dromedaris in Enkhuizen, van de Hoofdtoren in Hoorn. Standbeeld van Jan Pieterszoon Coen. Rijk met ornamenten versierde trapgevel. Klokgevels van 17de eeuwse pakhuizen. Toren en gebeeldhouwd wapenschild van Edam. Toren van Westerkerk te Amsterdam van waaruit panorama van de hoofdstad. Spelend carillon in de toren; 02.57 Kerkorgel. Lege kerk waar op de vloer grafzerken met inscripties en gebeeldhouwde versieringen waarover schaduwen van passanten bewegen. Kerk te Spakenburg waar in de banken kerkgangers in plaatselijke klederdracht dominee naar doopvont zien lopen, gevolgd door vrouw met dopeling en het ouderpaar. De moeder neemt zuigeling over en dominee doopt Evert Koelewijn; 04.26 Meisjes in klederdracht springen touwtje, kaatsen ballen tegen muur, rennen langs vuurtoren en spelen kruip door, sluip door. Drie jochies vissen vanaf achterplecht van een botter met schepnet in de haven. Jochie (noot 1) stookt vuurtje op de dijk, gadegeslagen door eender gekleed zusje. Jochie trapt vuurtje uit en geeft lucifers af aan surveillerende agent; 06.22 Verliefd stel wandelt over de dijk, zit in het gras waar zij hem een geplukte, uitgebloeide paardebloem laat wegblazen. Terwijl tubaspeler en bugler-trompettist "Lang zal ze leven" spelen wordt tulbandtaart op tafel voor bruidspaar neergezet waarna aanzittende bruiloftgasten het glas onder hoerageroep heffen. Meisjes doen zich tegoed aan stukken taart; 07.21 Onder begeleiding van tubaspeler wordt door bruiloftsgasten kring- en parendans uitgevoerd; 08.25 Eindleader; 08.28
Noot 1: Bij kleine jongens liet men het haar net zo lang groeien als bij de meisjes.

Deel 2:

Tweede deel van 3-delige film over het leven van de bevolking in de stadjes rond de voormalige Zuiderzee. In dit deel treffen vissers voorbereidingen voor de vangst terwijl hun vrouw de was ophangen. Vissersscheepjes van de verschillende vissershavens varen uit, netten en vangstlijnen worden overboord gezet en weer ingehaald. De gevangen paling wordt gemeten. Zondag is de rustdag en wordt in het katholieke Volendam de mis bijgewoond. Sfeerbeelden van het leven op het platteland kort na de Tweede Wereldoorlog.

Scènebeschrijving deel 2:

00.00 SHOTS: Vissersscheepje glijdt van een scheepshelling te water. Netten boetende en vanglijnen preparende vissers te Volendam. Havens van Urk, Elburg, Spakenburg waar netten in het scheepswant te drogen hangen; 00.58 Vissers hijsen de zeilen, tros wordt losgegooid, vissersscheepjes van Bunschoten en Urk varen uit. Visserschepen zeilen op het IJsselmeer waarboven meeuwen vliegen. Zeil wordt gestreken, net overboord gezet, zeil gehesen, pruimtabak ingenomen en de vaart voortgezet; 02.46 Vrouwen hangen de was op (noot 1) aan de op stokken bevestigde drooglijnen waaraan de roodbonte zakdoeken, broeken en witte hoofdkapjes in de wind opbollen. Kuilnetten worden aan boord getrokken en uitgeschud, de kleine visjes een prooi voor de rondzwermende meeuwen. Vangstlijnen waaraan palingen worden ingehaald. Net wordt naast het boord getrokken en de gevangen vis met een schepnet uit het net gehaald. Palingen worden in bun gestort en in een meetbakje gemeten; 05.51 Visser haalt met aker zeewater op en stort emmer leeg over het dek en tegen de cameralens. Meisje gooit water uit emmer tegen raam. Wasgoed wordt ingenomen. In het want drogende visnetten. In de haven boord aan boord afgemeerde vissersschepen (noot 2); 06.35 Mannen en vrouwen te Volendam, gescheiden in hun respectievelijke kerkbanken, wonen zondagsmis bij. Kerkgangers luisteren naar preek die eindigt met: "En de zee was niet meer". Door drogend net gefilmde vissersschepen wier masten in het water weerspiegeld worden; 07.07 Eindleader; 07.09 EINDE.
Noot 1: Niet met wasknijpers maar door de punten van het wasgoed tussen de strengen van het touw te drukken
Noot 2: De Zaterdag is de dag der reiniging

Deel 3:

Derde en laatste acte van een film over het leven en de folklore van de bevolking in de stadjes rond het IJsselmeer. In dit deel verstoren uitvliegende duiven de zondagstilte, keren vrouwen na de kerkgang huiswaarts en geniet de jeugd van de kermis. Vissers slaan gelaten nieuwe dijkaanleg gade. Begrafenisstoet op weg naar begraafplaats waar de belangstellenden worden opgeschrikt door het lawaai van de dijkaanleg. Waar eens de zee was wordt nu geoogst, opgraving gedaan, dorpen gebouwd. De nieuwe inwoners begeven zich ook daar ter kerke. Slotbeeld van de gepreekte zin, tevens de filmtitel. Sfeerbeelden van het leven op het platteland kort na de Tweede Wereldoorlog

Scènebeschrijving deel 3:

00.00 SHOTS: Duiven vliegen uit duivenhok. Vrouwelijke kerkgangers in lokale klederdracht keren huiswaarts in Volendam en Spakenburg. Inwoner wandelt onder poort door stille straat in. Duiven vliegen op; 00.51 Terwijl kerkklok slaat draaien ruitertjes rond in de toren. Jeugd draait rond in draai- en zweefmolen op de kermis gadegeslagen door suikerspin etende jongen; 01.27 Boeggolf en gehesen grootzeil. Vissers staren in de verte waar kranen op pontons nieuwe dijk aanleggen. Passeren van geluidsbaken. Visser kijkt naar zijn zeil en naar giek van kraan; 02.18 Terwijl klokkenluider aan het klokkentouw trekt en de kerkklok luidt, lopen mannen en vrouwen langzaam mee in een begrafenisstoet. Cu's van de vrouwelijke hoofdbedekkingen, van verweerde en getatoeëerde mannenhanden in een broekband en van de mannen en vrouwen in de stoet die zich rond de groeve opstellen en in doodse stilte naar beneden kijken; 04.49 Meisje (zusje van vuurtje stokend jochie in eerste acte) neemt handvol zand, heft haar hand op en laat het zand vallen. Grijperbak opent zich met veel lawaai en stort zand op dijklichaam, hetgeen de mannen en vrouwen rond de groeve doet opkijken; 05.05 Afsluitdijk, het begin van de verandering voor de betrokkenen. Dijkaanleg door leem stortende grijperbakken en van een lichter stortsteen gooiende dijkwerkers. Steeds minder zee verandert in steeds meer polderlandschap. Vissersschip Bu(nschoten) 47 die door het water ploegt, maakt plaats voor maai- en maai-dorscombinaties. Bouw van huizen in toekomstig dorp. Stadsbeelden van nieuw stadje met kruispunten, autoverkeer, school; 06.31 Terwijl oogstende combine over akker rijdt bekijken twee vissers en een jongen door archeologen blootgelegd wrak van houten schip; 07.12 Bewoners van de nieuwe polder, hoofdzakelijk gekleed in eigentijdse kleding, begeven zich naar kerkgebouw, waar boven de entree de zin is uitgebeiteld: En de zee was niet meer; 07.32 Eindleader; 08.35 EINDE.