Main Content

Cesuur in Amerikaanse geschiedenis In Europa+ 1968: Martin Luther King vermoord

  • 28 januari 2009
Martin Luther King.
Zoom
Martin Luther King.

Martin Luther King werd beroemd in de jaren '50 en '60 dankzij zijn geweldloze verzet tegen de rassenscheiding in de Verenigde Staten, onder meer door een massademonstratie op 28 augustus 1963 en het boycotten van stadsbussen die blanken bevoordeelden. Zijn verbale en retorische vaardigheden en charismatische uitstraling leverden hem veel roem op, maar King had ook vijanden. In 1963 hield hij de legendarische toespraak "I have a dream". Een jaar later kreeg hij de Nobelprijs voor de Vrede.

Cesuur in Amerikaanse geschiedenis

Op 39-jarige leeftijd werd Martin Luther King doodgeschoten terwijl hij op het balkon van het Lorraine Motel in Memphis stond. Dit was het tragische dieptepunt in de roerige jaren '60 waarin ook andere progressieven en voorvechters van burgerrechten in de Verenigde Staten, o.a. president John F. Kennedy (november 1963), Robert F. Kennedy (juni 1968) en Malcolm X (februari 1965), slachtoffer werden van politiek geweld.

Voor velen is Martin Luther King een symbool voor de burgerrechtenbeweging in de Verenigde Staten gebleven. De derde maandag in januari is in de VS de Martin Luther Kingdag, een nationale feestdag, gewijd aan King en zijn gedachtegoed.

King werd geboren als zoon van een dominee van de baptistenkerk in Atlanta, in het zuiden van de Verenigde Staten. Hij ondervond al zeer snel dat er in het zuiden nog vele vooroordelen waren tegenover de Afro-Amerikanen, en wou daar wat aan veranderen. Zijn wens was om de donkere mensen en de blanke mensen gelijkwaardig te maken.

Na de dood van zijn geliefde grootmoeder deed hij op 12-jarige leeftijd een zelfmoordpoging door van de tweede etage van een huis te springen. Op 15-jarige leeftijd ging hij werken op een tabaksplantage in Connecticut, meer naar het noorden van de V.S., en was onder de indruk van de goedaardige verstandhouding tussen blanken en zwarten, daar. In 1953 trouwde hij met Coretta Scott King.

King studeerde theologie (waarbij zijn grote voorbeeld Mahatma Gandhi was, omdat deze ook met wilskracht streefde naar geweldloosheid bij protesten) en in 1955 kreeg hij ook het doctoraat (Ph.D.) en werd hij dominee van de baptistenkerk in Montgomery in de staat Alabama.

Op 1 december 1955 weigerde de zwarte Rosa Parks haar plaats in een bus aan een blanke reiziger af te staan. Zwarten moesten volgens de plaatselijke verordeningen achterin de bus zitten. De (eveneens blanke) politie werd er bij gehaald en gaf de blanke chauffeur en passagier gelijk. Rosa Parks werd uit de bus gezet en vervolgens gearresteerd. De zwarte gemeenschap van Montgomery, onder leiding van dominee King, reageerde op het incident met een geslaagde busboycot (1955-56) en bereikte een belangrijke overwinning toen de bussen van Montgomery ook aan zwarten moesten toestaan om op iedere plaats in de bus te gaan zitten. Hierna bereikte King spoedig nationale bekendheid vanwege zijn uitzonderlijke charisma en persoonlijke moed. Bij tal van gelegenheden trad hij als spreker op, waarbij hij de discriminatie van de zwarte bevolking aan de kaak stelde.

King stichtte de Southern Christian Leadership Conference (SCLC), en nam het voorzitterschap op zich. Door de vereniging werd hij in staat gesteld zich te wijden aan de strijd voor gelijkheid van de zwarte Amerikanen. Zijn filosofie van niet-gewelddadig verzet leidde tot zijn arrestatie bij talrijke gelegenheden. King werd gehaat door aanhangers van de rassenscheiding in de zuidelijke staten. Er werd een aanslag op zijn woonhuis gepleegd en hij en andere zwarte leiders werden op beschuldiging van samenzwering veroordeeld.

Toch hadden zijn campagnes succes: op 28 augustus 1963 hield hij een toespraak in Washington, waar meer dan 250.000 mensen op af kwamen. Hierin beschreef hij dat blanken en zwarten kunnen samenleven en sprak hij de legendarische woorden "I have a dream". In 1964 kreeg hij de Nobelprijs voor de Vrede toegekend. Op 6 augustus 1965 ondertekende president Lyndon Johnson de "Voting Rights Bill" en willigde zo de meeste van Kings eisen in.
De leidende positie van King binnen de burgerrechtenbeweging werd midden jaren '60 uitgedaagd, toen er stemmen opgingen om meer militante acties te voeren in plaats van het door King nagestreefde vreedzame protest. Hij behield echter zijn belangrijke positie en ging zich ook op andere zaken richten. Zo uitte hij kritiek op de Vietnamoorlog en maakte hij zijn zorg over armoede kenbaar.
Op 4 april 1967 — exact een jaar voor zijn dood - sprak King duidelijk tegen de rol van de Verenigde Staten in de oorlog, en stelde dat de Verenigde Staten in Vietnam was om het "als Amerikaanse kolonie te bezetten" en dat de Verenigde Staten morele veranderingen behoefden. Op 4 april 1968 werd hij doodgeschoten op het balkon van het Lorraine Motel (sinds 1991 een burgerrechtenmuseum). De moord leidde tot een nationale golf van rellen in meer dan 60 Amerikaanse steden. Vijf dagen later, 9 april 1968, verklaarde President Lyndon B. Johnson als een dag van nationale rouw. Een menigte van 300.000 mensen woonde zijn begrafenis bij op diezelfde dag.