Main Content

Johan Sebastian Bach Alleen aan God de eer

  • 21 juli 2009
<p> </p>
Zoom

 

Deze zomer in OVT de serie ‘Hoe God verdween uit de muziek’ . Negen afleveringen over muziek en geschiedenis. Centrale vraag: kun je de tijd horen? Schriftelijke bronnen zijn er te over, beelden ook, maar wat leer je over een tijd als je ernaar luistert?

Johan Sebastian Bach

Johann Wolfgang von Goethe hoorde Bach voor het eerst op latere leeftijd. Voor hem een ontdekking. Hij vergeleek de ervaring van het luisteren naar Bachs muziek met 'oneindige harmonie in dialoog met zichzelf'. Hoewel we het ons nu nauwelijks kunnen voorstellen was Bach na zijn dood in 1750 in de vergetelheid geraakt en kende in tegenstelling tot zijn zonen nauwelijks enige reputatie als componist.

Hij werd ouderwets gevonden in vergelijking met Mozart want de muzikale smaak veranderde drastisch halverwege de 18e eeuw. Beethoven, die als kind al het werk van Bach oefende op zijn piano, herkende zeker zijn grootheid. Hij noemde hem dan ook de grondlegger van de Harmonie. Georg Wilhelm Friedrich Hegel was aanwezig bij de eerste nieuwe opvoering van de Mattheus in 1829 en noemde Bach een 'groot, oprecht protestant, robuust en erudiet genie!’

Johan Sebastiaan Bach zag zichzelf vooral als een concentieus vakman die zijn werk zo goed mogelijk deed ter meerdere eer en glorie van God. In het stadje Eisenach waar hij opgroeide, had anderhalve eeuw eerder een ander oprecht protestants genie op de Wartburg de bijbel gesmeten naar de Satan die hem bezocht. Luther was zijn naam. Het werk van Bach zou in zijn protestantse traditie staan.

Bach zou zelf verbijsterd zijn als hij zou vernemen dat 200 jaar later zijn muziek overal ter wereld zou worden uitgevoerd en dat hij meer vereerd zou worden dan welke andere componist dan ook. Of hij even verbijsterd zou zijn over zijn benoeming als oprecht protestants genie, die schatplichtig is aan zijn stadsgenoot Luther? Dat mag duidelijk worden in de vierde aflevering van Hoe God uit de muziek verdween.

In OVT, met: Ton Koopman, dirigent, organist en klavecinist, en in Leiden hoogleraar in de "kunsten, in het bijzonder de historisch geïnformeerde uitvoeringspraktijk van de oude muziek". En met muziekwetenschapper en componist Leo Samama.